PlusAchtergrond

In de film Jumbo wordt Jeanne verliefd op een draaimolen

De poëtische ­coming-of-agefilm Jumbo, van Zoé Wittock, vertelt een verrassend verhaal over een meisje dat verliefd wordt op een ­kermisattractie.

Toen Erika LaBrie (47) in 2007 bekendmaakte dat ze was getrouwd met de Eiffeltoren en vanaf dat moment door het leven zou gaan als Erika Eiffel, werd daar in de media voornamelijk lacherig op gereageerd. Regisseur Zoë ­Wittock (1988) liet zich voor haar speelfilmdebuut Jumbo door Eiffels verhaal inspireren en neemt het begrip objecto­filie – een seksuele en/of emotionele aantrekkingskracht tot voorwerpen – juist verrassend serieus. Zo omschrijven Eiffel en de enkele tientallen leden die haar vereniging Objectum Sexuality Internationale (OSI) heeft, zichzelf: als object-sexuals, oftewel objectofielen.

Wittock stuitte enkele jaren geleden op een bericht over Eiffel en was direct geïntrigeerd. “Ik zocht haar op en toen ik haar sprak, verraste het me hoe gewoon ze is,” zei ze op het filmfestival van Berlijn, waar Jumbo in februari zijn Europese première had. “Het feit dat het me verraste, confronteerde me met mijn vooroordelen. Terwijl je maar een klein beetje verder hoeft te kijken om iets anders te zien, iets diepers.”

Wittocks speelse coming-of-agefilm draait om Jeanne, een jonge vrouw die verliefd wordt op een kermisattractie. Hoewel Wittock haar verhaal vertelt in een fantasierijke, magisch-realistische stijl, besloot ze om in een openingstekstje de basis in de realiteit te benadrukken. “Ik vond het belangrijk om expliciet te maken dat Jumbo gebaseerd is op iets echts. Het is niet puur uit mijn fantasie ontsproten; het is mijn interpretatie van een realiteit. Het moest ­geworteld blijven in die realiteit, zodat de vragen die centraal staan, aankomen. Hoe gaan we met deze geaardheid om? Accepteren of tolereren we het? Vinden we het normaal?”

Exclusief online

Na premières op de filmfestivals van Sundance en Berlijn, stond Jumbo oorspronkelijk op de planning voor een ­Nederlandse release in het najaar. Toen de bioscopen dichtgingen vanwege corona, besloot distributeur Gusto Entertainment echter al snel om de film vervroegd online ­beschikbaar te maken via Picl, het digitale platform dat samenwerkt met tientallen Nederlandse filmhuizen. Daarmee zijn ze de eerste Nederlandse distributeur die de stap zet om in deze crisistijd een film exclusief online uit te brengen.

Jumbo is een aangrijpende, unieke film en ik vind dat die zijn publiek moet vinden,” zegt Gustodirecteur Hein van Joolen (1980). “Ik zie niet gebeuren dat alle films die op de lijst stonden binnen een paar maanden weer een plek in de bioscoop gaan vinden. Dan moet je andere oplossingen zoeken. Toen onze Belgische collega’s besloten Jumbo ­direct online uit te brengen, konden wij daarin mee. Al het materiaal lag al klaar. Jumbo is een wat excentrieke, rare film, iets bijzonders – dat is in de bioscoop ook geen gelopen race. Dat maakt het een film waar we het experiment mee durven aangaan.”

Knuffeldieren

Wie voor de eerste keer van objectofilie hoort, zal het wezensvreemd voorkomen. Toch kennen we het idee in feite allemaal. Actrice Noémie Merlant (31) vertelde tijdens een Q&A op het filmfestival van Berlijn hoe ze voor haar invulling van de hoofdrol teruggreep op haar gevoelens voor de dierbare knuffels uit haar jeugd – een genegenheid die elk mens zal herkennen.

Dat benadrukt Wittock ook in de film. “Het springt niet erg in het oog, maar de slaapkamer van de vrijgezelle moeder van Jeanne staat vol met knuffels. Hoewel de moeder zich tegen haar dochter keert, hecht zij zelf aan die objecten uit haar kindertijd, die haar warmte en troost bieden. De moeder behandelt mannen in feite ook als objecten, en al in de eerste scène van de film horen we haar praten over haar dildo – letterlijk een lustobject. Toch kan ze geen begrip vinden voor de keuze van haar dochter.”

Noémie Merlant speelt Jeanne, die een erotische genegenheid ontwikkelt voor kermisattractie Jumbo

Lust – die van de moeder en enkele andere bijfiguren, maar vooral die van Jeanne – speelt sowieso een grote rol in de film. Haar intense gefröbel met de modelletjes van kermisattracties die ze in haar slaapkamer maakt, zijn daar een voorbode van. “Ik heb gezocht naar mijn eigen manier om haar verlangen in beeld te brengen, juist omdat het om zo’n specifieke vorm van verlangen gaat,” vertelt Wittock. “De film moest een zekere sensualiteit hebben, en omdat het niet gaat om een relatie tussen twee mensen moesten we nieuwe manieren zoeken om de erotiek van de relatie tussen Jeanne en Jumbo te verbeelden.”

Een machine casten

De film rust volledig op de schouders van Merlant, die ­vorig jaar groots doorbrak met haar hoofdrol in Portrait de la jeune fille en feu van Céline Sciamma. Een gelukje voor Wittock, want Jumbo werd al voor Sciamma’s film gedraaid.

Voor Merlant is Jeanne een uitdagende rol . Ze speelt een personage dat een kinderlijke blik op de wereld combineert met een volwassen seksualiteit. “In de repetities hebben we ons vooral gericht op de fysieke kant van de rol – hoe Jeanne loopt en praat en met andere mensen omgaat,” zegt Wittock, “en hoe ze kijkt. Omdat Jeanne zo introvert is, gebeurt er veel in haar blik.”

Wanneer we het hebben over de machine die werd ­gebruikt als Merlants tegenspeler, gebruikt Wittock opvallend genoeg min of meer dezelfde termen als wanneer ze het over de actrice heeft. Ook het apparaat moest worden ‘gecast’ en werd onderworpen aan fysieke repetities. “De attractie die we vonden was volledig geautomatiseerd. Voor de film is hij omgebouwd, zodat hij handmatig kon worden bestuurd. Net als bij Noémie moesten we creatieve manieren vinden om hem te vormen tot wat we zochten, een proces waarbij we steeds moesten aftasten waar de grenzen lagen.”

Klassiek liefdesverhaal

Juist omdat Jeannes verlangen zo ver ligt buiten dat wat normaal wordt genoemd, koos Wittock ervoor het verhaal daaromheen heel normaal op te bouwen. “Het is een klassiek liefdesverhaal, met alle momenten die daarbij ­horen: de eerste blik, de eerste aanraking, de ander voorstellen aan je ouders, de eerste ruzie, de verzoening. In essentie is het een simpel liefdesverhaal, en een simpel coming-of-ageverhaal – zowel voor Jeanne als voor haar moeder.”

Die coming of age draait voor beide vrouwen om acceptatie. Juist daarin vond Wittock de universaliteit van dit unieke verhaal. “Het is makkelijk iemand als Erika ­Eiffel af te schilderen als een freak, maar ze is gewoon een mens. Ik identificeerde me direct met haar – omdat ik ook verliefd ben geweest, al was dat niet op een object, en omdat ik me ooit een outsider heb gevoeld, al was dat om een andere reden. Hopelijk biedt de poëzie van de film ruimte voor elke kijker om zijn of haar connectie te maken met wat Jeanne doormaakt.”

Jumbo is vanaf woensdag online te zien in 28 digitale filmzalen via Picl.nl en vanaf donderdag op Vitamine Cineville, de onlangs gelanceerde thuissite van Cineville (gratis voor leden).

Zoé Wittock

Zoé Wittock (1988) werd geboren in België en groeide op in onder andere Afrika en Australië. Op haar zeventiende verhuisde ze in haar eentje naar Parijs om daar een filmopleiding te volgen. Haar Master Filmregie ­voltooide ze aan het American Film Institute in Los Angeles. Sindsdien woont en werkt ze afwisselend in Brussel en Parijs. Jumbo is haar eerste speelfilm.

Zoé WittockBeeld Joel Saget/AFP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden