PlusInterview

In ‘De berenvrouw’ is de schrijver zichtbaar in al haar feilen

In De berenvrouw reconstrueert Karolina Ramqvist het verhaal van de in 1541 op een onbewoond eiland gedumpte Marguerite de la Rocque. Hoe historisch literatuuronderzoek uitmondt in zelfonderzoek.

Marguerite de la Rocque werd in 1541 achtergela­ten op een door beren bevolkt eiland in Newfoundland. Beeld Getty Images
Marguerite de la Rocque werd in 1541 achtergela­ten op een door beren bevolkt eiland in Newfoundland.Beeld Getty Images

Als een vriendin haar aan een cafétafeltje vertelt over een vrouw die, tijdens een van de eerste ­koloniale expedities, na een seksueel schandaal aan boord van het schip in 1541 wordt achtergelaten op een door beren bevolkt eiland in Newfoundland, begint haar obsessie. In haar vijfde roman De berenvrouw beschrijft Karolina Ramqvist hoe zij, gelauwerd schrijver en moeder van drie jonge kinderen, onophoudelijk aan deze vrouw denkt; ze heeft zelf concentratieproblemen, is beland in een ‘slepende, inktzwarte periode’ en stelt zich voor hoe ze, net als deze Marguerite de la Rocque, wegkruipt in een diepe grot.

Ze besluit, omdat ze is vastgelopen in de roman waaraan ze werkt, een filmscenario te schrijven gebaseerd op dit historische over­levingsverhaal – al heeft ze haar vriendin moeten beloven er niet mee aan de haal te gaan. Maar ze raakt, in deze tijden van digitalisering waarin ze oude Franse teksten via de Biblio­thèque Nationale kan oproepen, steeds meer opgeslorpt door haar bronnen; waaronder de Heptamerone, een raamvertelling van koningin Margaretha van Navarra (1492-1549) waarin van de verschoppelinge gewag wordt gemaakt. Het schrijven van een roman blijkt uiteindelijk onontkoombaar.

In De berenvrouw paart Ramqvist haar zowel objectieve als subjectieve reconstructie van het verhaal van Marguerite de la Rocque aan zelfonderzoek naar haar moederschap en schrijverschap.

Eerst maar de vraag: wat vindt uw vriendin ervan?

“Ze is er niet blij mee. Althans, ze vindt het boek geweldig, het beste wat ik geschreven heb zelfs. Maar ze baalt dat ik het gedaan heb terwijl ze me zo had gevraagd het niet te doen.”

Maar zoals u in het boek ook schrijft: alles wat er in uw leven gebeurt komt er in een geschreven vorm weer uit. De meedogenloosheid van de schrijver?

“Waarschijnlijk wel, ja. Het is in ieder geval voor een schrijver onmogelijk om iemand anders te laten bepalen waar hij of zij over mag schrijven of niet.”

Wanneer kwam die omslag van scenario naar roman?

“Naarmate ik me steeds meer verdiepte in de drie Franse historische teksten die de bron zijn van dit verhaal, van kosmograaf en ontdekkingsreiziger André de Thevet die Marguerite de la Rocque heeft gesproken nadat ze haar verbanning had overleefd, de op Boccacio’s Decamerone geïnspireerde raamvertelling van Margaretha van Navarra en een roman van François de Belleforest. Het is in zekere zin een eerbetoon geworden aan lezen en schrijven.”

Maar het gaat ook over de vele angsten en remmingen van de schrijver zelf. U geldt als een succesauteur. Hebt u niet geschroomd deze te delen?

“Ik had er al eerder over geschreven, in een essaybundel die in 2016 in Zweden is verschenen; over hoe moeilijk ik het vind te praten over wat ik heb geschreven, om schrijver te zijn met hoofdletter S, wat van schrijvers nu eigenlijk wordt verlangd. In plaats van eenvoudigweg iemand te zijn die schrijft.”

Was deze introspectie de enige uitweg om uw roman tot stand te brengen?

“Ja, dat werd noodzakelijk omdat het een verhaal werd over schrijven en het interpreteren van het verleden en daarbij dienden al mijn angsten en remmingen zich aan. Ik heb natuurlijk wel overwogen een puur historische roman te schrijven, zonder de stem van de schrijver. Maar het moest toch zo, met de schrijver zichtbaar in al haar feilen.”

Het gaat ook over moederschap en het verschil tussen het zonnige plaatje en de veel morsiger realiteit – toch nog een beetje een taboe.

“Inmiddels wel minder taboe, denk ik. Maar het is er nog wel, en misschien nog wel complexer dan ooit. Want we willen onze kinderen geen schade toebrengen door te klagen over het moederschap, bovendien hóeven vrouwen nu geen kinderen meer te krijgen, we hebben geen man en gezin meer nodig om te kunnen over­leven. Maar voor mij is het grootste taboe nog wel moederschap als onderwerp van literatuur. Het raakt de kern van ons bestaan, – iedereen wordt geboren uit een moeder – maar toch wordt het niet belangrijk genoeg gevonden om over te schrijven.”

U schrijft ook over de angsten van moederschap – drie kleine kinderen, van u afhankelijk. Ervoer u dat als verstikkend?

“Ik ben mijn hele leven al bang voor van alles geweest en ik wilde daarom altijd alles onder controle hebben. Het hebben van een partner en drie kinderen drukte me er bovendien nog eens extra met mijn neus bovenop hoeveel kans op verlies en pijn het leven te bieden heeft. En ik realiseer me nu dat ik me daar tegen heb geprobeerd te wapenen door schrijver te worden: iemand die alles wat haar overkomt tot een boek kan verwerken.”

U schrijft over een lange periode van duisternis; heeft dit boek u daar weer uitgesleept?

“Ik schreef dit boek tijdens een grote crisis; een terugkerende duisternis waarvoor ik altijd bang ben, met daarnaast uitputting na jaren van intensief schrijven en intensief moederschap én zwaar weer in mijn privéleven. Ik was oververmoeid en kwetsbaar. ”

“Maar tegelijkertijd gaf het lezen en schrijven zin aan mijn bestaan. Ik voelde me heel erg geïsoleerd en de handreiking die ik kreeg van die andere vrouw in isolement op dat eiland in de zestiende eeuw was me ontzettend dierbaar. Toen ik het boek had voltooid was het zomer geworden en voelde ik me als herboren.”

Raakt u vaker zo geobsedeerd door een onderwerp?

“Als ik schrijf is dat altijd in zekere mate obsessief. Het moet wel, want ik ben een langzame schrijver en ik weet vooraf al dat ik een lange periode met het onderwerp bezig zal zijn. Maar dit keer werd ik wel heel erg die andere wereld binnengezogen. Het hielp me enorm om te kunnen ontsnappen naar die Franse renaissance; naar schilderijen te kijken, door die oude geschriften te scrollen en me de levens voor te stellen van deze vrouw en van hen die in hun tijd over haar schreven.”

Wanneer besefte u dat jullie levens in zekere zin vervlochten waren?

“Beetje bij beetje. Ik ontdekte dat alles wat ik over haar las, een Franse jonge vrouw van adel midden zestiende eeuw, op de een of andere manier resoneerde met mij, met mijn leven, met mijn tijd; met de crisis waarin ik me bevond, maar ook met het punt waarop ik stond uit mijn isolement te breken.”

“Dat is waar ik in mijn boek schrijf over de reis die de moeder en haar inmiddels tienerdochter maken naar Frankrijk voor research. Die passages gaan over hoe de schrijver-moeder zich probeert te verhouden tot haar kind en de fysieke wereld om haar heen in plaats van tot haar schrijven. Schrijven heeft me altijd behoed voor angst en pijn – maar het heeft me ook geïsoleerd. Dat is waar De berenvrouw ook over gaat: over uit je schulp komen, over uitbreken en deelnemen aan het echte leven. Of in ieder geval: proberen dat te doen.”

Invloedrijk feministe

Karolina Ramqvist (1976) is een van de eerste invloedrijke auteurs en feministes van haar generatie in Zweden. Ze schreef vijf romans, waarvan De berenvrouw (2019) de meest recente is. In 2015 werd haar werk bekroond met de PO Enquist Literatuurprijs, een aanmoedigingsprijs voor Scandinavisch literair talent op het punt van doorbreken.

Karolina Ramqvist, De Berenvrouw, Vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen, Nijgh & Van Ditmar, €21,50, 304 blz. Beeld
Karolina Ramqvist, De Berenvrouw, Vertaald door Janny Middelbeek-Oortgiesen, Nijgh & Van Ditmar, €21,50, 304 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden