Jessica KuitenbrouwerBeeld Artur Krynicki

‘Ik zat echt tegen een gigantische burn-out aan’

PlusJessica Kuitenbrouwer

Kort na Pinksteren zat ik tegenover een cafébaas die zijn terras wilde uitbreiden. Hij had briefjes in de bus gedaan bij mij en al mijn buren, om ons uit te nodigen met hem in gesprek te gaan als we vragen of bezwaren hadden, en ik was op die uitnodiging ingegaan.

Ik zat niet per se te wachten op territoriumvergroting en ruimere openingstijden van het café (meer drukte, meer gedoe ’s avonds laat), maar het café en ik hadden door de jaren heen een rapport opgebouwd en ik wilde laten blijken dat ik het graag zag overleven. Ik wilde best deze zomer wat van mijn eigen comfort inleveren, als dat zou betekenen dat het café dít café bleef.

De afgelopen jaren had ik in deze buurt zaak na zaak zien sluiten of verkassen, en maar zelden kwam daar een sympathiekere onderneming voor in de plaats. Niet alleen leefde ik mee met de cafébaas, de kans op een dergelijk changement wilde ik graag beperken.

De cafébaas zag er niet zo best uit. Hij zag pips en bewoog schuchter. We praatten over zijn jonge gezin, over hoe hij nog geen jaar eerder de zaak van zijn vader had overgenomen en natuurlijk nooit zo’n ramp als deze had kunnen voorzien. We praatten over de geschiedenis van de zaak, die bij veel Amsterdammers bekend is en voor mij altijd dient als herkenningspunt wanneer ik een pizzakoerier moet uitleggen waar ik precies woon. Het werd gezellig en in de weken daarna nam ik wat vaker plaats op zijn terras dan ik had gedaan als de cafébaas en ik dit gesprek niet hadden gevoerd.

Zo ook afgelopen week, toen de zon eventjes verlegen scheen en mijn aandacht zich al snel verschoof van mijn tijdschrift naar een luidkeels weerzien van twee vriendinnen.

De twee vrouwen van nog net geen middelbare leeftijd omhelsden elkaar uitvoerig onder het mom van ‘o jee, oeps, vergeten, ach ja…’

“Maar, vertel! Hoe gaat het nou met je?” vroeg de een.

“Nou…. ik zal er geen doekjes om winden. Ik zat echt gewoon tegen een gigantische burn-out aan. Die corona is het beste wat me ooit is overkomen. Geen grappen. Het is een godsgeschenk geweest! Het hele kantoor viel stil. Ik heb nog nooit zo genoten!” zei de ander glunderend.

Ik keek naar de serveerster die elke ochtend vol goede moed het uitgebreide terras opbouwt en binnen een uur droevig de parasols maar weer inklapt voor de regen. En naar haar immer pipser wordende baas achter de bar. Gelukkig had geen van beiden gehoord wat ik net had opgevangen.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden