Essay

‘Ik hoop ooit weer achteloos door een culturele ­agenda te bladeren’

Komt er een verlichting van de lockdown en kunnen we straks weer heel voorzichtig naar theater, concertzaal of museum? Hoe de online tsunami aan kunst het gemis van de echte ervaring niet verhelpt.

Beeld Ted Struwer

Vierdaags festival ter ere van Arvo Pärt in Muziek­gebouw aan het IJ; ­marathonvoorstelling van Judith Herzbergs Leed­vermaak-trilogie door Het Nationale Theater; World Press Photo in de Nieuwe Kerk – en vanaf pagina 51 ‘de onmisbare culturele maandagenda’. Ik zal hem bewaren, de Uitkrant van april 2020, die op de mat viel toen de culturele maandagenda al was leeggeveegd. De enige actuele referentie die de makers kennelijk nog hadden kunnen toevoegen was een ‘corona-alert’, op pagina 17. ‘Let op, veel voorstellingen zijn afgelast. Check de websites van theaters en musea voor het laatste nieuws.’

Ik voel me als een kind zonder duitje in de snoepwinkel, als ik blader door al wat geweest zou zijn. En waar ik toen het kon en mocht misschien niet eens naartoe gegaan zou zijn want druk en werk en leven.

“Ik word helemaal gek van die koptelefoon!” klaagt collega Erik Voermans tijdens de Hangoutvergadering van de kunstredactie. “Ik mis het zo ontzettend, die concerten.” Krijgen we dinsdagavond te horen dat de wereld weer voor­zichtig een beetje open mag straks? Ik ben pessimistisch. Maar zelfs als het zo is: het Concert­gebouworkest bij elkaar op een podium? Voor een zaal met, eh, mensen?

Voorleesmarathon

In het begin was het nog best een beetje leuk en spannend en dapper en creatief hoe de culturele sector reageerde op de gecancelde voorstel­lingen, concerten, tentoonstellingen. Operapremière online, gestreamde optredens, voordrachtseries, extra films voor thuis in de huiskamer. God, waar waren we geweest zonder internet.

Maar inmiddels begint de kaalslag inzichtelijk te worden. Het drama in een culturele wereld waarop, zoals Johan Fretz zaterdag in zijn ­column nog maar eens benadrukte, al jaren ­visieloos en met sadistisch genoegen en dedain is bezuinigd. Op Facebook werd afgelopen week weer het fragment gedeeld uit de film Cloaca uit 2003 waarin Gijs Scholten van Aschat aan Peter Blok vertelt over zijn grote deconfiture. Hij is niet benoemd tot minister, maar tot staatssecretaris. Van Cultuur. “Man. Wat een blamage. Van Cultuur. Afgeserveerd.”

Mijn leven is niet, zoals dat van Voermans, een aaneenschakeling van klassieke concerten. Grote poppodia en mensenmenigten meed ik. Kleine filmhuizen graag, maar niet de grote ­zalen met popcornmalers. Maar deze dagen van kunst online maken het grote gemis voelbaar. Het gemis van dat moment van vervoering dat kunst ‘in het echt’ kan bieden.

Vol enthousiasme was ik begonnen aan de voorleesmarathon door de acteurs van ITA van Boccaccio’s Decamerone – mooi initiatief en praktisch tegelijk. Want al had ik het boek bij aanvang van de crisis aangeschaft bij de lokale boekhandel zoals het de goede burger van nu te doen staat, eraan toegekomen was ik nog niet.

Maar inmiddels ervaar ik een nieuw soort on­line stress. Ik heb Ritratto van Willem Jeths nog steeds niet gezien. Ik heb de voorstellingen van Orkater nog niet bekeken. Ben nog niet begonnen aan de Idfa-documentaires. Heb de audiovisuele rondleiding van curator Leontine Coelewij langs de Nam June Paiktentoonstelling in het Stedelijk niet gevolgd. En bij de Decamerone ben ik blijven steken bij aflevering 3 – al was het maar omdat de aanblik van die lege zaal me vreemd te moede werd.

Ik kan het niet, thuis. Thuis is er altijd iets ­anders dat eerst even moet, of iets dat stoort en onderbreekt al is het maar de om brokjes zeurende kat, of de vaatwasser die piept om uit­geruimd te worden. Thuis ontbreekt mij de aandacht en concentratie. Thuis is het gewoon niet echt.

Vastberaden opgewektheid

Ik zie mijn gevoel verwoord in een opiniestuk van hoofdredacteur van Kunstschrift Mariëtte Haveman in NRC over de digitale vloedgolf die de museumwereld nu over ons uitstort. ‘Met vastberaden opgewektheid,’ zoals Haveman schrijft, ondanks de ernstige prognoses, ‘alsof die filmpjes en wandelingen in 3D een bezoek aan het museum eigenlijk best aardig kunnen vervangen’. Dat is niet zo, betoogt ze, zoals een Van Gogh niet hetzelfde is als een reproductie van een Van Gogh, hoe mooi of macro ook. ‘Wat de beste van die filmpjes teweegbrengen is geen museumbezoek vanuit de luie stoel of nog meer kunst­genot dan u al gewend was, maar heimwee en verlangen naar het echte werk.’

En niet alleen naar het echte werk. Als ik aan de kunst in het Stedelijk denk, heb ik ook heimwee naar het gebouw. De sensatie van er zijn – oude trappen, nieuwbouw, Karel Appel check. Gekomen voor het één, gegrepen door iets ­anders – na de lange rij voor Chagall, Picasso en Mondriaan die duizenden zwarte motten van Carlos Amorales.

Ik heb de kaartjes en memento’s mee naar huis genomen die op mijn werkplek op de redactie hingen van bezochte tentoonstellingen, voorstellingen en concerten. Willem van Genk (1927-2005) kijkt me aan vanaf de folder van de tentoonstelling Woest in het Outsider Art Museum van de Hermitage. Zijn overdonderende collages en panelen laten zich niet in foto’s vangen.

Zien, horen, voelen

Een strookje met foto’s van de opening van het Parool Film Fest, in het Ketelhuis. Vrolijke collega’s op een vrolijke avond. De vrijkaartjes voor het Ketelhuis die ik cadeau kreeg, heb ik nog niet ingewisseld. Ik verlang naar het ritueel van naar de film gaan, naar het gevoel van verwachting van wat gaat komen als de lichten doven.

Het toegangsbewijs van Aus Licht, de marathonuitvoering van Karlheinz Stockhausen door Pierre Audi op het Holland Festival vorig jaar, in de Gashouder. Dag 3, met aan het eind De Engel-Prozessionen. Waar ik naar verlang is naar de magie van het dan en daar. Het dan en daar, waar je volledig bent opengesteld voor wat er is te zien, te horen, te voelen.

Het polsbandje dat toegang gaf tot Poems for Earthlings, de installatie van Adrián Villar ­Rojas in de Oude Kerk. De zandzakken, de kaarsen in de kronen, de soundscape met de geluiden, stemmen van overal ter wereld. De Oude Kerk recyclet nu de kaarsstompjes en deelt kaarsen uit die brandend online worden gedeeld als #candlesforearthlings.

Als ik mijn ogen dichtdoe, de kat en piepjes laat voor wat ze zijn en me heel goed con­centreer, ben ik er weer. Ik hoor de voetstappen, fluisteringen, die geluiden van ver. Zie hoe het kaarslicht flakkert op de grafstenen in die vreemd gedempte, desoriënterende ruimte.

Het is door zo te ervaren, dat je tot het diepst van je wezen kunt worden geraakt. Dat het bijblijft, beklijft, deel van je wordt. Dus liever dan online naar het nu waar ik niet kan en mag zijn, ga ik in mijn hoofd terug naar het dan en daar van toen. In de hoop dat ik ooit weer achteloos en vanzelfsprekend door een culturele maand­agenda zal mogen bladeren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden