Plus Recensies

Ik ga op reis en ik neem mee...

Welke boeken nemen de recensenten van Het Parool mee op vakantie? Vandaag de selectie van Dieuwertje Mertens, Dirk-Jan Arensman, Kim Schoof, Hans Renders en Maarten Moll.

Beeld Marit Goossens

Dieuwertje Mertens

Anna Burns, Milkman

‘The day Somebody McSomebody put a gun to my breast and called me a cat and threatened to shoot me was the same day the milkman died,’ luidt de opening van de winnaar van de Man Booker Prize 2018. Aan dit soort spektakelzinnen wil ik me wel laven deze zomer. Geschreven vanuit een achttienjarig meisje dat door haar ontmoetingen met de melkboer middelpunt van roddel en achterklap wordt, met op de achtergrond The Troubles. Burns toont hoe wreed de mens kan zijn.

Benoîte Groult, Iers dagboek 1977-2003

Groult schreef in haar erotische bestseller­roman Zout op mijn huid over een intellectuele Parisienne die een broeierige affaire begint met een Bretonse visser – zomerboek bij uitstek. Uit het Iers dagboek van de Franse feministe blijkt dat er weinig fictief was aan de roman. Het ­begint met de aanschaf van een zomerhuis op een rots aan de West-Ierse kust en de joie de vivre druipt ervan af. Over kreeftenkorven ­leeghalen, koken, lezen en beminnen.

Michel Houellebecq, Serotonine

Het is vrijwel onmogelijk om Houellebecqs nieuwste dystopie nog niet te hebben gelezen, maar als criticus kan het je overkomen dat een roman overspoeld raakt door andere boeken. Opwekkend is Houellebecq niet, maar wel sardonisch: deze roman met een (natuurlijk!) impotent hoofdpersonage is niet alleen een maatschappijkritiek, maar ook een liefdes­verhaal.

Dirk-Jan Arensman

Ali Smith, Lente

De zomervakantie is altijd een goed moment om alsnog te lezen wat er in het eerste halfjaar door de mazen glipte. En dit derde deel van Smiths tot nu toe indrukwekkende vier­seizoenencyclus lijkt een bijzonder vette vis. Opnieuw een caleidoscopisch verhaal over tijdloze zaken als creativiteit en vriendschap, én over het hier en nu van brexit, #MeToo en de wanhopige wereld van asielzoekerscentra.

Stephen King, It

Het voordeel van gênant laat ontdekken dat King écht een geweldige verteller was, is dat je veel hebt in te halen. Sinds we ooit werden verleid door het onderwerp van 11/22/63 (2011) – de moord op John F. Kennedy – en kort daarop Under the Dome (2009) verslonden, gaat er elk jaar minstens één van zijn klassiekers mee in de vakantiekoffer. De zomer van 2019 wordt dus de zomer van mysterieuze kindermoorden in Derry, Maine en van horrorclown Penny­wise.

George Orwell, Down and Out in Paris and London

Ook altijd fijn: herlezen als een vorm van vooruitkijken. Orwells debuut uit 1933 over de avonturen van een berooide schrijver tussen de zwervers in logementen van het Leger des Heils en, pakweg, als vaatwasser in de ploeterkeukens van chique Parijse restaurants – gebaseerd op zijn eigen ervaringen – herinneren we ons als een briljant staaltje reportagekunst. Indringend, geestig en prachtig geformuleerd.

Kim Schoof

Gail Levin, Lee Krasner: A Biography

Ik heb deze zomer op vakantie in Engeland een aantal missies, zoals een bezoek aan de overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse abstract expressionist Lee Krasner (1908-1984) in Londen. Daarom gaat de Krasnerbiografie van kunsthistoricus Gail Levin (71) mee in mijn ­bagage. Of Krasner, zoals het verhaal gaat, in de jaren veertig werkelijk een tijd stopte met schilderen omdat ze liever de huisvrouw speelde van echtgenoot en mede-expressionist Jackson Pollock, dat zullen we nog wel eens zien!

Henry James, The Golden Bowl

Voor een bezoek aan The Lamb House in ­Cherryfield, dat tussen 1897 en 1914 onderdak bood aan de van oorsprong Amerikaanse auteur Henry James , pak ik vanzelfsprekend een roman van James in. Aanvankelijk dacht ik aan de horrornovelle The Turn of the Screw, maar toen ik begon te googelen, bleek dat het in het dorp verderop spookt (het ergst, zelfs, van heel Engeland). Liever iets veiligers dus: The Golden Bowl, over overspel.

Nadia de Vries, Kleinzeer

Een boek waar ik al een tijdje naar uitkijk en dat hopelijk op tijd verschijnt om mee te nemen, is Nadia de Vries’ Kleinzeer. De Vries schreef eerder een Engelstalige dichtbundel en onderzoekt aan de Universiteit van Amsterdam de verbeelding van het (dode) lichaam in digitale cultuur. Kleinzeer zal gaan over lichamelijke en mentale ziekte; over hoe niet alleen zij, maar ook de maatschappij daarmee omgaat.

Hans Renders

Andrew Roberts, Churchill

De biografie van prime minister Winston Churchill is een diepgravend, vermakelijk en goed geschreven boek. Andrew Roberts weet de wereldgeschiedenis te verbinden met het leven van deze kleine (1,67 meter) en knorrige man die als een roze varkentje vanuit zijn bed, gekleed in een flanellen pyjama, zijn secretariaatsmedewerkers de les las. Churchill publiceerde een oeuvre van bijna veertig lijvige boeken: 6,1 miljoen woorden, meer dan Shakespeare en Dickens samen.

Elsbeth Etty, In de man zit nog een jongen. Willem Wilmink – De Biografie

De in 2003 gestorven Wilmink leeft nog. Dat komt behalve door zijn mooie gedichten ook doordat zijn werk veelal geschreven werd voor legendarische televisieprogramma’s als De Stratemakeropzeeshow. Wilmink was ook een sneue figuur, blijkt uit deze ontluisterende ­biografie. Met zijn ‘klap op de achterknie’ had hij bijvoorbeeld geen succes: meisjes in bed proberen te krijgen door ze een stomp in hun knieholtes te geven. ‘Dan lagen ze alvast.’

Deborah Cadbury, Koningin Victoria als huwelijksmakelaar. Haar kinderen en kleinkinderen op Europese tronen

Deborah Cadbury schreef een pageturner over hoe de Britse koningin Victoria als huwelijksmakelaar haar (klein)kinderen aan een voordelige huwelijkspartner probeerde te helpen. Ze had 9 kinderen en 44 kleinkinderen, een ervan werd keizer Wilhelm II van Duitsland. De schande die hij over zich afriep, leidde ertoe dat het Britse koningshuis Van Saksen-Coburg en Gotha vanaf 1917 alle associaties met Duitsland van zich afwierp en zich voortaan de Windsor Family noemde.

Maarten Moll

Maria Stepanova, Voorbij het geheugen. Een familiegeschiedenis

Pffff. Weer een boek over de zoektocht naar een familiegeschiedenis? Maar de vragen die de Russische Maria Stepanova in Voorbij het geheugen beantwoord wil hebben, intrigeren. Ze reconstrueert de twintigste-eeuwse geschiedenis van haar Joods-Russische familie (dokters, architecten, bibliothecarissen, accountants en ingenieurs die slachtoffer werden van vervolging en onderdrukking), en vraagt zich af op welke manier zij zich moet verhouden tot die verloren levens.

Lauren Groff, Florida

Alligators. De geur van ‘slijmzwammen’. Gebouwen vol schimmel, in ‘saliegroen en steenrood’. ‘Zielzuigende warmte’, zinkgaten, tornado’s. Oververhit water dat een broedplaats wordt ‘voor zweepdiertjes die via de neus het ­lichaam binnendringen en de hersenen aantasten, oneindig veel piepkleine knabbelende eencelligen’. Een verhalenbundel waarin het niet gaat over zon, Disney, Everglades. Zo wil ik wel over Florida lezen.

Benjo Maso, Nederland heeft weer een gele trui

Nu Tom Dumoulin niet meedoet aan de Tour de France, is de kans dat ‘we’ deze ronde eindelijk weer eens winnen eigenlijk verkeken. De laatste Tourzege van een Nederlander was die van Joop Zoetemelk in 1980 (klinkt beter dan het is, want dit kwam slechts tweemaal voor). Die overwinning is geboekstaafd in Nederland heeft weer de gele trui. Geschiedenis van het Nederlandse wielrennen 1961-1985 van Benjo Maso. Nostalgie, maar heerlijke nostalgie, al zeg ik het zelf. En volgend jaar wint Tom de Tour.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden