Hanna Bervoets: ‘Chronische pijn is doorgaans onzichtbaar in culturele uitingen.’

Plus Interview

‘Ik ben vergeten hoe het voelt om geen pijn te hebben’

Hanna Bervoets: ‘Chronische pijn is doorgaans onzichtbaar in culturele uitingen.’ Beeld Prins de Vos

In haar nieuwe roman Welkom in het rijk der zieken schrijft Hanna Bervoets over leven met chronische pijn. ‘Een verhaal dat geen verhaal is’ in de oervorm van een heldenepos. 

Onontkoombaar? Dat vindt ze een groot woord, zegt schrijver Hanna Bervoets over het onderwerp van Welkom in het rijk der zieken. Haar roman gaat over leven met een chronische aandoening en chronische pijn – zoals zij leeft met een chronische aandoening en chronische pijn. “Ik liep wel al een hele tijd rond met dit thema. Twee jaar geleden voelde ik: nu moet ik hier meer mee doen. Ik houd geen dagboek bij, maar jaren geleden heb ik veel over mijn eigen aandoening geschreven, in essayvorm. Ik heb ervoor gekozen die stukken nooit te publiceren. Te persoonlijk, larmoyant, vond ik het. Ze zitten in een mapje waarvan ik de naam niet meer weet in Windows.”

Het thema ziek zijn, zegt Bervoets, duikt ook al in eerdere romans op. In Ivanov speelt de hiv-epidemie een grote rol. In Efter, dat de nabije toekomst als setting heeft, wordt verliefdheid als psychische aandoening gezien. “Ik heb meer vaste thema’s die in verschillende boeken komen bovendrijven. Dat gaat niet bewust, achteraf ontdek ik pas verbanden tussen romans. Het thema hechting komt bijvoorbeeld ook vaak terug. Nu heb ik het ziek zijn het duidelijkst uitgewerkt.”

In Welkom in het rijk der zieken krijgt hoofdpersoon Clay Q-koorts na het aaien van een besmette geit op een kinderboerderij en hij houdt daar het Q-koortsvermoeidheidsyndroom aan over; in zijn vergeefse zoektocht naar genezing belandt hij in een parallelle wereld, het rijk der zieken – waar hij bij de hand wordt genomen door Susan Sontag (1933-2004), de schrijver die met Illness as Metaphor (1978) volgens Bervoets ‘hét essay over ziek zijn’ heeft geschreven. “Iedereen die over ziek zijn schrijft, citeert Sontag. Bijna clichématig.”

Sontag is ook voor u een rijke inspiratiebron.

“In Illness as Methaphor verzet Sontag zich tegen het gebruik van metaforen voor ziekten omdat die vaak cultureel bepaald zijn en geen recht doen aan de medische werkelijkheid. Het is haast ironisch dat ze haar essay juist opent met een metafoor en dat die passage de meest geciteerde werd. Sontag schrijft dat iedereen ingezetene is van twee rijken: het rijk der zieken en het rijk der gezonden, en dat iedereen vroeg of laat het verkeerde paspoort moet gebruiken. Ze stelt ziek zijn voor als emigreren naar het rijk der zieken. In mijn roman emigreert Clay figuurlijk wanneer hij ziek wordt, en zich opnieuw moet leren verhouden tot zijn gezonde omgeving. Maar het rijk der zieken krijgt ook een letterlijke uitwerking, daar heb ik een Alice in Wonderland-achtige wereld van gemaakt waarin Clay een reis moet afleggen.”

Films of boeken over ziek zijn kennen vaak een vast verloop. Zoals u schrijft: ‘Het personage wordt ziek, hij schrikt, hij lijdt, en dan wordt hij weer beter of niet.’ Maar een chronische toestand laat zich lastig in een scenario vangen.

“Natuurlijk zijn er uitzonderingen op die regel. Maar chronische pijn is doorgaans onzichtbaar in culturele uitingen, en mensen zien het niet aan je. Soms is dat ook wel fijn, dat je het voor jezelf kunt houden.”

U vond wél een scenario. In het rijk der zieken, met zijn pillenpakhuizen, kavels met capsules en lijvenloodsen, trekt Clay zijn lichaam op een karretje met zich mee door een ‘woud van alternatief en onbewezen’ en ontleent hij tijdelijk nieuwe kracht aan ‘hoopsmook’.

“Ik heb het meest genoten van het schrijven van die scènes in het letterlijke rijk der zieken, in dialoogvorm, als adempauze tussen de meer rauw-realistische herinneringen van Clay. Door alles wat figuurlijk is letterlijk te nemen ontstaat iets absurds, een taalspel. Ik kon er ook mijn liefde voor fantasy, games en Hollywoodfilms in kwijt.”

“Toen het boek bijna af was, ontdekte ik dat ik die scènes intuïtief in de ‘monomyth’ had gegoten. Dat is een verhaaltheorie die Joseph Campbell in 1949 beschreef in The Hero With a Thousand Faces: het idee dat alle grote verhalen terug te voeren zijn op dezelfde vaste stadia en ingrediënten; de held krijgt een oproep maar verzet zich, hij krijgt een sidekick toegewezen, moet taken vervullen, raakt rock bottom maar zet door, ontmoet allerlei symbolische figuren. Je ziet de monomythe terug in Hollywood, bij George Lucas bijvoorbeeld in Star Wars, maar ook bij de verhalen rond King Arthur en in Russische volkssprookjes. Toen ik daar achter kwam, kreeg ik er nog meer plezier in en heb ik dat verder aangescherpt. Zo heb ik een verhaal dat geen verhaal lijkt, chronisch ziek zijn, in de oervorm van een heldenepos kunnen gieten.”

En daar tegenover dat rauw-realistische verhaal van Clay die ziet dat zijn vertrouwde leventje hem ontglipt. Waarom hebt u ervoor gekozen dat in de je-vorm te schrijven?

“De tweede persoonsvorm is een oude liefde, opgedaan toen ik als zeventienjarige Bright Lights, Big City van Jay McInerney las. Ik koos ervoor omdat ik deze roman zie als een verhaal dat Clay aan Clay vertelt over Clay. Clay ziet het ziek zijn nog niet als onderdeel van zichzelf en creëert zo afstand tot de huidige Clay. Die gespletenheid komt in het hele boek terug.”

Clay houdt heimwee naar zijn vorige zelf, is dat ook hoe u dat ervaart?

“Ik weet het niet zo goed. Dertien jaar geleden kreeg ik de diagnose Ehlers Danlos type H, een genetische bindweefselaandoening die bij mij chronische pijn oplevert. Inmiddels ben ik geloof ik vergeten hoe het is om geen pijn te hebben, dat wil zeggen: hoe het vóelt. Mijn boek gaat in zekere zin over rouw, over afscheid nemen van een gezond lichaam en de vanzelfsprekendheden die dat lichaam met zich meebracht. Clay is nog niet klaar voor dat afscheid. ‘Je moet het een plekje geven,’ krijgt hij steeds te horen. Dat vindt hij een cliché, hij kan er niets mee. Toch is dat hulpverlenerslingo soms misschien best accuraat. Acceptatie is iets wat zich moeilijk in woorden laat vatten.”

‘Welkom in het rijk der zieken’. Uitgeverij Pluim, 320 blz, €22,50. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden