PlusRecensie

‘Ik ben mijn lichaam niet’: zo verlaat een terminaal zieke het falende lichaam

Uitvaartmuseum Tot Zover toont een film en installatie van Vanesa Abajo Pérez over terminaal zieken. Zij leren de wereld zien vanuit een ander perspectief dan dat van hun falend lichaam.

Beeld uit de film 'Ik ben mijn lichaam niet' van Vanesa Abajo Pérez. Beeld Vanesa Abajo Pérez
Beeld uit de film 'Ik ben mijn lichaam niet' van Vanesa Abajo Pérez.Beeld Vanesa Abajo Pérez

Plato noemde het lichaam ‘de kerker van de ziel’. Mensen zijn ertoe veroordeeld hun essentie te uiten via een imperfect omhulsel dat nooit precies kan weergeven wat erin zit. En dan veroudert het ook nog om uiteindelijk te sterven.

De hoofdpersoon in de film Ik ben mijn lichaam niet van Vanesa Abajo Pérez legt zich niet neer bij die stoffelijke afhankelijkheid. Ze lijdt aan kanker, is terminaal, maar zij acht zichzelf meer dan haar falend lichaam, dat telkens maar deels in beeld komt. De kijker leert haar verder kennen via haar interieur: de kamerplanten, de kerstboom die net iets te groot is voor de ruimte, het uitzicht op een speelplaats van een lagere school.

Impressionistische shots

De korte, impressionistische shots worden afgewisseld met dichtregels, waar we al snel de antwoorden van het lichaam in lezen. “Zonder mij houd jij op”, krijgt de stervende ingewreven. Om even later te erkennen dat de afhankelijkheid wederzijds is: “Zonder jou val ik uiteen.”

De seizoenen volgen elkaar op en de strijdvaardigheid van de vrouw lijkt beloond te worden. Uit flarden van telefoongesprekken kunnen we opmaken dat een operatie succesvol was, dat er geen genetische oorzaak is voor haar ziekte. Maar dan is ze plots toch dood en worden haar spullen door anderen ingepakt en van een nieuwe bestemming voorzien.

Uit gesprekken met terminaal zieken leerde Abajo Pérez dat mensen in zo’n bewuste eindfase van hun leven op een bepaalde manier onthecht raken. Ze leren hun lichaam anders ervaren, als een dingen tussen de dingen. Als dat lichaam verdwijnt, blijft er iets ‘kleven’ aan die omringende voorwerpen. Alsof ze een beetje ‘bezield’ zijn geraakt. Dat we dus op een bepaalde manier, misschien maar vluchtig, kunnen bestaan buiten die gevangeniscel van Plato.

Trouwfoto, koffiemok

Dat alle stoelen in de filmzaal afkomstig zijn van recent overleden mensen, is echter iets wat je niet weet tenzij je erover gelezen hebt. Maar misschien is dat de conclusie van een rationalist met beperkte spirituele voelhorens. Toch rijst het vermoeden dat Abajo Pérez ook gelooft in de kracht van het verhaal en de herinnering boven een autonoom opererende levensenergie. Want in de gang presenteert ze telkens attributen uit de film – de hakken die de vrouw droeg tijdens een verliefde dansavond, de trouwfoto, een koffiemok – in combinatie met een audiofragment dat wordt geactiveerd zodra je in de buurt komt.

Op de website van Tot Zover is te lezen dat Abajo Pérez met haar installatie het egocentrisch perspectief wil doorbreken, dat in het huidige tijdperk van selfies en dikke-ikkes sterker is dan ooit. Hoe mooi en hoopgevend dat ook klinkt, vermoedelijk kunnen maar weinigen zich het gezichtspunt van een meubelstuk of zelfs de spinnende kat voor de verwarming voorstellen. Daarvoor zijn onze kerkers toch te beperkt.

Computerterminal

Ook in de installatie die de kunstenaar op het einde van de tentoonstelde, zijn de voorwerpen ondergeschikt aan de mens – en dan niet de overledene maar de overlevende. De rommelige kamer is de reconstructie van iemands treurige eindstation. Overal staan lege bierblikjes, volle asbakken en zakken gevuld met medicijnen. Het dagritme is gemarkeerd met post-its maar de schijn van orde is duidelijk allang losgelaten. In het middelpunt van dit kleine universum staat een oude computerterminal die waarschijnlijk de laatste verbindingslijn met de buitenwereld vormt. Het ruikt er een beetje muf. Je voelt dat iemand hier zijn laatste dagen heeft gesleten. Daarin is de kunstenaar geslaagd. Maar als kijker vraag je je onwillekeurig af of dit het soort sporen is dat iemand wil achterlaten.

Ik ben mijn lichaam niet: t/m 8 augustus in Museum Tot Zover

Tot Zover vernieuwd

Nederlands Uitvaart Museum Tot Zover, gevestigd op begraafplaats De Nieuwe Ooster, heeft zijn vaste opstelling vernieuwd. Topstukken uit de 3000 voorwerpen tellende collectie belichten hoe in verschillende tijden en culturen wordt omgegaan met de dood en herinneringen aan overledenen. Bijzonder zijn de stillevens gemaakt met haar van overledenen, maar ook de collectie miniatuurbegrafenisauto’s mag er wezen. De presentatie van urnen wordt regelmatig aangevuld met de ‘urn van het kwartaal’. En hedendaags design is vertegenwoordigd door de Dödlik van Nelleke van Lomwel en Laura Hooreman. Volgens het zelfbouw­principe van Ikea ontwierpen zij een no-nonsense doodkist die overlevenden niet op kosten jaagt. Het particuliere museum is geopend van woensdag t/m zondag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden