Plus

'Ik ben hetero maar klink toch gay. Hoe kan dat?'

Gijs Groenteman (42) is journalist en reuze hetero. Toch hoort hij vaak: 'Goh, ik dacht dat jij hómo was!' Dat komt vooral door de manier waarop hij praat: hoogstemmig en geaffecteerd. Hij keek de documentaire Do I sound gay? en ging op zoek naar antwoorden.

Gijs GroentemanBeeld Archief

Ik heb een paar problemen gehad in mijn leven. Een van de minst bedreigende daarvan is mijn stem. Mijn stem klinkt, beleefd gezegd, apart. Nogal hoog, ik slis, ik articuleer niet goed. Bovendien kan ik geen wijs houden, wat jammer is, want ik hou erg van luid meezingen met van alles en nog wat. Ik ben, al met al, niet zo tevreden over mijn stem.

Een jaar of vijftien geleden maakte ik samen met Teun van de Keuken een nachtprogramma voor 3FM. Teun en ik zijn goede vrienden, maar het is nuttig om hier te vermelden dat wij geen seksuele relatie hebben en die ook nooit hebben gehad. Wij zijn allebei reuze hetero, hebben inmiddels met vallen en opstaan onze weg in de liefde gevonden en ook nog een flinke schare kinderen geproduceerd. We werkten destijds voor de VPRO, liepen graag hoogstemmig over het mediapark en maakten studentikoze grapjes. Dat hoogstemmige, daar kunnen wij niks aan doen, wij zíjn nou eenmaal hoogstemmig.

Ooit deden we mee aan een proefuitzending voor een voetbalprogramma, waarna Johan Derksen, die er ook iets mee te maken had, ons denigrerend aanmerkte als 'de jongens met die stemmetjes'. Ondanks die stemmetjes ambieerden wij een radiocarrière. En die ambitie bracht ons bij de nachtuitzendingen van 3FM, waar wij ons gebruikelijke melige-en-soms-bloedserieuze repertoire afdraaiden. Hadden we lol? Ja. Klonk het gay? Misschien.

Op een dag werden we gemaild door Merijn Henfling. Hij was hoofdredacteur van een tijdschrift voor jonge homo's, Expreszo, en vroeg zich af of wij niet iets voor zijn blad wilden doen. Omdat hij ons leuk vond op de radio. Dat wilden we best, maar was het geen probleem dat we geen homo's waren? Nou, deze mededeling zorgde voor de nodige verbazing aan de andere kant. Voor Henfling - later is hij nog chef van PS bij Het Parool geworden, dus gek is hij niet - was het volstrekt onvoorstelbaar dat wij géén homo's waren. En ja, hij had gehoord dat wij het in onze laatste uitzending over onze vriendinnen hadden gehad, maar hij was er volledig van uitgegaan dat dat allemaal als grap bedoeld was.

De conclusie is simpel: mannen die zo praten - slissend, enigszins geaffecteerd en nasaal - die moeten toch homo zijn? En, eerlijk is eerlijk, mijn toon is nog slepender en nasaler dan die van Teun, dus ik gold waarschijnlijk als de übergay van ons tweeën.

Vrouwen
Het was niet erg dat ik op dat moment met mijn neus op de feiten werd gedrukt: het feit dat ik als homo overkom. Natuurlijk wist ik dat al eerder. Het is me vaak gebeurd dat iemand tegen mij zei: 'Goh, ik dacht dat jij hómo was!' Maar veel vaker zal het gebeurd zijn dat mensen daar simpelweg van uitgingen en er geen woorden aan vuil maakten.

En eigenlijk is het ook helemaal niet gek om te denken dat ik homo ben. Sterker nog, ik ben er zelf ook redelijk verbaasd over dat ik geen homo ben. Er zijn heel wat clichés over homo's waar ik aan voldoe. Mijn slissende, slepende stemgeluid. Mijn liefde voor het Songfestival. Mijn speciale talent om met vrouwen bevriend te zijn (ik ben al van heel wat meisjes en vrouwen de gay best friend geweest, vaak tot mijn eigen frustratie, blijkbaar was ik niet de testosteronbom waarmee ze dolgraag wilden zoenen, maar typisch die geduldige sufkop met wie ze uren wilden praten).

En dan nog iets, hebben homo's niet vaak een dominante moeder? Die heb ik ook! En mijn vader, die kende ik niet eens! De vriendinnen van mijn moeder begonnen rond mijn vijftiende ook een voor een bezorgd te vragen wanneer ik eens uit de kast zou komen. Eerst voorzichtig aan haar, vervolgens zonder enige scrupules aan mij. Nee, het was absoluut logischer, en misschien gewoon zelfs makkelijker voor me geweest als ik gewoon op mannen viel.

Dom gegiechel
Ik geloof niet dat ik er echt nadeel van heb gehad dat mensen denken dat ik homo ben. Het enige jammere is dat het de lange sleep vrouwen die ik het liefst kwijlend achter me aan heb lopen wellicht heeft uitgedund. Omdat ze er dus op voorhand al van uitgingen dat ik homo was. Aan de andere kant, misschien ligt het wel aan mijzelf dat die sleep nooit zo gigantisch is geweest. En ik heb gelukkig wel een paar erg leuke vrouwen achter me aan gehad.

Maar die aversie tegen mijn eigen stem is wel tamelijk lastig. Mijn voornaamste werk is interviewen en die interviews neem ik altijd trouw op met een recorder. Daarna ga ik die gesprekken terug zitten luisteren en uittypen. Wat de mensen tegenover mij zeggen is nog wel te doen, maar ik kan mijzelf amper beluisteren. Dat domme gegiechel. Het oeverloze gebruik van het stopwoordje 'zeg maar'. Die hoge, nasale klank. Ik kan niet zeggen dat ik er na al die jaren nog van schrik, maar gewend ben ik er zeker nog niet aan.

En toch blijft het raadselachtig: waarom klink ik gay? Waarom hebben homo's blijkbaar een gelijksoortige manier van praten, waardoor ze klinken als homo's, en waarom heb ik die manier van praten óók? Of is het alleen maar beeldvorming, een vastzittend clichébeeld, en bestaat er helemaal niet zoiets als homoseksueel klinken?

Een tijd geleden kwam een documentaire uit waarvan ik hoopte dat ie mijn problematiek eens fijn zou gaan behandelen, Do I sound gay? Binnenkort is ie op Netflix te zien. Met rode oortjes begon ik eraan. Hij viel me een klein beetje tegen, eerlijk gezegd. Alles draait om de New Yorker David Thorpe, die inderdaad ontegenzeggelijk als een homo klinkt, maar hij ís dan ook homo. Dat is al een groot verschil met mij.

Aan het begin vraagt hij een lange reeks mensen op straat de simpele vraag: "Do you think I sound gay?" In hun ogen zie je dat ze allemaal 'ja' denken, maar dat zeggen ze niet allemaal. Ze zeggen dat hij intellectueel klinkt, dat zijn stem nasaal is, of: "I would definitely rate you as a metrosexual." Thorpe blijkt een nogal klaaglijke man die er even helemaal doorheen zit en dat grotendeels wijt aan zijn gay klinkende stem. "I've become obsessed with sounding gay," zegt hij, en: "I hate the way I talk." Kom op Thorpe, ik zit er ook wel eens doorheen, maar dat wijt ik toch ook niet aan mijn stem? Thorpe dus wel. Hij wordt gek niet alleen gek van zijn eigen gaygepraat, ook van de stemmen van zijn vrienden. Daarom gaat hij naar een logopedist die hem uitlegt hoe hij moet gaan praten om hetero te gaan klinken. De tips: minder nadruk op de laatste medeklinker, de laatste klinker niet al te veel uitrekken, stem omlaag - dat werk. We zien hoe Thorpe de ene na de andere oefening doet om minder gay te klinken. Hij praat liggend terwijl hij een boek op zijn buik heeft liggen, friemelt aan zijn mond terwijl hij praat, doet allerlei stemoefeningen.

De conclusie aan het eind van de film is uiteraard (daar staat precies de goede, optimistische muziek onder) dat het juist heel góed is om gay te klinken, als je gay bent. Dat je er ook juist blij om kan zijn, want dan hoeft niemand tenminste te gissen naar je geaardheid.

Hysterische moederbinding
Prima, maar ik ben dus níet gay en ik klink wel zo. In de film wordt een verklaring gezocht voor dat typische gay toontje. De meest plausibele theorie: homo's hebben meer naar vrouwen geluisterd dan naar mannen en zijn dus ook zo gaan praten. Het is blijkbaar zo dat vrouwen duidelijker, nadrukkelijker praten dan mannen. Dat zijn homo's na gaan doen. Een man vertelt dat zijn broer vroeger graag ging vissen met zijn vader, terwijl hij zelf het liefste thuis bleef om de telefoongesprekken van zijn moeder af te luisteren. "Guess who of us is sounding most gay?"

Beeld Simon Wald-Lasowski

Nou, dat zou voor mij toch ook wel het een en ander verklaren, aangezien mijn jeugd bijna volledig door vrouwen werd bevolkt. En daar heb ik dus, blijkbaar, mijn gay lisp aan overgehouden. En ik ben natuurlijk niet de enige hetero die zo lispelt. Jort Kelder, die klinkt toch ook heel gay? Presentator Tijs van den Brink klinkt bijvoorbeeld helemaal níet gay, gek genoeg, terwijl hij geen bronstige en lage stem heeft. Lodewijk Asscher: wel zo'n typisch geval van sounding gay.

Het valt me trouwens op dat Joden sowieso vaak een hoog lispelend stemmetje hebben. Misschien komt dat door onze hysterische moederbinding? Dan hebben we dus hetzelfde probleem als homo's en zouden Lodewijk Asscher, ik, Micha Wertheim en Woody Allen (om er maar eens een paar te noemen) allemaal vallen in de categorie hetero-Joden-die-gay-klinken.

Ik pieker er niet over om naar een logopedist te gaan die mij leert om minder gay te klinken. Wel zou ik best een boot willen huren tijdens de Gay Pride. Misschien kan er een speciale groep opgericht worden: The gay sounding proud heterosexuals.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden