PlusDansrecensie

IJzersterke editie van Julidans sluit af met smeltend ijs

Zeven ijsblokken, hangend aan een ijzeren ketting, prachtig uitgelicht. Alleen al het toneelbeeld van de in Amsterdam opgeleide scenograaf Nina Kay was de fietstocht naar Podium Mozaïek waard.

Lois Alexander onder het smeltende ijs. Beeld Renato Mangolin
Lois Alexander onder het smeltende ijs.Beeld Renato Mangolin

Op de dansvloer zien we Lois Alexander, die na haar afstuderen in New York naar Europa is gevlogen. Haar eerste solo maakte ze drie jaar geleden bij Dansmakers Amsterdam.

Haar nieuwe solo, Neptune, gaat over persoonlijke transformatie. Bij aanvang houdt ze het publiek letterlijk een spiegel voor. Door de spiegel te manipuleren sleutelt ze vervolgens aan ons beeld van een vrouwenlijf: het ene moment zonder gezicht, het volgende met drie benen.

Dankzij de combinatie met een organisch-vloeiende beweegstijl verandert Alexander voortdurend van vorm, net zoals het smeltende ijs transformeert. Aan het eind klinken woorden van Marlene Nourbese Philip, de schrijfster met wie de choreograaf de wil deelt onze blik te verruimen en onze geest in beweging te brengen. Een mooie missie die tot een bijzondere voorstelling leidt.

Alexanders solo vormde de afsluiting van een ijzersterke editie van Julidans. Zestien dagen lang waren op twaalf locaties in de stad meer dan negentig voorstellingen te zien geweest, waaronder dertien Nederlandse en zeven wereldpremières.

Vluchthaven

De energieke aftrap van het festival werd gegeven door de fantastische creaturen van Euripides Laskaridis. Thuis repeteerden de negen Grieken in een krappe studio, tijdens Julidans mochten ze op een weids podium losgaan. Ook voor de Braziliaanse dansers van Alice Ripoll, Marcela Levi en Lucía Rosso had het festival een mooi aanbod: voorafgaande aan hun optreden konden zij een aantal weken werken in een fijne ruimte.

Dit jaar fungeerde Julidans eens te meer als vluchthaven om even te ontsnappen aan de waan van de dag: politiek dédain voor kunst, oplopende besmettingscijfers en dodelijke criminaliteit op korte afstand van het theater. De dertigste editie bood een keur aan choreografen – 38 makers uit 17 landen – voor uitverkochte zalen met anderhalve meter tussenruimte. Er was werk te zien van de nieuwe generatie, maar ook van grote meesters als De Keersmaeker, Cunningham en Childs. Zonder uitzondering snakten de dansers ernaar de medemens te treffen. Het publiek was gretig om de kunstenaars na afloop van de voorstellingen te ontmoeten.

Zoeken naar antwoorden

Opvallend veel choreografen zochten naar een antwoord op de vraag wat ons maakt tot wie we zijn. Is het cultureel erfgoed, zoals de marmeren beelden van godinnen als Nikè of de mix van culturen die uitmondde in de rebetikatraditie? Is het onze huidskleur of ons testosterongehalte? Ons verlangen naar liefde of onze sprong-, huppel- of veerkracht? Of is het ons vermogen te improviseren, van een looppas dans te maken en weerstand op te bouwen tegenover het verstrijken van de tijd.

Dat laatste was misschien wel het hoopvolste dat het Dance On Ensemble ons leerde: de dansende homo ludens toont de menselijke maat, tart de tijdgeest en blijft fier overeind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden