PlusKlapstoel

Igone de Jongh: ‘Mensen dachten: wie is die snotneus die ineens Het Zwanenmeer danst?’

Nederland Zuiderwoude: Igone de Jongh op de Klapstoel.Beeld Harmen De Jong

Igone de Jongh (1979) is balletdanseres, een jaar geleden nam ze afscheid als eerste soliste van Het Nationale Ballet. Deze week verschijnt haar biografie: Igone.

Haarlem

“Ik ben geboren in de Grote Houtstraat, echt in het centrum. Vrij snel daarna zijn we naar een flat in het stadsdeel Schalkwijk verhuisd. Niet per se een heel chique buurt, maar ik vond het een lekker huis. Mijn broer en ik hadden onze eigen kamer en we hadden twee honden en vier katten. Later zijn we naar Velserbroek verhuisd, maar ik ging al jong uit huis vanwege mijn opleiding aan de Nationale Balletacademie in Amsterdam, dus ik heb nooit echt het ouderlijkhuisgevoel gehad. Dat heb ik wel gemist.”

Chinese schulp

“Dat heeft mijn man Thijs bedacht. Ik kruip erin als ik het niet meer weet of me gekwetst voel. Of als ik dingen voel die ik ingewikkeld vind. Dan is er moeilijk contact met mij te krijgen. Het is iets Aziatisch: niet zo snel je emoties laten zien, altijd een neutraal gezicht opzetten. Niets aan de hand. Het verwijst ook naar mijn afkomst. Mijn opa van moeders kant was half Chinees, half Engels en mijn oma aan die kant half Portugees en half Frans. Ze hebben heel lang in Indonesië gewoond. Mijn moeder is daar ook opgegroeid.”

Carol van Zalm

“Een onvoorwaardelijke, liefdevolle moeder. Ze was klein en fragiel, maar ze heeft hoog gebasketbald, omdat ze gigantisch snel was. Dertien jaar geleden is ze overleden aan kanker. Zolang ik haar heb gekend, was ze ziek, maar toch had ze veel humor en zelfspot. Als ik iets zwaar vind of moeilijk, hoor ik in mijn achterhoofd nog steeds haar stem: wel om jezelf ­blijven lachen, Igone. We hadden een onwaarschijnlijk sterke band. Laatst zag ik sinds lange tijd mijn beste vriendin en haar zus weer. Onze families zijn al bevriend sinds we op mijn tiende op een camping in Zuid-Frankrijk stonden. Ze zagen me en begonnen te huilen, omdat ik zo op mijn moeder lijk.”

Eenzaamheid

“Ik denk dat er geen ballerina op de wereld is die zich niet op een bepaalde manier eenzaam voelt. En dat ook wel lekker vindt. Jij staat daar op het podium, jij bent verantwoordelijk en ­niemand anders. Dat zorgt voor een bepaalde manier van concentratie. Als kind was vrij snel duidelijk dat ik meer talent had dan andere meisjes die op ballet wilden, dus werd ik in een hoekje gezet. In het begin vond ik dat moeilijk, maar het gevoel van dansen oversteeg uitein­delijk alles. Ik wilde zó graag.”

“De echte eenzaamheid heb ik vooral later gevoeld. Ik was de grote belofte van Het Nationale Ballet, maar moest dat nog wel even waarmaken. Je komt binnen en de mensen die al lang bezig zijn, denken: wie is die snotneus die ineens Het Zwanenmeer mag dansen? Er is jaloezie. Dat staat het opbouwen van vriendschappen in de weg. Ik was er ook niet naar op zoek, ging nooit naar feestjes, want ik wilde er alles uithalen wat erin zat. Dan is eenzaamheid de prijs die je moet betalen.”

Knie

“Op mijn twaalfde brak er tijdens een training een stukje kraakbeen af in de knie van mijn ­linkerbeen. Dat was op zich al wonderlijk, want meestal verbrijzelt kraakbeen en dan was er niet zo heel veel meer aan te doen geweest. In die tijd althans. Veel wonderlijker was nog dat ik bij een arts terechtkwam die drie weken eerder in Amerika had geleerd hoe je zo’n stukje kraakbeen weer kon lijmen. Ik was de eerste op wie hij dat uitprobeerde. Het is hem gelukt, hij is nog vaak naar me komen kijken. Ik was er zelf van overtuigd dat ik terug zou komen, maar de mensen om mij heen hebben hem wel even geknepen. Tegenwoordig worden dansers beter begeleid. Er is meer aandacht voor het atletisch gedeelte van het vak.”

Hans van Manen

“Een man met ongelooflijk goede smaak. Ik ken geen choreograaf die zo goed dans en muziek weet samen te smelten. Voor hem geldt: als de muziek er niet is, is er niks. Rudi van Dantzig was de eerste die mijn talent zag, maar we konden vreselijk botsen. Hans en ik verstonden elkaar. Ik was zijn muze. We waren zonder gêne. Als hij tegen mij had gezegd: ik wil dat je je nu uitkleedt en op je hoofd gaat staan, dan had ik het gedaan. Dat blinde vertrouwen brengt je heel ver.”

Seksloos verliefd

“Mijn danspartner Marijn Rademaker en ik kunnen op toneel naar elkaar kijken en echte verliefdheid voelen. We zijn daar niet bang voor, omdat we weten dat het geen gevolgen heeft. Omdat we geen seks met elkaar willen. Seks staat heel snel in de weg en dat is bij ons dus niet zo. Dat is zó fijn. Ik wil ons helemaal niet met hen vergelijken, maar Margot Fonteyn en Rudolf Noerejev hadden volgens mij een soortgelijke relatie. Die waren heel erg close. Je ziet op foto’s en filmbeelden dat zij één waren op het toneel. Nou ja, misschien hebben ze wél seks gehad, maar ik ga ervan uit van niet, want Noerejev hield meer van mannen.”

Kaasstengels

“Na een première een glas witte wijn met kaasstengels. Heerlijk. Ik hou van kaas en dan is het ook nog gefrituurd. Het is natuurlijk heel erg slecht voor je, maar dat is juist zo lekker. Eten is tegenwoordig veel minder een probleem onder dansers. Het wordt beter in de gaten gehouden dan in mijn tijd. Anorexia is echt iets van vroeger. Deze generatie rookt ook veel minder. Wij konden er wat van, ja.”

Xtc

“Echt heel af en toe, laten we het daar op houden. Ik dacht mijn hele leven: dat wil ik niet, dat durf ik niet. Ik was nogal braaf, een Vrouwtje Theelepel. Maar toen leerde ik Thijs kennen. We waren op vakantie en het leek hem fijn om samen een keer xtc te nemen. Ik had altijd het idee dat je dat deed op harde, grote feesten met veel mensen en keiharde muziek, maar die avond was het heel romantisch. Alleen wij tweeën. Het maakte zoveel los. We hebben onszelf voor de eerste keer helemaal overgegeven aan elkaar. Ik weet dat het niet goed voor je is, maar ik heb er alleen maar lieve associaties bij.”

Thijs Römer

“De liefste man die ik ken – en ik vind mannen niet snel lief. Hij is warm en zacht en je kunt ontzettend met hem lachen. Hij heeft een zwak voor mij en dat voelt fijn. Ik maak iets in hem los waardoor hij smelt en open is gaan staan voor het gezinsleven en onze liefde. Hij is de eerste niet-danser met wie ik een relatie heb. In het begin was dat een beetje raar, maar ook verfrissend. Ging het niet de hele tijd over ballet. En fysiek? Nou ja, een man blijft een man. Een BN’er in dit geval, ja. Maar ik vind dat we behoorlijk met rust gelaten worden. We wonen tegenwoordig in Zuiderwoude, daar kijkt echt niemand op of om.”

Dance, dance, dance

“Ik hoop in godsnaam dat dat programma weer terugkomt. Ik heb van John de Mol geleerd dat ik op tv gewoon mezelf kon zijn en dat dat oké is. De wat oudere generatie bezoekers van Het Nationale Ballet dacht: dat kan toch niet, dat een ballerina zich voor zo’n programma inzet. Maar ik vind het juist mijn taak om een ander publiek uit te leggen wat er zo mooi is aan het ballet. Televisie is gewoon een andere vorm van entertainment. En superleuk.”

Igone

“Mijn ouders hadden de naam Rifka bedacht. Tot ze me zagen: Chinees en vrij lelijk. Geen Rifka in elk geval. Na een paar dagen kwam mijn opa langs. Eerst zei hij dat ik op Mao Zedong leek en daarna: waarom noemen jullie haar geen Igone? Hij bleek ooit een vriendinnetje te hebben gehad in Griekenland dat zo heette. Het komt natuurlijk van Antigone, maar in het Baskisch betekent Igone wederopstanding. Dat heb ik gedaan: na mijn knie, na het overlijden van mijn moeder, na de scheiding van mijn eerste man Mathieu en nu na mijn afscheid van Het Nationale Ballet.”

Afscheid

“Ik had, na 24 jaar verbonden te zijn geweest aan Het Nationale Ballet, de 25 jaar willen volmaken. En dan had ik echt niet alleen hoofdrollen hoeven dansen. Ik vertel nu pas eerlijk waarom ik echt weg ben gegaan. Directeur Ted Brandsen en ik bleken andere verwachtingen en andere verlangens te hebben. Dat ging over de rollen die ik nog wilde dansen, maar ook over mijn toekomst bij Het Nationale Ballet. Ik was graag balletmeester geworden, maar Ted vond dat ik daar het talent niet voor had.”

“Er bleef te weinig over. Ik heb gezegd: voordat ik totaal gefrustreerd raak, stop ik er meteen mee, zodat ik zelf nog iets kan beginnen, want over twee of drie jaar ben ik te oud om te dansen. Ik hoopte dat ik op de een of andere manier deel kon blijven uitmaken van de familie, maar dat ging niet. Het heeft me erg veel pijn gedaan. Ik ben nog steeds bezig het verdriet te verwerken. En ondertussen zit de deur dicht.”

Carré

“Het gala dat vorig jaar zou zijn en dat we nu door corona hebben moeten doorschuiven naar juli. Hopelijk lukt het dan wel. Het moet geen drie jaar duren, maar het is moeilijk te voorspellen wanneer het niet meer gaat. Ik kan nog een hele hoop en, zoals het nu voelt, nog best wel lang. Een keer zal het ophouden. Ik ben er niet bang voor. Over tien jaar hebben Thijs en ik een huis op een berg in Umbrië, werk ik in de lokale bar en ben ik zielsgelukkig.”

Maike Meijer

Toren C? Hé pannenkoek, betalen? Sorry, het zegt me niks. Ik kijk geen tv, eigenlijk alleen de persconferenties van Mark Rutte.”

Igone
Marcel Langedijk
Uitgeverij Spectrum, €20,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden