PlusInterview

Ianthe Mosselman voelde woede na de geboorte van haar kind: ‘Het probleem was: de woede ging niet weg’

Ianthe Mosselman: 'Ik snap dat zo’n baby leuk is, maar je wilt als moeder niet altijd een gesprekje moeten voeren met die oudere dame die ook in de rij staat bij de bakker.' Beeld Fjodor Buis
Ianthe Mosselman: 'Ik snap dat zo’n baby leuk is, maar je wilt als moeder niet altijd een gesprekje moeten voeren met die oudere dame die ook in de rij staat bij de bakker.'Beeld Fjodor Buis

‘Ik weet niet waar de woede vandaan is gekomen, maar ze is er (....) Ze ligt stil onder het oppervlak te wachten tot ze uit mij kan breken,’ schrijft Ianthe Mosselman (1989) na de geboorte van haar inmiddels driejarige zoon. In Al die liefde en woede onderzoekt ze waar haar woede vandaan komt.

Dieuwertje Mertens

Voordat ze moeder werd, vond Ianthe Mosselman (1989), programmamaker bij De Balie, een vriendenboekje van de basisschool terug. Onder de vraag ‘wat wil je later worden?’ heeft ze ingevuld: ‘moeder.’ Ze schrijft: ‘Het treft me. Ik kan me niet herinneren dat ik als kind echt zo graag moeder wilde worden, liever dan al het andere.’ Haar ouders hebben een verklaring: Mosselman moest tot haar grote frustratie van haar vriendinnen altijd ‘de baby’ spelen in de poppenhoek, omdat ze zo klein was. Zij wilde óók een keer moeder zijn. Nu ziet ze er de ironie wel van in: ‘Zo boos als ik toen was omdat ik de baby moest zijn, zo boos werd ik toen ik eenmaal de moeder was geworden.’

U beschrijft dat de keuze voor het moederschap voor u helemaal niet zo duidelijk was. Hoe komt dat?

“Je groeit op met de gekke vanzelfsprekendheid dat het moederschap erbij hoort. Je moet kinderen krijgen, tenzij je er heel sterke weerstand tegen voelt. Ik wilde het niet niét. Ik wilde het meegemaakt hebben, omdat ik achteraf niet het gevoel wilde hebben dat ik iets had gemist.”

Wanneer merkte u die woede voor het eerst op?

“Ik kwam een keer thuis van mijn werk en toen bleek dat mijn vriend was vergeten de flessen te steriliseren: ik werd echt buitenproportioneel ziedend.”

Had het niets te maken met een ontregelde hormoonhuishouding?

“Misschien een beetje. Het probleem was: de woede ging niet weg. Ze was constant aanwezig, gericht op alles en iedereen. Ik ging een keer met een kinderwagen naar een café. Het was een heel grote kinderwagen, dus veel gedoe om binnen te komen en de barman maakte er een flauwe opmerking over. Dat kon ik er helemaal niet bij hebben. Ik wilde ook gewoon een kop thee kunnen gaan drinken. Op dat moment realiseerde ik me waar de woede vandaan kwam.”

U schrijft: ‘Ik was niet langer onzichtbaar’.

“Als je een jong baby’tje hebt, is iedereen heel erg op je gericht. Er wordt voortdurend op je gelet en een beroep op je gedaan. Ook als je na een doorwaakte nacht bij de bakker staat. Ik snap dat zo’n baby leuk is, maar je wilt als moeder niet altijd een gesprekje moeten voeren met die oudere dame die ook in de rij staat bij de bakker. Ik dacht: Laat me met rust! Je moet voortdurend iets geven aan je kind, maar ineens ook aan allerlei mensen op straat. Je wordt gedwongen om leuk moedertje te spelen.”

Hoe doe je dat?

“Bijvoorbeeld: ik zit in de speeltuin en mijn zoon zit in de zandbak. Als hij zijn speelgoed niet wil delen met een ander kind, zeg ik daar iets van. Niet alleen voor mijn zoon, omdat hij dingen moet leren, maar ook voor de moeders om mij heen, zodat zij zien en horen dat ik op de juiste manier ingrijp. Ik denk dan bij mezelf: kennelijk ben ik het soort persoon geworden dat dit soort dingen zegt met zo’n stem.”

U zou het ook kunnen laten?

“Ik laat het ook weleens gaan, maar je bent toch alert. Ik denk dat heel veel moeders dat gedrag zo’n beetje spelen. Ik denk dat we met elkaar bepaalde codes hebben afgesproken en dat we ons daaraan houden. Er zijn eeuwenoude ideeën van hoe de moeder is. Het is lastig om zomaar te zeggen: ik wil hier niet meer aan voldoen. Je moet toch mee met de rest van de moeders.”

Ervaart u het moederschap als een rol die u niet past?

“Ik voel me niet thuis bij de traditionele verwachtingen die komen kijken bij het moederschap. Bijvoorbeeld: uit onderzoek blijkt dat meer dan tachtig procent van de Nederlanders vindt dat de ideale werkweek voor een moeder niet meer dan drie dagen is. Ik werk vijf dagen en vind mijn werk echt fantastisch. Een juffie van de crèche dacht dat ik doordeweeks ook een dag met mijn kind doorbreng. Ik heb gedaan alsof dat inderdaad het geval is, want ik durfde niet te zeggen dat mijn ouders die dag oppassen. Op zo’n moment raak ik in de knel tussen mijn ideeën van het moederschap en de verwachtingen die er zijn. Je wil de hele tijd ook aan andere mensen laten zien: ik geef heel veel om mijn kind. Dat is ook zo, maar soms is mijn kind niet het allerbelangrijkste.” Ze corrigeert: “Natuurlijk is hij in het grotere plaatje het allerbelangrijkste. Maar hij is niet altijd op de voorgrond aanwezig. Als er ’s avonds een programma is bij De Balie dat ik heb samengesteld, is dat even het allerbelangrijkste.”

U spreekt uw zoon regelmatig rechtstreeks aan in het boek.

“Dat ging vanzelf. Ook uit liefde voor hem. Ik hoop dat hij, hoewel ik geen moeder ben die aan alle verwachtingen voldoet, later wel begrijpt waar dat vandaan komt. Ik wil hem ook graag leren dat je niet altijd je blik moet afwenden als er heftige dingen gebeuren, zoals een vervelende bevalling als de mijne. Op dat soort momenten moet je blijven kijken, omdat je dan iets kunt leren over het leven. Daarbij wil ik hem ook vertellen hoe het was en wat wij samen delen als moeder en zoon.”

Martha Nussbaum schrijft dat woede een complexe emotie is, omdat ze zowel pijn als genot behelst. Welke genot ontleent u aan uw woede?

“Ik kon altijd wel driftig zijn, maar ik was er ook heel goed in om mezelf helemaal weg te cijferen - een heel goede kwaliteit voor een moeder – totdat ik zelf moeder werd, toen lukte dat niet meer. Woede verdeelt en je kunt er veel verdriet en onrecht mee aandoen, zoals ik bijvoorbeeld ook bij mijn vriend heb gedaan. Maar soms is woede ook nuttig en kan het goed zijn dat deze terechtkomt bij degene die de woede heeft veroorzaakt.”

U beschrijft hoe u in een poging tot zelfbehoud voor de bevalling opschreef wie u was, als een soort geheugensteuntje. Wat heeft u opgeschreven?

“Ik schreef op wat ik belangrijk vond en welke principes ik had. Ik had een vage angst om in een babyvacuüm terecht te komen. Dat is dan ook wat mensen je vaak willen doen geloven: als je een kind krijgt, dan wil je niet meer zoveel uit, dan voelt het prima om minder te werken, dan wordt alles anders.”

Het tegenovergestelde bleek het geval: U wist door de komst van uw zoon nog beter wie u bent en wil zijn en u schreef een boek.

Lacht: “Klopt. Over het verdriet en de teleurstelling die bij het ouderschap kunnen komen kijken, is al wel geschreven, maar over die woede nog niet echt. Woede beleef je met de gordijnen dicht. Ik schreef altijd al wel, maar ik voelde zo’n noodzaak om dit boek te schrijven. Ik dacht: iemand moet dit opschrijven. Ik hoop met mijn boek wat toe te voegen aan de bestaande beelden van het moederschap.”

Ianthe Frances Mosselman (1989) studeerde Comparatieve Neerlandistiek in Amsterdam en Berlijn. Voor De Balie maakt ze programma’s over kunst, literatuur en cultuur. Al die liefde en woede is haar debuut. Op 2 april om 20.00 is er een programma in De Balie over het boek.

Al die liefde en woede, Ianthe Mosselman, Atlas Contact, 256 blz. 22,99 Beeld
Al die liefde en woede, Ianthe Mosselman, Atlas Contact, 256 blz. 22,99
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden