Plus Interview

Huisfotograaf van Viktor & Rolf Peter Stigter is dé catwalkfotograaf des vaderlands

Dé catwalkfotograaf van Nederland is Peter Stigter. Hij richt zich met zijn team steeds meer op studiowerk, dat met militaire precisie wordt uitgevoerd.

Modeshow van Hunkemöller, winter 2019. Beeld Peter Stigter

Samen met compagnon Joris Bruring is Peter Stigter in Nieuw-West, nog snel voor zijn vakantie, druk bezig met de montage van enkele sfeerfilmpjes van de coutureshow van Viktor & Rolf, die eerder deze maand in Parijs werd gehouden. De catwalkvideo staat al een tijdje online, maar er is nog zoveel ‘te gek beeld’ over. 

Team Peter Stigter, acht man, fotografeert hun lookbooks, de show en de video. “Op zo’n dag stuur ik veertien man aan. Voor de video, catwalk, backstage, sfeer. Alleen al acht camera’s voor de showvideo, waarvan drie onbemand. Ik overzie het geheel, praat met de klant, zit bij de montage, leg uit hoe ik het wil hebben, en laat Joris zijn gang gaan. De video’s zijn voor tachtig procent zijn werk.”

Daarnaast gaat het concept van het licht­ontwerp ook altijd langs Stigter, om te kijken of er dingen moeten worden aangepast. “De lat komt steeds hoger te liggen, want slechts vier catwalkfotografen verkopen aan de hele wereld – de werkomstandigheden moeten optimaal zijn.”

Viktor & Rolf zijn niet de enige beroemde klanten die zijn gevallen voor de kwaliteiten en ervaring van Stigter. In de jaren tachtig sprong hij in op een gat in de markt. Zijn vrouw Jetty Ferwerda was modejournalist voor Het Brabants Dagblad, later voor NRC Handelsblad, en zag dat er geen Nederlandse fotograaf tijdens internationale modeweken rondliep. 

Zelf was Peter Stigter (56) tijdens zijn studie aan de Design Academy in Eindhoven in aanraking met fotografie gekomen en modeshows hadden zeker zijn interesse. Eén en één was twee.

Nederlandse kranten en tijdschriften kochten in die late jaren tachtig veel bij de Italiaan ­Franco Rossi, maar zagen best iets in een ‘eigen’ fotograaf bij wie ze verzoekjes konden neerleggen. 

Stigter: “De eerste seizoenen heb ik alles zonder uitnodigingen gedaan. Ik kroop letterlijk met mijn camera onder het tentzeil door. De meeste shows waren toen nog op het Cour Carré du Louvre, de binnenplaats, in drie tenten. Was je binnen, dan was een gunstig plekje vinden de uitdaging, want er stonden al hónderden fotografen, echt een apenrots! Het heeft me tien jaar gekost om volledig geaccepteerd te worden.”

Een politiek spelletje?

“O zeker – als je je niet goed gedroeg, lag je er zo uit. Niet alleen fysieke kracht deed het ’m, er liepen ook fragiele vrouwen rond voor wie iedereen respect had, zoals de Amerikaans-­Italiaanse Maria Valentino: 1,55 meter en supertof, sjouwde dezelfde kilo’s met zich mee als wij.”

“Op een gegeven moment had ik door dat je ’s nachts alvast je plek bij shows moest aftapen, maar dat gaf nog geen garantie dat die plek vrij bleef. Bij belangrijke shows begon ik toen mensen in te huren die mijn plek moesten bewaken tot ik aankwam. Zelf deed ik niets anders dan de hele dag van show naar show hoppen. Topsport. En dat ruim vier weken achtereen, zeker twintig jaar lang.”

“En ’s avonds alle stress afreageren met veel drank, eten en blowen. Die groep fotografen één grote familie, als je niet oppaste verloor je je eigen familie. Ik heb heel wat collega’s naar de klote zien gaan.”

Wie waren je klanten?

De Telegraaf, NRC Handelsblad, Vogue, Elle, om er slechts een paar te noemen, maar ook de Los Angeles Times, de Duitse Glamour en diverse internationale franchisetitels. Op een dag kijk je om je heen en besef je dat je een bedrijf bent geworden: Team Peter Stigter. Alle shows, mannen, vrouwen, couture, in New York, Londen, Milaan en Parijs deden we.”

“Meestal reisde ik met een kernteam van vijf à zes man, lokaal kwam daar nog eenzelfde aantal mensen bij. Een stringer bijvoorbeeld, die het terrein kent en weet wie je voor wat moet hebben, en ook een locatieverkenner. Als je op dat niveau werkt, wil je van tevoren weten hoe de showruimte eruitziet, wat voor licht er hangt, hoe de modellen gaan lopen, álles, zodat ik weet wat voor lenzen ik moet gebruiken.”

“Jetty en Tess van Daelen schreven voor de website en maakten trendreports voor klanten. Joris Bruring (34) is al vijftien jaar bij me en inmiddels partner in het bedrijf. Verder hadden we twee mensen voor straatmode, iemand backstage, en twee editors die in de hotelkamer achterbleven. Na de show ging er een zogeheten pony, een jongetje op een scooter, als een gek met de geheugenkaartjes naar de editors.”

“Zes laptops stonden de hele dag te ratelen. Slechte foto’s eruit vissen, beetje bewerken, rechtzetten, kleurcorrecties, het moet er strak uitzien. En dan zo snel mogelijk op de website zetten, zodat de hele wereld ze kan zien, kiezen en downloaden. Maar die ballgame speel ik niet meer. Ik stuur mijn mensen nog wel naar shows, maar ik ben gelukkig zelf geen weken meer van huis.”

Coutureshow van Viktor & Rolf. Beeld Peter Stigter

Je hebt de focus van Team Peter Stigter verlegd naar studiowerk.

“Ik doe nog wel shows commercieel – wat betekent dat ik voor het modehuis schiet, en daar hoort meestal ook de video bij – óf shows van jonge ontwerpers, want die help ik graag.”

“De redactionele markt is helaas in elkaar geklapt, budgetten zijn enorm gekrompen. Catwalkfotografie is overgenomen door bedrijven, de Franco Rossi’s zijn er niet meer, bij een show van Viktor & Rolf staan nog slechts vier fotografen, van Reuters, Getty Images, IMAXtree – zij hebben deals met de hele wereld – én de huis­fotograaf.

De catwalkfotografen die er eerst een vette boterham aan verdienden, hebben elkaar ook kapot geconcurreerd.

O ja, als je nu goed zoekt op internet, kun je een catwalkfoto voor een dollar kopen. In de gouden tijd was 120 euro per foto heel normaal. Die hele mediawereld is geïmplodeerd. Uitgeverijen maken een deal met Getty voor alle titels én franchisetitels. Daar valt niet meer tegenop te investeren, tickets voor het team, hotelkamers, eten.”

“Ik heb gelukkig op tijd geschakeld. Wij doen steeds meer studiowerk: pack-shots, productshots, lookbooks en campagnes. We kregen al vrij snel Tommy Hilfiger en Calvin Klein als klant, hebben een aantal studio’s in Amsterdam versleten en sinds tweeënhalf jaar zitten we in het oude pand van Circus Elleboog in Nieuw-West, een droomplek van vier verdiepingen. Met een zak vol subsidie is dit pand speciaal voor ze gebouwd, maar het is hier nooit van de grond gekomen.”

Joris Bruring, Peter Stigter en John Loek, een deel van het team. Beeld Peter Stigter

“We hebben bijna alles eruit gesloopt, alles was rood, trapezes aan het plafond en er lag een zachte groene, sportvloer. Geen goede combi met naaldhakken. Maar ik was meteen verkocht: het was als theater ingericht, compleet met vide voor regie, licht en geluid, een grote opslag met lift, twee keukens, kleedruimtes. We hebben hier al diverse modeshows gegeven, onder meer voor Claes Iversen, Fabienne Chapot en het Amfi.”

1100 vierkante meter en acht man in dienst.

“Bij grote klussen schalen we op naar twintig! Zoals voor Tommy Hilfiger, dan staat het hier bomvol, tien fotosets, en moeten we vierduizend producten in vijf dagen tijd schieten. Het moet snel en ook allemaal vrij gesneden en geretoucheerd worden, een giga-uitdaging, die met militaire precisie moet worden uitgevoerd. Achthonderd foto’s per dag, tachtig per set, twee man per set maakt twintig, op zo’n dag staan we hier met vijfentwintig man. En alles reilt en zeilt dankzij onze stijlpolitie en inhuisproducent Suus.”

Hele dagen in de studio moet moeilijk zijn, na al die jaren in het wild.

“Ik ben nog genoeg buiten de deur. Ik heb een mooie balans gevonden tussen grote corporate klanten, beurzen (Modefabriek, Amsterdam Fashion Week), en eindexamenshows van de academies. Onlangs deed ik de show van ­Martan en We Make M-ODE, de alternatieve ­fashionweek van Iris Ruisch en Peter Leferink. Dat gaat niet over geld, dat is gewoon leuk om te doen. Ik wil me ook meer richten op kennisoverdracht, bijvoorbeeld gastcolleges over de betekenis van mode in de media voor het Amfi en binnenkort ook voor ArtEZ.”

Wat maakt jou zo’n goede catwalkfotograaf?

“Ik schiet heel andere dingen dan de doorsneecollega. Een goede modeshow is een vorm van toegepaste kunst waarbij theater, mode en muziek bij elkaar komen en soms de tijdgeest echt wordt geraakt. Daar kun je ontzettend mooie foto’s van maken.”

“Straatmode doet TPS ook, daarin kun je het verschil maken. Door al die lange weken die we samen hebben doorgebracht zijn we (Joris, Sophie van Veen en Emily Koo) heel hecht, we zijn er altijd voor elkaar en hebben zelfs een eigen taaltje ontwikkeld. ‘Voel je je gevorkt?’ bijvoorbeeld, of je je gefokt voelt, dat klinkt wat netter.”

Je vrouw, Jetty Ferwerda, heeft het roer ook omgegooid.

“Ze runde jarenlang het bedrijf, productie, financiën, zodat ik mijn dingetjes kon doen. Ze zit nog wel in het managementteam, maar is ook zenleraar en geeft meditatietrainingen. En nee, ik doe niet mee, ook al draag ik graag een Maojasje. Dat komt gewoon bij de Chinees op het Rokin vandaan. Dure designermerken komen er bij mij sowieso niet in.”

Fiona Hering

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden