PlusInterview

Hugo Borst: ‘Als ik niet meer kan doen wat ik leuk vind, grijp ik in’

In Thuis op Zuid verdiept Hugo Borst zich voor de tweede keer op televisie in de wereld van dementiepatiënten. Onder­tussen verheugt hij zich op de terugkeer van de grappen van Johan Derksen bij VI.

Adelheid Roosen helpt de oude zeeman Jan Talle, een hoarder die moet verhuizen. Rechts Hugo Borst.Beeld Human

‘Het leven heeft een merkwaardige wending genomen,” zegt schrijver en voetbaljournalist Hugo Borst (58). “In het verlengde van de ziekte van mijn moeder is er veel nieuws op mijn pad gekomen. Heel waardevol, vind ik. Prettig ook, want als je zoals ik al 35 jaar monomaan voetbalverslaggever bent... Dat het verveelt wil ik niet zeggen, maar ik moet er inmiddels wel iets naast hebben.”

Al sinds de eerste symptomen van alzheimer zich bij zijn moeder Joke aandienden, is Borst correspondent in de wereld die dementie heet. Vanaf 2013, als columnist in het AD, daarna als schrijver van twee boeken en sinds 2018 ook op televisie. Het manifest dat hij in 2016 met Carin Gaemers schreef, leidde tot veranderingen in de ouderenzorg.

Met actrice Adelheid Roosen, wier moeder ook overleed aan de ziekte, onderzoekt Borst nu de leefsituatie van de patiënten in Thuis op Zuid. In de eerste reeks in een Rotterdams verpleeghuis, in de tweede bij de mensen thuis. Roosen en Borst volgen recent gediagnosticeerde patiënten wier levens nog goeddeels overeind staan, maar die onder ogen moeten zien dat de erosie van het geheugen heeft ingezet.

Hoe omschrijft u de wisselwerking met haar?

“We hebben ogenschijnlijk niet veel met elkaar. Ik de voetbaljongen, zij de theatermaakster. Ik ben wat afstandelijk, zij heel emotioneel. Maar het verhaal van onze moeders verbindt ons. We zijn strijdmakkers geworden. En ik lach me rot met haar. Zelfs als ik uit de bocht vlieg, en dat gebeurt snel want je mag niets meer zeggen tegenwoordig, schatert Adelheid godzijdank hard mee.”

U schetste in de eerste serie geen erg rooskleurig beeld van de verpleeghuiszorg.

“We hebben zo eerlijk mogelijk verslag gedaan. Je ziet hoe ongelooflijk de medewerkers in het verpleeghuis hun best doen, maar er kwamen wel zaken aan het licht: personeelstekort, te veel administratie en vooral het ontbreken van geestelijk verzorgers en activiteitenbegeleiders. De reguliere zorg is best op orde, maar wat die mensen echt nodig hebben is een beetje afleiding, een persoonlijke gesprekje, een hand op de schouder, een spelletje. Dat soort banen is weg bezuinigd. Dat moet beter kunnen.’’

U bent op een missie met dit programma?

“Bij Adelheid en mij lopen televisie maken en activisme naadloos in elkaar over. Dat komt ook door onze persoonlijke betrokkenheid. Wij delen onze ervaringen en projecteren de conclusies op onze levens, want we praten misschien over ons eigen voorland; en daarmee over de vraag: hoe zou jij het straks willen?’’

In Thuis op Zuid zegt u daarover zeer stellig dat zodra u de diagnose dementie krijgt, u niet verder wil leven.

“Ik heb er gewoon te veel van gezien: eerst mijn tantes, toen mijn moeder. Ik wil dat echt niet. Ik ben een zeer autonoom wezen, streef ernaar in mijn leven alleen te doen wat ik leuk vind. Als dat niet meer kan, grijp ik in.”

In de serie zien we Ed van 61 die een jaar eerder de diagnose kreeg. Hij is soms angstig en voelt dat hij vergeet. Tegelijk woont hij nog zelfstandig en geniet hij van jazzmuziek en eten met zijn vriendin. Dat stadium is voor u al te ver?

“Ed kent zeker nog geluksmomenten, maar ik zie ook zijn paniek. Hij leunt zwaar op mantelzorgers en moet zijn leven laten structureren met dagbesteding. Daarbij weet je: het wordt alleen maar slechter. Als je in die fase niet ingrijpt, eindig je in de foetushouding, met zeer beperkt bewustzijn. Ik heb die aanblik van mijn moeder op mijn netvlies: dat is een no-go voor mij. Het zal vast heel moeilijk zijn, maar ik zal bij de eerste signalen aan m’n stutten trekken.”

Bij de 61-jarige kunsthistoricus Ed Bleij werd al vroeg alzheimer geconstateerd.

Borst serveert cola zero in een mok in zijn werkappartement in de binnenstad van Rotterdam. Hij bracht hier ook de afgelopen zondag door. In zijn eentje kijkend naar drie volledige wedstrijden uit de eerste divisie achter elkaar. “Een nuttige middag,” vat hij samen.

U stelde in 2010 dat u zichzelf ‘ophief als voetbaljournalist’. Wat heeft ervoor gezorgd dat u zich na een aantal jaar weer hebt opgericht?

“Ik zat toen tegen een burn-out aan, was erg moe, had geen plezier meer in mijn werk voor Studio Voetbal, was het beu elke week weer een ongezouten mening te moeten hebben. Die rust had ik echt even nodig, maar ik houd nog steeds zielsveel van voetbal. Ik schrijf nu meer als liefhebber dan dat ik me journalist voel.”

In 2013 werd u presentator van Langs de Lijn. U zei toen voorlopig geen zin te hebben in televisie. U verscheen wel als tafelheer bij DWDD, werkt voor Fox Sports en discussieert mee in Dit vindt Nederland op SBS6. Hoe is nu uw verhouding met televisie?

“Haat-liefde. Ik zeg nog ontzettend vaak ‘nee’. Ik werd laatst gevraagd voor een programma met een zeiljacht een oceaan over te steken, had aan De slimste mens kunnen meedoen, maar kies gericht voor wat me echt prikkelt. Studio Voetbal zal ik niet meer doen, maar ik kom graag bij Fox, geniet van zo’n avond voetbal kijken met ex-profs. En Dit vindt Nederland lijkt me een spannend discussieprogramma, waarbij ik me het recht voorbehoud op te stappen als het toch niet bij me past.”

U schreef onlangs een lyrische column over een sliding van een invaller bij FC Volendam. U bent dat soort dingen in de loop der jaren niet gaan relativeren?

“Van zo’n sliding kan ik nog steeds intens genieten, al is het peil van zo’n wedstrijd vreselijk. Ik denk oprecht dat het niveau waarop ik ooit zelf voetbalde dichter bij een wedstrijd tussen Volendam en Telstar staat dan de wedstrijd bij de finaleronden van de Champions League. Maar dat maakt mijn plezier niet minder.”

Hoe heeft u de afgelopen maanden naar uw collega’s van Veronica Inside gekeken?

“Ik ben een groot fan van het programma. Er zijn er maar weinig om wie ik meer moet lachen dan om Johan Derksen. En ik hou van de ­originele voetbalvisie van René van der Gijp. Dus ik ben blij dat ze doorgaan.’’

Ik bedoelde eigenlijk: wat vond u van de rel?

“In mijn boek over Louis van Gaal voorspelde ik in 2014 al dat VI zichzelf uiteindelijk met een grote knal zou opblazen. Dat was een passend einde geweest. Wat mij verbaasde was de rol van Wilfred Genee. Ik weet dat hij enorm op het geld is – daarmee is niets mis – maar hij schrok wel heel erg toen hij zijn nering in gevaar zag komen. Ik vond dat hij Gijp en Derksen verloochende in die thema-uitzending over racisme. Jarenlang gaf hij bewust de laffe voorzetjes op Derksen en toen het escaleerde, plaatste hij ineens kanttekeningen. Dus ik snapte hun woede wel. Die rel vond ik verder hilarisch. Het heeft toch ook niets om het lijf?”

U zei zojuist dat ‘je tegenwoordig niets meer mag zeggen’. Doelde u ook op ophef die volgde op Derksens grap over rapper Akwasi?

“Ik vind die politieke correctheid waarmee hij is aangepakt verschrikkelijk. Het ergste is dat je gewoon geen grappen meer kunt maken. Theo Maassen komt er nog mee weg, maar wie wél gevoel voor humor heeft, maar geen cabaret­podium, kan geen onschuldige grap meer maken.”

U vond het een onschuldige grap?

“Ik bedoel meer de losse flodders die daar in het algemeen over tafel vliegen. Wat Akwasi betreft vond ik het vooral onbegrijpelijk dat hij geen excuses maakte voor zijn uitspraken (hij zei Zwarte Piet in het gezicht te zullen trappen, red.). Zijn vader had hem dat nog aangeraden, las ik. Boven alles geloof ik tegenwoordig heilig in nuance en ­harmonie. Waarom kunnen we niet in liefde en vrede met elkaar om tafel? Het is allemaal zo ontzettend verhard.”

“Ik zou met Akwasi graag een goed gesprek voeren. Misschien worden we het niet eens, maar ik weet zeker dat we lachend uit elkaar gaan. En wie weet overtuigt de een de ander. Ik vond die discussie over Zwarte Piet een paar jaar geleden ook nog gelul. Inmiddels denk ik: waarom geven we die figuur niet gewoon een ander kleurtje? Geen kind dat er last van heeft.”

De spelers van het Nederlands elftal vonden de grap in elk geval zo erg dat ze aankondigden niet meer aan VI te willen meewerken.

“Ik vraag me af hoe breed gedragen dat was. Zijn er ook in het Nederlands elftal niet een paar schreeuwers en lopen de anderen niet braaf in het gelid? Van Dijk, Wijnaldum en Depay zijn duidelijk de baas, maar er zal toch ook een groep zijn die het amper interesseert wat Johan Derksen over Akwasi zegt? Leer mij voetballers kennen. En het was een rekening die moest worden vereffend. Derksen heeft voldoende mensen beledigd; dit kon hij verwachten.”

Hoe gaat het verder met VI, denkt u?

“Er komt vast weer een clash tussen Genee en Derksen. Misschien gaat het wel tot in het oneindige zo door, sterven ze aan die tafel. Ik was in 1999 eindredacteur van de vroegste versie van de show, Sport aan tafel, die Derksen voor het eerst een talkshowplek bood. Hij bleek goed in dat werk. Derksen is een character. Dat is voor mij de voorwaarde voor goede televisie.’

Maar deze ruzie was het ideale einde geweest?

“Jazeker, maar ik ben toch blij dat het doorgaat. Ik weet zeker dat ik volgende week maandag ­gewoon weer in de lach schiet bij de zoveelste belegen grap van Derksen. Sorry, hoor.”

Thuis op Zuid, NPO 2, woensdag, 20.25 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden