PlusAchtergrond

Horror, sciencefiction, fantasy en misdaad – schrijver Stephen King is nog lang niet klaar

Stephen King is 75 en blijft schrijven. 'Wat moet ik anders?' Beeld Philip Montgomery/The New York Times/ANP
Stephen King is 75 en blijft schrijven. 'Wat moet ik anders?'Beeld Philip Montgomery/The New York Times/ANP

Stephen King is woensdag 75 jaar oud geworden. Dat is uiteraard aanleiding voor een reeksje jubileumheruitgaven. En dat zijn publicatiedrift allerminst is geluwd, bewijst het eerder deze maand verschenen Fairy Tale nog maar eens: zijn 65ste roman en zijn vierde binnen twee jaar.

Dirk Jan Arensman

Hij wist best dat er mensen waren die het príma hadden gevonden als hij in 1978 was overleden, grapte Stephen King (1947) toen hem alweer zestien jaar geleden in de legendarische interviewreeks The Art of Fiction in The Paris Review werd gevraagd naar zijn wat geslonken lezerspubliek. “Van die mensen die naar je toekomen en zeggen: ‘O, je hebt nooit meer zo’n goed boek als The Stand geschreven’.”

Een deprimerende gedachte natuurlijk, gepiekt hebben op je eenendertigste. Al zei hij zich ermee te troosten dat ‘Dylan waarschijnlijk hetzelfde te horen krijgt over Blonde on Blonde’ uit 1966, dat hij van de helft van zijn verkoopcijfers nog altijd meer dan vorstelijk zou kunnen leven en dat hij daarom de vrijheid had kunnen nemen zich als schrijver te ontwikkelen en zijn eigen pad te kiezen. “Misschien ben ik gaandeweg wat fans kwijtgeraakt, maar misschien heb ik er ook wel een paar bijgekregen.”

Zit behoorlijk wat in allemaal. Want zeker de eerste vijf jaar van Kings schrijversloopbaan waren achteraf bezien ronduit verbijsterend. Hij debuteerde in 1974 met Carrie, een roman die groeide uit een afgedankt manuscript voor één van de korte verhalen die hij in zijn huurtrailer in Hampton, Maine schreef voor (pulp)tijdschriften als Startling Mysterie Stories om zijn magere salarisje als leraar Engels aan te vullen – en dat zijn vrouw Tabitha uit de prullenmand viste.

Na het aldus geredde verhaal over een gruwelijk gepest schoolmeisje dat dankzij haar telekinetische krachten nog gruwelijker wraak neemt, publiceerde hij achtereenvolgens Salem’s Lot (1975), The Shining (1977), Rage (1977, onder het pseudoniem Richard Bachman) en dus dat meer dan vuistdikke virusepos The Stand, dat in de eerste coronagolf nog door een nieuwe schare lezers werd omarmd als griezelig actuele lockdownfavoriet. Vier onvervalste horrorklassiekers dus (plus die Bachmanjeudgzonde) in nog geen half decennium tijd.

Omgekeerde street credibility

Maar was het daarbij gebleven, dan hadden we wel een slordige zeventig boeken moeten missen, waaronder hoogtepunten als It (1985), Misery (1987), The Green Mile (1996) en Lisey’s Story (2006). We zouden nooit hebben meegemaakt hoe deKing of Horror’ meer dan succesvol tal van andere genres verkende. Van de fantasy in zijn The Dark Tower-reeks tot een ingetogen psychologische thriller als Dolores Claiborne (1992) en van de detectives in de Bill Hodgestrilogie tot moeilijker te categoriseren historische fictie zoals de korte verhalen Rita Hayworth and the Shawshank Redemption en 1922. (Tussen twee haakjes: waar waren Hollywood en Netflix geweest zonder nieuw werk van King na 1978?)

En de toenemende erkenning en waardering die hij vanuit literaire kringen kreeg voor zijn rijke verbeelding en pure vakmanschap als verhalenverteller zouden ongetwijfeld óók zijn uitgebleven. Toen hij in 2003, na talloze genreprijzen, een Medal for Distinguished Contribution to American Letters ontving van de National Book Foundation, stond menig literatuursnob nog op zijn achterste benen. Dat hij binnenkort tijdens het Cheltenham Literature Festival virtueel de Sunday Times Award For Literary Excellence krijgt uitgereikt, eerder toegekend aan onder meer Ted Hughes, Ian McEwan en Margaret Atwood, daarover zal hooguit een verdwaalde Trumpaanhanger mopperen.

Een soort omgekeerde street credibility eigenlijk, die hem inderdaad ook fans zal hebben opgeleverd. O, en met meer dan 350 miljoen verkochte exemplaren van zijn werk, een geschat vermogen van 600 miljoen dollar en een jaarinkomen van rond de 50 miljoen hoeft hij het voor het geld niet meer te doen.

Doodgewone mensen

Het deze maand verschenen Fairy Tale is zijn vijfenzestigste roman en zijn vierde binnen twee jaar. De beste van dat kwartet is zijn nieuwste niet – dat is die uitstekende thriller rond goedhartige huurmoordenaar Billy Summers (2021). Maar hij etaleert er wel weer een paar van zijn zeldzame gaven in. Zijn gave als realistisch chroniqueur van kleinsteeds Amerika om te beginnen, die tot ergens rond een derde van Fairy Tale de boventoon voert.

Want zoals meestal bij King worden de uitzonderlijkste avonturen ook hier beleefd door doodgewone mensen, die hij eerst eens uitgebreid en overtuigend portretteert. Sterveling van dienst is de zeventienjarige Charlie Reade, die zijn moeder verloor bij een verkeersongeluk en zijn vader daarna zag verworden tot een schijnbaar hopeloze alcoholist. Na tien bozige ploeterjaren probeert hij een modeljongen te zijn sinds pa met hulp van de AA uit de fles kroop. Dat laatste althans in zijn hoofd, mede dankzij een afspraak die hij met God maakte: ‘Als u iets voor mij doet, doe ik iets voor u.’

Dat ‘iets’ neemt de vorm aan van het redden van de bejaarde kluizenaar meneer Bowditch, die met zijn levensgevaarlijke horrorhond Radar in een gammel Norman Bateshuis buiten hun dorp Sentry’s Rest woont, en op een kille aprilavond in 2013 akelig ongelukkig van zijn ladder is gevallen. Radar, die jankend alarm sloeg, blijkt algauw een schat van een oude herder en Bowditch een doodzieke tover-Methusalem die een groot geheim verbergt: in zijn schuur bevindt zich een doorgang naar een andere wereld.

Epische strijd

Over dat parallelle universum, waarin uiteraard een epische strijd tussen Goed en Kwaad moeten worden uitgevochten, zullen we hier niet ál te veel details weggeven. Het is een kruising tussen een avonturenroman in de traditie van C.S. Lewis’ De Kronieken van Narnia en de huiveringwekkende nachtmerrieverhalen van H.P. Lovecraft , waarin King met merkbaar plezier knipoogt naar werkelijk elk sprookje dat hij verzinnen kon. Gestoeld op oervertrouwde sjablonen, maar fris en geregeld verrassend niettemin.

Maar het boek is welbeschouwd ook weer eens véél en véél te uitgesponnen. (Een bekende makke waarover King zelf ooit grapte: “Ik schrijf zoals een dikzak dieet.”) Charlies gevoelens en beweegredenen worden soms wel erg uitgespeld. En om er plezier aan te beleven, moet het fantasygenre op z’n minst een béétje je kopje thee zijn.

Is dat het niet, dan is een volgende, totaal andere King gelukkig nooit ver weg. Zo staat er volgend jaar alweer een grote roman te verschijnen rond een van zijn recente lievelingspersonages, Holly Gibney. En als we hem zelf moeten geloven, zal dat nog járen zo doorgaan. “Wat moet ik anders?” antwoordde hij in 2016 in een uitgebreid interview in Rolling Stone op de vraag of hij van plan was gewoon door te schrijven wanneer hij in de tachtig of negentig was. Je kon immers maar zoveel tijd op een dag besteden aan gitaarspelen, tv kijken of je vrouw voor de voeten lopen. Daarbij: “Er zijn twee dingen die me eraan bevallen: ik word er blij van en andere mensen worden er blij van.”

Meer redenen heb je eigenlijk ook niet nodig.

Bij uitgeverij Luitingh-Sijthoff verschijnen later deze maand feestedities van De Shining, Dr. Sleep, Misery, De spelbreker, Carrie, Firestarter, Revival en Cujo.

Fictie

Stephen King

Fairy Tale

Vertaald door Annemarie Lodewijk

Boekerij

€24,99, 591 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden