PlusBoekrecensie

Hopen dat Kluun zijn alter ego in een volgend boek nog verder achter zich laat

Beeld Getty Images

God gunt iedereen een zwembad wodka en een badkuip cocaïne, zegt een personage in een ­verhaal van Jay McInerney. Succesauteur Stijn van Diepen is een aardig eind gevorderd met zijn tweede zwembad, en ook de bodem van de badkuip komt in zicht, als hij zich op zijn 55ste afvraagt of het niet eens tijd wordt om gas terug te nemen.

Zijn vriendin heeft hem net gedumpt, zijn ex-vrouw, beste vriend en dochters bezien zijn onverbeterlijke hoeren en snoeren met hoofdschudden of afkeer. De enige twee geliefde personen die zich niet storen aan zijn levensstijl, zijn Stijns aartsloyale zus en zijn rap dementerende moeder, allebei woonachtig in Tilburg.

Uitgebreid zelfonderzoek

Dat is zo’n beetje de situatie als Stijn besluit in therapie te gaan. Hij wil eindelijk ontdekken waarom het steeds weer misgaat in zijn liefdesleven, en waarom hij dwangmatig jaagt op elke vagelijk aantrekkelijke vrouw in zijn omgeving. Wat volgt is een uitgebreid zelfonderzoek: via therapiesessies, een reconstructie van een ­turbulente familiegeschiedenis en een mild-fascistische groepsretraite in de Ierse heuvels zoekt hij niet zozeer naar genezing, als wel naar antwoorden en inzichten.

Voeg daar een aangrijpend huwelijksverleden aan toe – zie de eerdere boeken Komt een vrouw bij de dokter en De weduwnaar – en je hebt alle ingrediënten voor een confronterende ­psychologische roman. Is Familieopstelling dat ook geworden?

Om te beginnen met het goede nieuws: de ­vijfde roman van Kluun (56) bevat behoorlijk wat sterke hoofdstukken, die bij vlagen komisch zijn en vaak ontroerend. De licht ironische toon en de soepele manier van vertellen houden het sentiment goed in bedwang. Kluun vindt regelmatig een knap evenwicht tussen nostalgie en zelfspot.

Hij is duidelijk op zijn best in de passages die het minst over Stijn van Diepen gaan – die waarin Stijn op de achtergrond staat of zelfs helemaal niet voorkomt. De pagina’s over een vergissingsbombardement in Hulten, in 1944, behoren tot de beste die Kluun geschreven heeft. Niet geheel toevallig wordt de ramp – in de derde persoon – beschreven vanuit het perspectief van Stijns moeder Rietje, destijds nog een jong Brabants meske.

Raadselachtig stopwoordje

Ook de scènes in en om Rietjes verzorgingscentrum, zo’n zeventig jaar later, zijn afwisselend vermakelijk en aangrijpend, net als de terugblikken op Stijns jeugd, de beschrijvingen van zijn familieleden en een aantal opmerkelijke Tilburgse gebruiken (bijvoorbeeld het raadselachtige stopwoordje ‘Barend’).

Stijns psychologische zoektocht – ‘worsteling’ is een te groot woord – is stukken minder overtuigend. We krijgen weliswaar een blik op zijn geschiedenis en pijnpunten, maar zelden op zijn diepste zielenroerselen. Als het om Stijns verstoorde gevoelsleven gaat, kiest Kluun te vaak voor de letterlijkste, oppervlakkigste – en dus minst levendige – omschrijving: ‘Ik word er ongemakkelijk van’, ‘Nerveus loop ik de trap af’, ‘Het voelde vertrouwd en superspannend tegelijk.’ Je gaat ervan hopen dat Kluun zijn alter ego (en hip Amsterdam) in een volgend boek nog verder achter zich laat. Dat hij in een andere huid en omgeving kruipt – en zijn verbeelding aanspreekt.

Kluun

Familie­opstelling

Lebowski, €22,99 

352 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden