PlusInterview

Hope: verhaal van een lang leven samen, verteld via 10 extreme dagen

In Hope maakt Maria Sødahl (54) genadeloos eerlijke fictie van haar eigen ervaring met een hersentumor. Wars van melodrama laat ze zien wat die diagnose met een gezin doet.

‘Dit is mijn verhaal, zoals ik het me herinner’, meldt een openingstitel in de Noorse film Hope. De ‘ik’ in dat zinnetje heeft een dubbele betekenis. Hij staat voor hoofdpersonage Anja die, wanneer ze te horen krijgt dat ze een hersentumor heeft, gedwongen wordt haar gecompliceerde gezinsleven onder de loep te nemen. Maar die ‘ik’ staat ook voor regisseur/scenarist Maria ­Sødahl, die haar tweede speelfilm baseerde op gebeurtenissen in haar eigen leven.

Net als haar hoofdpersonage heeft Sødahl een groot, ­samengesteld ­gezin – ze is moeder van drie en stiefmoeder van nog eens drie kinderen, uit het eerste huwelijk van haar echtgenoot Hans Petter Moland, die ook filmmaker is (zijn Out Stealing Horses draaide begin dit jaar in de ­Nederlandse bioscopen). En net als Anja overleefde ­Sødahl een hersentumor.

Vermelden dat Anja het overleeft, is overigens geen spoiler – dat zinnetje aan het begin van de film impliceert het al, en Anja’s ziekte is ook niet het hoofdonderwerp van de film. Het is eerder de katalysator voor een liefdesverhaal, over de relatie van Anja en haar man Tomas, waarvan de scheuren extra zichtbaar worden onder deze enorme druk. Of, zoals Sødahl het zelf afgelopen ­februari op het filmfestival van Berlijn formuleerde: “Het is het verhaal van een lang leven samen, verteld via tien extreme dagen.”

Bijsluiter niet lezen

Dat Sødahl dit zelf meemaakte, maakt de directheid van haar film des te bewonderenswaardiger. Hope zit vol scherp geobserveerde details van het leven met een slepende en slopende ziekte en de bureaucratie van het zorgsysteem – zoals de apotheker die bij het uitgeven van ­Anja’s medicijnen adviseert om ‘de bijsluiter maar beter niet te lezen’. Ze weet de momenten van (galgen)humor te vinden, maar blijft ook genadeloos eerlijk over de zwaktes van haar personages, die van Anja voorop.

“Die eerlijkheid was wat me er in aantrok,” vertelt ­Sødahl. “Ik heb eindeloos getwijfeld of ik deze film moest maken, niet zozeer om wat ik over mezelf laat zien, maar omdat ik ook de levens van mijn man en kinderen op straat gooi. Maar ik kon niet anders. Ik was terminaal ziek verklaard en had het toch overleefd. De dood ging niet door, maar mijn toekomst ging óók niet door. Ik kon niet zomaar de draad van mijn oude leven oppakken. Ik moest dit eerst verwerken.”

En dus begon ze te schrijven. “De uitdaging was om terug te kijken zonder het glad te strijken. Om het allemaal te ­laten zien – wat ik uitkraamde onder invloed van bergen steroïden, hoe iedereen om me heen op eieren liep omdat mijn emoties alle kanten op vlogen. Dat schrijfproces moest ik alleen doormaken, om ook de dingen waarvoor ik me schaam of die taboe zijn in het verhaal te verwerken.”

Echte zorgmedewerkers

Dat proces ging stapje voor stapje, zegt Sødahl. Met een glimlach: “Als ik er van tevoren over had nagedacht wat het zou betekenen om de film te maken – om dit allemaal op de set opnieuw te beleven en om dat vervolgens aan de hele wereld te vertonen – was ik er nooit aan begonnen.”

Waar het schrijfproces erom draaide zo diep mogelijk in haar eigen ervaring te duiken, moest ze die tijdens het ­regisseren juist zoveel mogelijk loslaten. “Op de set werd het fictie – het ging niet meer over mij of mijn familie, het werd iets nieuws. De acteurs zijn er nooit mee bezig ­geweest om ons na te doen; zij speelden de personages ­Anja en Tomas, en zij brachten daarbij hun eigen ervaringen en inzichten en energie mee, wat alles gelaagder maakte.”

In de centrale rollen schitteren twee van de meeste ervaren Noorse acteurs: Andrea Bræin Hovig als Anja en Stellan Skarsgård als Tomas. Om hen heen, in de rollen van de vele artsen en hulpverleners, castte Sødahl echte zorgmedewerkers.

“Tijdens mijn ziekte had ik sommige artsen erg goed ­leren kennen, en op een gegeven moment zie je dat ze achter die witte jassen ook maar gewoon mensen zijn. De ­oncoloog die zijn vijfde slechtnieuwsgesprek op een dag voert, heeft daar zelf ook verdriet van. Die menselijkheid wilde ik in de film krijgen, ook bij personages die je maar in één scène ziet.”

“Voor Stellan en Andrea was het even wennen, maar al snel vonden ze het fantastisch. Omdat we filmden in echte ziekenhuizen, waren die artsen volledig in hun element – Stellan en Andrea waren, ondanks al hun ervaring, ineens weer de amateurs. Dat dwong ze om echt in het ­moment te zijn, een heel andere energie.”

Regisseur Maria Sødahl.

Hope

“Als ik er niet meer ben, moet je iemand anders zoeken,” is een van de eerste dingen die Anja tegen haar echtgenoot Tomas zegt nadat ze de diagnose heeft gekregen: een hersentumor, minimale kans op overleven. Dat lijkt gul, maar blijkt een steek onder water als het direct wordt gevolgd door: “Ik denk niet dat de kinderen het alleen met jou gaan redden.”

Het is tekenend voor de pijnlijke en zwartkomische eerlijkheid van Hope. Plotseling zitten ze in een wervelwind: Anja en Tomas, hun drie jonge kinderen samen en de drie oudere kinderen uit Tomas’ eerste huwelijk. In tien dagen rond kerst en oud en nieuw beleeft de kijker die met hen mee.

Hope is te zien in Cinecenter, City, Filmhallen, The Movies, Rialto, Studio K

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden