Plus Interview

Hoopvol requiem voor Actie Tomaat

In 1969 was het toneel een ingeslapen boel, tot onder anderen Jan Joris Lamers en Gerardjan Rijnders de boel gingen opschudden. Nu zijn er nieuwe zaken waar het publiek zich druk om zou moeten maken.  

Jan Joris Lamers met hond voor een traktor bij de Stadsschouwburg. Achter het stuur zit Gerardjan Rijnders. Beeld Kiddo van der Veen

De titel doet anders vermoeden, maar het Requiem voor Actie Tomaat, maandag in ITA, moet vooral een vrolijke avond worden. Met een laatste terugblik op die legendarische omwenteling in het toneelbestel, precies vijftig jaar geleden. Intussen sluimert de vraag of het niet tijd is voor een nieuwe toneelrevolutie. Een gesprek met twee betrokkenen, Jan Joris Lamers en Gerardjan Rijnders.

De Actie Tomaat in november 1969 gold de afgelopen vijftig jaar zo’n beetje als het kantelpunt voor de theatersector. Heel zwart-wit gesteld was het vóór Tomaat een ingeslapen boel, daarna kwam ruimte voor engagement en vernieuwing. Zeven tomaten gegooid naar een voorstelling van De storm van Shakespeare door de Nederlandse Comedie in de Stadsschouwburg leverde de beweging haar naam op, maar ‘Tomaat’ was meer dan die ene actie.

“Eigenlijk was dat tomaten gooien bijzaak,” zegt Gerardjan Rijnders (1949), in 1969 net toegelaten tot de regieopleiding. “Het ging vooral om het in handen krijgen van een witboek waarin plannen voor een nieuw toneelbestel waren uitgewerkt. Dat werd geheim gehouden, want die waren met name voor de Nederlandse Comedie niet zo gunstig. Dat witboek hebben die studenten Lien Heyting en Ernst Katz gestolen en naar de pers gelekt.”

“En er waren al allerlei bewegingen gaande om het toneel anders in te richten,” vult Jan Joris Lamers (1942) hem aan, in 1969 pas afgestudeerd van de Theaterschool. “Schouwburgdirecteuren wilden ook dat het toneelbestel wat minder gezapig werd en ook op het ministerie gistte het. Tomaat heeft het allemaal versneld.”

Zijn jullie schatplichtig aan Tomaat?

Lamers: “Zeker!”

Rijnders: “Absoluut. Vrij snel daarna is dat bestel op zijn kop gezet, je kreeg nieuwe initiatieven zoals Het Werkteater van Jan Joris. Kleine zalen, vlakke vloertheater, het werd allemaal veel belangrijker. Wij hebben die omwenteling meegemaakt en er ongelofelijk van geprofiteerd.”

112 stoelen op de bühne

Ze maakten beiden carrière in het Nederlands toneel. Zo was Lamers een van de oprichters van het Werkteater en van het Onafhankelijk Toneel. En van Maatschappij Discordia, één van de deelnemende groepen maandagavond.

Rijnders maakte spraakmakende voorstellingen als artistiek leider van Globe in Eindhoven en stond aan de wieg van Toneelgroep Amsterdam (1987). Tegenwoordig is hij freelance regisseur en toneelschrijver. Voor de Requiemavond schreef hij een monoloog en doet hij de eindregie.

In die monoloog richt een jonge actrice zich tot ‘Lien’, één van de tomatengooiers van destijds. Ze schetst een weinig rooskleurig beeld van hoe het nu is voor jonge theatermakers.

Lamers: “Er is iets wonderlijks gebeurd met de manier van subsidiëren. De grote gezelschappen kregen lang­lopende zekerheid en kleine gezelschappen en beginnende makers moeten bij het Fonds Podium Kunsten (FPK) aankloppen, maar dat Fonds heeft nooit genoeg geld om dat voldoende mogelijk te maken.”

Rijnders: “…en wordt nu gehalveerd! Dat is heel erg, maar vreemd genoeg leeft het niet. Pijnlijk. Daar gaan we aandacht voor vragen. We beginnen met 112 stoelen op het toneel en we eindigen met 55, om aan te geven hoeveel groepen er zullen verdwijnen als er niets gebeurt. Maar het wordt geen oproep tot actie.”

Waarom niet? Vraagt dit niet om een nieuwe Actie Tomaat?

Rijnders: “Misschien laf, maar ik denk dat actievoeren alleen maar zin heeft als je je min of meer verzekerd weet van een achterban die dat draagt. Dat betwijfel ik. Wel binnen het toneel misschien, maar daarbuiten? Leeft het eigenlijk nog, toneel? Ik denk dat mensen altijd toneel zullen blijven spelen, alleen het maatschappelijk aanzien van toneel is volgens mij kleiner dan in de jaren zestig. Toen gingen mensen nog naar de schouwburg zonder te weten wat er speelde. Dat doe je nu niet meer.”

Lamers: “Maandag is er niet op gericht actie te ontketenen, maar we willen de nieuwe generatie wel tonen hoe het kan, hoe dat toen ging. Zo laten we een stuk van een discussiemiddag hier in de schouwburg herleven, het gevestigde toneel tegenover de tomatisten.”

Rijnders: “Het is raar: mensen gaan wereldwijd overal de straat op, maar dat dringt nog niet door tot het toneel kennelijk. Misschien komt het nog. De Actie Tomaat kwam ook na Provo en de studentenrevolte in Parijs en Amsterdam.”

Lamers: “Ik zou het geestig vinden als deze avond het vuur zou aanwakkeren. Die maatregelen met dat FPK zijn natuurlijk catastrofaal. Maar daarover gaat het in de zijlijn, als we dat centraal hadden gesteld was het een andere avond geworden.”

Rijnders: ‘Dit is een thema-avond waarbij je hoopt dat er iets op gang komt, maar niet meer dan dat. Het woord is aan de nieuwe generatie.”

Requiem voor Tomaat: 4/11, 20.30 uur, Internationaal Theater Amsterdam. Met o.a. Maatschappij Discordia, ITA Ensemble, Het Nationaal Toneel, Urland en DEGASTEN. Vijf euro korting op de entreeprijs voor wie een tomaat meeneemt.  

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden