Plus

Hoofdredacteur Story: 'Ik houd van de waarheid'

Guido den Aantrekker (52) zit ruim twintig jaar in de entertainmentwereld. De hoofdredacteur van Story over het strafrecht, de dwergpony van Jan Smit, het privéleven van politici én dat van hemzelf.

Guido den Aantrekker: 'Vrijwel niemand is ook helemaal serieus te nemen, uiteindelijk. We zijn allemaal 70 procent water met een velletje eromheen.' Beeld Martin Dijkstra

Guido den Aantrekker was bijna twintig jaar primeurjager bij bladen als Panorama en Story - geen nieuwtje was veilig voor hem, alle BN'ers konden op zijn aandacht rekenen.

Toen trok hij zich terug uit de showbizz, hij schreef een roman, een boek met herinneringen aan zijn leven als newsgetter en werd mediastrateeg. Inmiddels is hij toch terug, sinds vorig jaar is hij hoofdredacteur van Story. En nu ook nog op tv, als entertainmentdeskundige bij Shownieuws.

Hoe wilde u uw stempel drukken op Story toen u hoofdredacteur werd?
"Ik vind één ding belangrijk: journalistiek. Klinkt misschien raar, mensen denken dat dat bij een roddelblad het laatste is wat wij nastreven, maar dat is dus niet waar. Hummie van der Tonnekreek, éminence grise in dit vak, zei altijd dat onze vorm van journalistiek een soort oer-­journalistiek is, want wij willen weten wat mensen níet willen vertellen."

"Iemand aanschieten op een feestje omdat je gehoord hebt dat het hommeles is in zijn huwelijk - het is best wel lastig om dat goed aan te vliegen. En dan nog - zie maar iets los te krijgen."

Uw blad oogt niet als een hoogwaardige journalistieke uiting.
"Story moet er lekker uitzien, mensen moeten worden getriggerd, de cover moet roepen: 'Koop mij!'"

Maakt u die cover op basis van intuïtie of van regels?
"Op maandag hebben wij deadline, dan ben ik met niets anders bezig dan de cover. Op zondagavond werk ik thuis en bedenk ik de coverteksten. In mijn eentje filosoferen op mijn kantoortje over welke onderwerpen ik groot ga brengen. En waar ik ze op de cover zet."

"Op maandag zit ik met de vormgever vanaf de lunch tot zeven uur 's avonds te stoeien met die cover. Ze noemen mij hier altijd 'meneer 40 seconden', omdat ik zelfs in de allerlaatste 40 seconden nog kan besluiten om het om te gooien. Een woord veranderen, toch een andere foto."

"Altijd moet je het weer bekijken door de ogen van die lezeres. Want wij kunnen het wel reuze interessant vinden, 80 procent van onze lezers is vrouw, in hen moet ik mij inleven. Ik zit hier niet voor mezelf, al draagt Story natuurlijk mijn ­signatuur."

Ik herken in uw werk, óók in uw covers, een groot gevoel voor ironie. Neemt u het vak wel echt serieus?
"Ik doe het zo goed mogelijk, met alles wat ik in me heb, maar ik verkeer al 22 jaar in de entertainmentwereld, en het is vaak redelijk triviaal waar we over schrijven. Laatst hadden we een groot verhaal over Alexander Pechtold, dat ging over grote emoties en ingrijpende zaken. Maar als bijvoorbeeld Jan Smit een dwergpony cadeau doet aan zijn dochter, is dat leuk qua beeld, maar er zijn belangrijkere zaken in de wereld."

En u kunt dat niet anders dan ironisch brengen.
"Ik kan mezelf niet uitzetten. Maar ik denk ook dat het past bij dit blad. Dat is redelijk nieuw, omdat ons vak vroeger rechttoe rechtaan was."

Dat verhaal over Pechtold ging over zijn minnares, een tweeling van wie hij wellicht de vader was, een afgebroken zwangerschap - een ouderwets gossipverhaal.
"Hoe definieer je gossip? Je komt dingen te weten over het privéleven van mensen, dingen waarover je normaal niet zo snel met iemand zou praten. Als je gossip zo omschrijft, dan is het gossip. Maar wij nemen het vak serieus. We weten heel goed wat we opschrijven, we verkopen geen onzin, het zijn geen geruchten."

U maakt zich op Twitter druk om allerlei maatschappelijke zaken. U bent bijvoorbeeld kritisch op de rechtspraak en vindt dat er te laag wordt gestraft in Nederland. U noemt het hier steevast #daderparadijs. Zou u niet meer over maatschappelijke onderwerpen willen schrijven?
"O vast, maar niet in Story. Ik twitter gewoon als de mens Guido den Aantrekker. Daarnaast ben ik de hoofdredacteur van Story."

Maar als u zich de hele week bezighoudt met Yolanthe in een parkeergarage, de dwergpony van Jan Smit of de affaire van Pechtold, denkt u nooit: wáár ben ik mee bezig?
"Nee. Toevallig ben ik vorig jaar met iemand van SBS bezig geweest om te kijken of we niets over strafrecht in Nederland zouden kunnen maken."

"Gewoon om te bekijken hoe hier wordt gestraft. Omdat de straf vaak zo erg afwijkt van het buik­gevoel in Nederland. Dat houdt mij persoonlijk erg bezig."

Waarom?
"Ik denk dat ik een extreem sterk rechtvaardigheidsgevoel heb, in elk geval kan ik me snel opwinden over rechtvaardigheid. Vroeger was ik een bravouremannetje, een branieschoppertje, maar óók degene die het stotterende meisje dat gepest werd, verdedigde. En iemand een lel gaf die dat meisje lastigviel."

"Dat zie je op een andere manier ook terug in het blad, met zo'n Pechtold­verhaal bijvoorbeeld. Pechtold is de man in de schijnwerpers, leider van een regeringspartij: de machtige, succesvolle man, door velen geadoreerd, tegenover een minnares die daadwerkelijk van hem hield, zwanger van hem raakt en dan min of meer door hem wordt geadviseerd dat kind weg te laten halen."

"Omdat het hem in de weg staat. Waarna hij de ochtend erna gelijk de stekker uit die relatie trekt. Ook daar zit voor mij dat stukje rechtvaardigheid. Ik vind het helemaal niet erg om het voor zo'n vrouw op te nemen."

Maar het is toch niet de taak van een tijdschrift om het voor vrouwen met dit soort problemen op te nemen?
"Nee. Maar ik zeg alleen dat ik het niet erg vind."

Waardeert zij het überhaupt dat u het met zo'n verhaal 'voor haar opneemt', zoals u het noemt?
"Dat denk ik wel. Ik heb althans niet het tegendeel begrepen of gehoord."

U ging er met gestrekt been in.
"Vond je?"

Het is zo'n verhaal waarvan ik me afvroeg of ik dat allemaal wel wilde weten.
"Kijk, van Gerard Joling weten we inmiddels werkelijk álles, hè? Maar mensen die in een driedelig pak in de Tweede Kamer staan - ik denk dat het juist ook de taak is van ons soort bladen om een kant van hen te laten zien die menselijk is."

Beeld Martin Dijkstra

"Dat kan de ene keer deze kant opgaan, met een weinig vrolijk verhaal, maar ook de andere kant. We hebben net een ontzettend leuk en positief verhaal gehad met een politicus. Er zit verder geen diepere betekenis achter. Het is niet zo dat wij het op Pechtold voorzien hebben."

Maar het is een héél persoonlijk verhaal, waarbij ook nog kinderen betrokken zijn. Moet je dat willen brengen?
"De meest bekeken series op Netflix zijn series als The Crown en House of Cards, dat is niet voor niets zo. De meedogenloosheid en harteloosheid van politici, puur om hun doel te bereiken - er zijn talloze boeken en series over geschreven. Dat geeft toch al aan dat mensen daarin geïnteresseerd zijn? Je wilt achter die façade kijken van wat er gebeurt."

En als je die carrière ambieert, moet je op de koop toe nemen dat journalisten in je privéleven gaan graven?
"Vind ik wel, ja. En bij iemand als Pechtold breng je zo'n verhaal eerder dan bij iemand van een lager echelon. En dan mag je ook in details treden. Ik weet trouwens nog veel meer dingen dan in het verhaal staan, maar je moet ook een beetje doseren. Kijk, hoe meer ellende er boven komt drijven, hoe minder geloofwaardig het soms wordt. Of mensen zien door de brij de essentie niet meer."

"En of dit de soort journalistiek is die je aanspreekt, tja. Al sinds ik de schoolkrant onder zeventien pseudoniemen volschreef, ben ik geïnteresseerd in de echte kant van mensen. Zoals Beau van Erven Dorens altijd roept: in de gore waarheid."

U houdt van de gore waarheid.
"Ik houd van de waarheid. En als die goor is, dan moet dat maar. We zijn uiteindelijk allemaal mensen."

Waarom vindt u de straffen in Nederland eigenlijk te laag?
"Ik krijg steeds meer het idee dat straf in Nederland vooral bedoeld is om een nieuwe kans te creëren voor iemand. Terwijl ik straf eigenlijk gewoon straf vind. Vergelding. Iemand die willens en wetens iemand heeft vermoord, verdient geen tweede kans."

"Zo'n Volkert van der Graaf, ik vind het onbestaanbaar dat hij geen levenslang heeft gekregen. En daarmee voed je ook weer allerlei samenzweringstheorieën, waardoor ik óók enorm word getriggerd. Want ik geloof in dat soort ­scenario's."

"Misschien niet specifiek in dit geval, dat kan ik niet bewijzen verder, maar ik ben er heilig van overtuigd dat dit soort dingen gebeurt op het hoogste niveau. Ik ben ervan overtuigd dat de mensen die op het podium de wereld zouden regeren, in feite helemaal niks in te brengen hebben."

Waarom geeft u al uw energie aan Gordon en Gerard Joling als u ook journalistieke onthullingen over dit soort zaken zou kunnen najagen?
"Ik denk dat mijn economische ambities wat groter zijn dan mijn persoonlijke ambities. Kijk naar zo'n George van Houts. Vooral na dat laatste optreden bij Pauw (waarin Van Houts de officiële lezing van de aanslagen van 9/11 in twijfel trekt, red.) wordt hij door niemand meer serieus genomen. "

"Terwijl hij juist met De Verleiders, met die hele bank- en bitcoinindus-trie, een paar goede punten heeft neer­gezet. Uiteindelijk blijf je een roepende in de woestijn, een soort donquichot, vechtend tegen die enorme instituten."

"Je kunt wel zeggen: ik ben journalist en ga er tot mijn dood mee door - maar jongens, ik wil ook een beetje een lekker leven hebben! Ik ken een journalist die dit soort zaken onderzoekt, het groeit bijna altijd uit tot een obsessie."

"Ik zou dat ook in me hebben, maar dat is mijn gespletenheid, ik fluit mijzelf terug omdat ik gewoon leuke dingen met mijn gezin wil doen. Ik dénk al zoveel. Ik dwing mezelf ertoe om drie keer per week naar de sportschool te gaan en mezelf daar eens even flink af te matten, want anders gaat het maar door in mijn hoofd."

Beeld Martin Dijkstra

"Ik ben alleen maar aan het denken, altijd, bij álles. Ik zie ook overal mogelijkheden. Ik kom hier op maandag met stapels knipsels van dingen waar ik een verhaal in zie. Overal zie ik een verhaal in, weet je."

Je moet bewondering hebben voor iemand als Eric Smit, die zijn leven wel in het teken van de onderzoeksjournalistiek heeft gesteld.
"Hij is een van mijn journalistieke helden. Ook hij moest uiteindelijk toch buigen met zijn boek over Nina Brink: hij heeft een hoofdstuk moeten toevoegen en werd financieel geïntimideerd. En toch, hij gaat alsmaar door, heeft Follow the Money opgericht. Hij is sowieso een stoere gast, met dat litteken over zijn wang."

Hij was een rechtse bal en is in de loop der jaren naar de linkerkant opgeschoven. Gaat dat met u ook gebeuren?
"Nou, dan moet je zeker terugkomen. Dat lijkt me heel sterk! Ach, dat is trouwens ook gelul, ik ben rechts waar het moet en links waar het kan, zeg ik altijd. En dat vínd ik ook echt."

Ik vind het zo moeilijk in te schatten of u nou een cynicus bent of een idealist-met-een-gebruiksaanwijzing.
"Oh, vast van alles wat."

Uw roman, De Kinderhater, gaat over uw vroegere leven als verstokte womanizer, hoe u vervolgens de liefde van uw leven vond, stiefvader van haar zoontje werd. Uiteindelijk werd zij zwanger van u, maar jullie kindje stierf nog in de buik, en daarna had zij nog zeven miskramen. Het boek begint met een zwartgallige constatering.
"Dat is een citaat van Rudi Carrell. Hij zei ooit: 'Je hebt in dit wereldje twee soorten mensen, slechte mensen en héél slechte mensen.' Dat is specifiek bedoeld voor dit vak, waar ik nu in zit. Entertainment is de grootste industrie ter wereld, de belangen zijn enorm. Waar macht en ambities samenkomen, gaan de broekjes al snel uit."

"Maar entertainment gedijt tegelijkertijd door publiciteit. Het houdt elkaar allemaal in stand, het is een soort duivels pact tussen de sterren en de journalisten, iedereen is afhankelijk van elkaar. Het is een frivool vak. Het is een geil vak. Er wordt veel gezopen en gesnoven."

"Dat zal in de accountancy ook zo zijn, of in de verpleging, maar toch denk ik dat het in de showbizz anders is. Creatieve mensen zijn vaak gevoelig en onzeker."

"En ikzelf, ik ben ook nog eens Tweelingen van sterrenbeeld, dan ben je al min of meer gespleten geloof ik. Dat merk ik ook aan mezelf, ik besta uit veel vakjes. Ik zie mezelf niet als een ongevoelige klootzak, maar ik kan meedogenloos en hard zijn in dit vak."

Ook heb ik het idee dat u niks of niemand echt serieus neemt.
"Vrijwel niemand is ook helemaal serieus te nemen, uiteindelijk. We zijn allemaal 70 procent water met een velletje eromheen."

En een apenbrein waardoor we allemaal boven op die rots willen zitten.
"Precies. Een hoop dromen en illusies, en als je doodgaat is het niks meer waard. Het interessante in deze context is natuurlijk waarom je een bepaald vak uitoefent, wat zegt dat over jouw persoonlijkheid?"

"Op school waren er twee dingen die ik graag deed: de lachers op mijn hand krijgen én verhalen vertellen. Ik stak toen al de draak met alles."

"Ik weet nog dat ik op de middelbare school de burgemeester van Amstelveen interviewde, de kop die ik boven dat interview zette was: 'Guido den Aantrekker ontmoet de burgemeester van Amstelveen.' Hahahaha! Een soort Ivo Niehe in de dop! Smullen toch? Ik was zestien."

Aan het eind van uw tweede boek, ­Primeurjager, zegt u de entertainmentwereld vaarwel en filosofeert u zelfs over karma dat zich tegen gossipjournalisten zou keren: er waren veel sterfgevallen en ongelukken in uw directe werkomgeving.
"Tja, dat is een laconiek stukje waarin ik eigenlijk gewoon diep in mezelf kijk. Misschien, denk je dan, komt dit nog eens als een boemerang terug. Altijd graven in de privélevens van mensen, dingen opschrijven waarvan je zelf alleen maar durft te hopen dat ze niet naar buiten zouden komen."

Een onprettige vraag, maar wijt u de dood van uw zoontje weleens aan karma?
"Natuurlijk denk je daaraan. En door je af te vragen of zoiets karma is, sta je in elk geval even stil bij de vraag: ben ik nog wel koosjer bezig? Kloppen de dingen die ik doe nog wel? Als die vraag wat oplevert, is het al fijn."

"Maar ik ken mensen die veel ergere dingen zijn overkomen: de liefste mensen ter wereld die nog nooit een vlieg kwaad hebben gedaan. Dus in die zin geloof ik er niet zo in."

Bij Dit Was Het Nieuws werden grappen gemaakt over uw doodgeboren kind.
"Ik vind dat zo ongepast. Wij, gossipjournalisten, worden vaak rioolratten genoemd; Max Pam noemde mij ooit journalistieke onderwereld, voor Youp ben ik een roddelhufter."

"Maar dan nog: wij zullen nooit grappen maken over een kind dat dood geboren wordt. Dat komt niet eens in me op. Ik vind dat laaghartig en een zwaktebod bovendien."

En toch, u vindt de verhalen die u heeft geschreven volstrekt te verdedigen, maar tegelijkertijd heeft u er ook een donker gevoel over?
"Weet je, het is eenvoudig om in deze ivoren toren een blad te maken, maar als ik morgen op het Leidseplein degene over wie Story schrijft tegen het lijf loop, ben ik hoogstwaarschijnlijk toch iets minder onverstoorbaar. Maar dan nog, ik durf iedereen met open vizier tegemoet te treden, en dat doe ik ook."

Cv

Guido den Aantrekker
2 juni 1966, Amsterdam

1978-1984
Hermann Wesselink College en Casimir Lyceum, Amstelveen

1984-1987
Hogeschool voor Economische Studies (HES), Amsterdam

1988-1996
Logistiek management Martinair en Air Holland

1996-2016
Freelance journalist voor o.a. Panorama, Story en De Telegraaf

2012-2017
Zelfstandig mediaconsultant voor o.a. Dirk van den Broek

2014
Roman De Kinderhater (Nijgh & Van Ditmar)

2016
Boek Primeurjager (Nijgh & Van Ditmar)

2017-heden
Hoofdredacteur Story

2018
Entertainmentdeskundige Shownieuws (SBS6)

Guido den Aantrekker woont in Amstelveen. Hij is getrouwd met Tiffany Curry en is stiefvader van Julius (19).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden