Plus

Hoofdredacteur Nieuwsuur: 'De wereld zit vol met grijstinten, het spijt me'

Joost Oranje is onderzoeksjournalist in hart en nieren en bijna vijf jaar hoofdredacteur van Nieuwsuur. Hij houdt een pleidooi voor nuance. 'Ook media redeneren zwart-wit om hun boodschap maar te verkondigen. Levensgevaarlijk.'

Joost Oranje: 'Je moet je kwetsbaar opstellen, maar tegelijk weerbaar zijn als je onredelijkheid treft' Beeld Jitske Schols

Bij aankomst is het opvallend leeg in het kantoor van de hoofdredacteur van Nieuws­uur. Een paar seconden later komt Joost Oranje (54) met vlugge pas vanaf de redactievloer aansnellen, duidelijk in staat van lichte opwinding. "In Suriname is de aanklager net onverwachts begonnen met de strafeis tegen Bouterse," zegt hij.

Samen met Harmen Boerboom publiceerde Oranje in 1992 na maanden onderzoek het boek De 8-decembermoorden: slagschaduw over Suriname. "Het boek is ondertussen ontzettend verouderd, de moorden waren in 1982, het boek kwam tien jaar daarna. Het was destijds ongelooflijk moeilijk om feiten boven tafel te krijgen, mensen waren bang om te praten. Toch hadden we veel bij het rechte eind, bleek later."

Tijdens het gesprek checkt Oranje met enige regelmaat zijn telefoon. "De aanklager gaat een eis formuleren op basis van het dossier. Dat vind ik toch een spannend moment. Harmen zit in Suriname in de zaal en appt mij voortdurend. Dan komt de oude journalist toch weer even in mij naar boven."

U bent inmiddels bijna vijf jaar hoofdredacteur van Nieuwsuur. Daarvoor was u een gerespecteerd onderzoeksjournalist voor Nova en NRC Handelsblad. Mist u het handwerk?
"Zeker wel. Dat gaat nooit weg en ik sluit ook niet uit dat mijn volgende baan - wanneer dat ook mag zijn - weer in het uitvoerend werk zal liggen, maar ik heb het in deze functie ook goed naar mijn zin."

"Ik vind het altijd een beetje makkelijk - en je maakt je er onder journalisten populair mee - om te zeggen dat managers in de journalistiek maar niks zijn. Ieder actualiteitenprogramma en iedere krant heeft leiding­gevende journalisten nodig die de lijnen uitzetten en beslissingen nemen. Dat is een vak."

Afremmen, bijsturen.
"Ja, dat hoort er ook bij. Je treft me nu op een bijzonder moment van journalistieke opwinding. Het is typisch Surinaams dat zo'n grote rechtszaak totaal onverwachts verdergaat. We hebben destijds ontzettend veel onderzoekswerk verricht. In Suriname, in Nederland, in Frans-Guyana."

"Er zat veel emotie omheen, en nog steeds. Wat destijds is gebeurd, is ongelooflijk. De fine fleur van de intelligentsia van ­Suriname die standrechtelijk werd geëxe­cuteerd. Als ik dat nu weer hoor, gaat het toch kriebelen. Ik kom net van een hele ochtend ­vergaderen bij de NPO; dat is leuk, aardig en vaak helemaal niet onnuttig, maar dit is waar het om draait."

Joost Oranje is misschien wel een van de meest ervaren journalisten van Nederland. Als onderzoeksjournalist van NRC Handelsblad won hij verschillende prijzen voor zijn onthullingen, onder meer over het boekhoudschandaal bij Ahold in 2003/2004 en de betrokkenheid van Nederland bij de oorlog in Irak. Voor zijn periode bij NRC (veertien jaar, waarvan de laatste jaren als plaatsvervangend hoofdredacteur) werkte Oranje een aantal jaar voor Nova.

Oranje: "Mijn periode bij Nova is niet te vergelijken met hoe Nieuwsuur nu wordt gemaakt. Alleen al de invloed van buiten, de sociale media, de manier waarop we verhalen ook digitaal brengen. Ik maak me wel zorgen over de versnippering in de media. Het is prima dat Nieuws­uur elke avond een half miljoen kijkers haalt, maar veel mensen kijken ook niet en ­baseren zich op niet-gecheckte berichtgeving waar de nuance nog wel eens verloren wil gaan. Er is werk aan de winkel voor kwaliteitsmedia."

Rob Wijnberg pleitte bij De Correspondent voor een radicale verandering. Kwaliteits­media moeten stoppen met het volgen van de nieuwsstroom, onderzoeksjournalistiek als nieuwe norm. Hoe leest u dat?
"Dat is sympathiek en prachtig, maar zo werkt het natuurlijk niet. Ik ken Rob goed van mijn tijd bij NRC en hij is een ontzettend scherpe geest die je vaak aan het denken zet, maar de realiteit is hierin weerbarstiger. Ik ben het met hem eens dat onderzoeksjournalistiek te vaak als een exotisch ding in het vak wordt geplaatst. Dat is niet goed. Niet alleen het Watergate-schandaal is ­onderzoeksjournalistiek."

CV

Geboren
31 december 1962, Amsterdam

Opleiding
School voor Journalistiek Utrecht

Loopbaan
1984: radioverslaggever Veronica Nieuwsradio en Hier en Nu Radio
1990: televisieverslaggever Veronica Nieuwslijn, en presentator 2 Vandaag
1992: auteur De 8 december moorden: slagschaduw over Suriname, met Harmen Boerboom
1994: Onderzoeksjournalist Nova
1998: NRC Handelsblad, onder meer chef politiek en plaatsvervangend hoofdredacteur
2005: NDP Prijs voor de Dagbladjournalistiek voor serie over Aholdschandaal
2009: Anne Vondelingprijs voor politieke journalistiek over Irakzaak
2012: hoofdredacteur Nieuwsuur

"Het kan ook zijn dat je langer de tijd neemt voor een bepaald onderwerp, zodat je ontwikkelingen - het grote Europese midden wordt langzaam weggeslagen - kunt waarnemen vóórdat een grote gebeurtenis - brexit - plaatsvindt. Tegelijkertijd is het wel belangrijk dat je exclusief aandacht voor onderzoek houdt en er ruimte voor geeft. De Correspondent is een heel ander medium dan Nieuwsuur of Het Parool. Het werkt niet als redacteuren bij een medium dat het ­dagelijkse nieuws volgt allemaal onderzoeksjournalistiek willen bedrijven."

"Als vandaag de strafeis wordt uitgesproken in de Boutersezaak, verwachten kijkers dat we daar vanavond iets mee doen. Dan kan ik niet zeggen: de hele redactie is bezig met onderzoeksjournalistiek, zoekt u het zelf maar uit. Sterker nog, dat zou heel onverantwoordelijk zijn, dan gaan mensen doen wat je júíst niet wil: hun mening vormen op basis van ­sociale media en vluchtige niet-gecheckte berichtgeving."

"Wat ik wel met Rob eens ben: er kan nooit genoeg aandacht zijn voor onderzoeksjournalistiek. Je kunt nog zo'n mooie studio en schitterende graphics hebben: uiteindelijk draait het om de journalistiek en een goed verhaal. Het gaat om de bonnetjesaffaire, een verhaal dat echt de macht aantast."

In De Rekening Voor Rutte, het boek dat ­Bas Haan over de bonnetjesaffaire schreef, bedankt hij u voor de vrijheid die u hem gaf.
"Het project van Bas rondom de Teevendeal was simpelweg geweldig. Niet eens omdat het Nieuwsuur in een goed licht zette - dat was fijne bijvangst - maar wat wezenlijk is, is dat Bas erin is geslaagd zijn vinger achter de macht te krijgen. En niet één keer, maar voortdurend. Hij is hier regelmatig volledig verbaasd binnen gelopen met nieuwe informatie. En voortdurend is hij tegen de stroom in gegaan als anderen beweerden dat het een complot was. Zijn boek is verplichte literatuur voor journalisten."

Is het moeilijk om Haan voor zo'n project vrij te maken?
"Het is een proces met ups en downs. In het ­geval van de bonnetjesaffaire bleef het maar doorgaan, dus daar twijfelde niemand aan het project. Bas heeft een waardevol netwerk opgebouwd van bronnen die ook naar hem toekwamen - het signaal dat je goed zit - en is bijna twee jaar bezig geweest met het verhaal."

"Onderzoeksjournalistiek op die manier is kostbaar, maar heel belangrijk. Vanaf september komen er twee extra mensen bij ons onderzoeksteam, omdat we willen kijken of we meer eigen nieuws kunnen genereren. Dat is niet iets vrijblijvends, het vraagt offers. We ­maken Nieuws­uur van publiek geld, ik kan niet zomaar drie mensen erbij zetten. Het gaat ergens vanaf. Dat is een keuze die je moet maken met een duidelijk idee."

In een interview in de Volkskrant in 2013 zei u: 'De kwaliteitsjournalistiek wordt bedreigd, daar moet we niet lichtzinnig over doen.'
"Dat is sindsdien niet minder geworden. Ik verbaas me over het claimen van het alleenrecht op meningen en het recht om afwijkende stemmen op hoge toon af te serveren. Meteen roepen dat Nieuwsuur Trump basht als we een item over hem maken. Ik wil absoluut niet zeggen dat wij nooit fouten maken, maar het is een automatisme geworden."

"De wereld zit vol met grijstinten, het spijt me. Je kunt je nauwelijks wapenen tegen die druk. Tegelijkertijd wil je voorkomen dat je in een isolement komt en mensen afhaken. De vraag die daaronder ligt: hebben we onze vingers wel goed genoeg in de samenleving? Het is niet zo dat wanneer je 'de mening van het volk' gaat peilen in Hengelo, je werkelijk de mening van het volk hebt gehoord."

"Een ander voorbeeld: een redacteur probeert in contact te komen met de Turkse gemeenschap omdat het een interessante tijd is, met Denk, met Erdogan. Hij krijgt terug dat de gemeenschap de publieke omroep structureel onbetrouwbaar vindt en dat wij gestuurd worden vanuit de staat. Dan kan je honderd keer het ­redactiestatuut laten zien, maar ze geloven je niet. Dat is zorgelijk."

Wat zegt u tegen zo'n redacteur?
"Het is een lastige dynamiek. Je moet je kwetsbaar opstellen, maar tegelijk weerbaar zijn als je onredelijkheid treft. De aandacht voor enerzijds-anderzijds wordt door een groot deel van de mensen niet meer begrepen. Dat is een gezwel voor de journalistiek. Ook media gaan, om hun boodschap maar te verkondigen, heel zwart-wit redeneren. Dat is levensgevaarlijk."

Kunt u een voorbeeld geven?
"Je ziet een tendens in het koppen maken, in het snel publiceren, terwijl sommige dossiers ingewikkeld zijn en niet zonder nuance kunnen. Ik houd me vast aan Jérôme Heldring, die de beginselen van NRC schreef: 'Wij zijn er niet om de wereld te vermaken of naar de mond te praten. Wij zijn er om de waarheid te geven, ook als die onwelgevallig is.' Ik constateer dat dat steeds moeilijker wordt: je bent nog geen twee minuten in een item en Twitter stroomt al vol met oordelen. Voor je het weet doe je mee aan een race van snelheid en onzorgvuldigheid."

CNN publiceerde onlangs een verhaal over Trumps banden met Rusland, maar de publicatie werd later teruggetrokken wegens rammelende bronnen. De journalisten namen ontslag, of zijn ontslagen. Hoe kijkt u daarnaar?
"Ik ken de zaak niet goed genoeg en weet niet hoeveel interne druk er op die publicatie zat. Ik snap wel dat Trump er gretig op inspringt en CNN wegzet als fake news. Natuurlijk zeggen mensen: als dit bij CNN gebeurt, zal het hele Ruslandverhaal wel niet kloppen. Terwijl niemand ooit heeft beweerd dat het Ruslandverhaal wél klopt!"

'Ik ben geen enorme feestvierder, drink geen alcohol, rook niet. Als je dat saai wil noemen, be my guest' Beeld Jitske Schols

"Media besteden er aandacht aan omdat er nota bene een speciaal aanklager is benoemd om het uit te zoeken. Dat lijkt me iets om over te berichten. En ja, dat moet je met een slag om de arm doen en je moet oppassen met anonieme bronnen. In die zin is het een alarmbel: de geloofwaardigheid van jou als medium is het belangrijkste wat er is. Als die wordt aangetast, met al dan niet legitieme middelen, heb je een groot probleem."

Journalistiek is een bescheiden vak, zegt u vaak.
"Ja, daar is dit ook een voorbeeld van. We zijn niet onfeilbaar, maar de druk van buitenaf heeft onmiskenbaar een effect. Om nog één keer terug te komen op de bonnetjes­affaire: er was een moment dat ministers Schippers en Hennis zonder enig bewijs beweerden dat er een crimineel complot achter Bas zijn verhalen zat."

"Ik vond dat echt stuitend. En volhouden hè, geen slip of the tongue. Uiteindelijk is het een historisch en hoop­gevend dossier geworden, omdat het los van de Teevendeal aantoont hoe de macht werkt en hoe de waarheid, desnoods ten koste van alles, wordt verdoezeld."

U heeft uzelf weleens een saaie man genoemd, maar u heeft staan juichen, denk ik.
"Ik ben helemaal niet zo'n saaie man, hoor. Ik ben geen enorme feestvierder, drink geen alcohol, rook niet. Als je dat saai wil noemen, be my guest. Dat staat los van journalistieke opwinding. Dat moet in het dna van een journalist ­zitten, vind ik. Mooie journalistieke projecten maken mij echt enthousiast. Als Bas binnenkomt met zo'n onderwerp wil ik meteen aan de slag, maar ook als ik in het weekend een goed verhaal lees in de kranten kan ik daar enorm van genieten."

Oranje pauzeert, hij kijkt op zijn telefoon. Grote ogen. "Twintig jaar geëist tegen Bouterse."

Opgebiecht

Leermeester
"Een aantal. Theun Bleeker, mijn eerste chef-redacteur bij het Kamper Nieuwsblad. Ad van Liempt, die als Nova-hoofdredacteur onderzoeksjournalistiek op tv serieus nam. Henk Hofland (NRC) die altijd bemoedigende en leerzame tips mailde na een onderzoeksverhaal: 'Blijf ze bestoken!'"

Beste in het vak
"Journalisten die gezonde argwaan bezitten, maar dat ook kunnen relativeren."

Slechtste in het vak
"Journalisten die alleen maar relativeren en geen gezonde argwaan meer bezitten."

Beste advies ooit gekregen
"Van NRC-columnist Heldring met wie ik ­iedere ochtend samen op de kamer zat in mijn tijd als chef politiek: luister naar wat mensen vinden, maar laat je leiden door feiten."

Slechtste advies ooit gekregen
"Toen ik in 1998 overstapte van Nova naar NRC: ga nooit naar een krant. En toen ik in 2012 NRC voor Nieuwsuur verruilde: ga nooit naar Hilversum."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden