Plus Terugblik

Holland Festival 2019: het jaar van Stockhausen

De 72ste jaargang van het Holland Festival was een overgangseditie, die de nieuwe directeur Emily Ansenk voor een mooie uitdaging stelt.

Karlheinz Stockhausens magnum opus Licht zorgde voor een ongekende totaalervaring. Beeld Ruth & Martin Walz/DNO

Editie nummer 72 van het Holland Festival, het avontuurlijkste Nederlandse festijn voor muziek, dans, theater en alle mogelijke kruisingen daarvan, heeft dit jaar 87.000 bezoekers getrokken. Dat zijn er 4000 meer dan vorig jaar, maar de editie van 2019 telde ook meer voorstellingen (139, tegen 101 vorig jaar).

Na het vertrek van Ruth Mackenzie naar het Théâtre des Champs-Élysées nam Annet Lekkerkerker, al tien jaar de zakelijk directeur naast Pierre Audi en Mackenzie, de algehele leiding over. Dat was uit nood geboren – Lekkerkerker stapt binnenkort over naar het college van bestuur van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Toch wist zij met haar team een festival te brengen dat met twee gastcuratoren, of associate artists in goed Nederlands, een eigen, zij het wat verward ogend gezicht had.

Sterke troef

Die gastcuratoren, de Zuid-Afrikaanse beeldend kunstenaar en theatermaker William Kentridge en de Congolese choreograaf en storyteller Faustin Linyekula, droegen bij aan een festival dat diverser was dan ooit, met krachtige impulsen naar en vanuit de zwarte gemeenschap in de stad. Voor een festival dat midden in de tijd en de immer bewegende culturele gemeenschappen in de samenleving wil staan, was dat dit jaar een sterke troef.

Kentridge bracht Kentridge – gecertificeerde kwaliteitskunst die kan rekenen op een vaste schare liefhebbers. Hij behoort tot de gevestigde orde, maar ook daarvoor was plaats in deze editie van het Holland Festival. Daardoor kon Linyekula de grote verrassing worden, omdat hij een frisse wind liet waaien door de dansprogrammering, die in voorgaande jaren altijd in beton gegoten leek, met bijdragen van de bekende grote namen (Platel, Forsythe).

Toch zorgde een andere grote naam voor dé festivalgebeurtenis van het jaar. De selectie van vijftien uur muziek uit Karlheinz Stockhausens zevendelige operacyclus Licht was een project waar nog veel jaren over zal worden gepraat en geschreven. De driedaagse onderdompeling in de wereld van de grootste modernist van de 20ste eeuw behoorde tot de hoogtepunten in 72 jaar Holland Festival.

Voorvrouw Kunsthal

Volgend jaar zal Lekkerkerker hebben plaatsgemaakt voor Emily Ansenk. Dat maakte van jaargang 2019 dus een overgangseditie. Ansenk is een kunsthistoricus die als voorvrouw van de Rotterdamse Kunsthal heeft laten zien goedbezochte, drempelverlagende tentoonstellingen te kunnen maken. Of zij ook in de podiumkunsten, waarin ze geen ervaring heeft, haar draai kan vinden, is af te wachten. Wel weet ze zich alvast verzekerd van de hulp van de Amerikaanse choreograaf Bill T. Jones, die de rol van associate artist op zich zal nemen. Hij komt in elk geval met een nieuwe grote productie in samenwerking met architect Elizabeth Diller.

Drie recensies van het festival op een rij

Erik Voermans: ‘Niet verdunnen’

Een bekentenis: ik was heilig van plan lekker veel voorstellingen van het Holland Festival 2019 te gaan zien en horen, maar na de drie dagen met muziek uit Stockhausens Licht was ik zo van de kaart dat ik de indrukken niet wilde laten vermengen en daarmee laten verdunnen met andere indrukken. Daardoor dus geen Chronicle of Current Events met muziek van de nieuwe modecomponist Weinberg, uitgevoerd door violist Gidon Kremer, geen Bryce Dessner die iets deed met foto’s van Robert Mapplethorpe en geen Partita for 8 voices, hoe interessant dat vooraf ook had geleken. Wel ging ik nog naar Eight, de prachtige virtualrealityervaring van Michel van der Aa en naar Pellás et Mélisande bij De Nationale Opera, een van mijn lievelingsstukken. Kwam het door Stockhausen dat ik zelfs daar wat lauwtjes vandaan kwam?

Jan Pieter Ekker: ‘Ongekende totaalervaring’

Het mooiste moment in The Head & The Load van William Kentridge is als je in de gaten begint te krijgen dat de silhouetten op het metersbrede scherm niet een-op-een overeenkomen met de bonte stoet die er voorlangs paradeert. Het ergerniswekkendst van De Kersentuin van ITA en regisseur Simon McBurney waren de vallende sterren in de achtergrondprojectie: niet subtiel eentje, met de kans dat je het mist als je even wegdommelt, maar een karrenvracht, zodat niemand de virtuositeit van de enscenering kan ontgaan. Maar ach, het is allemaal klein bier vergeleken bij het overrompelende hoogtepunt: Pierre Audi’s drie dagen omspannende samenvatting van Karlheinz Stockhausens magnum opus Licht. Een ongekende totaal­ervaring. Ik krijg tranen in mijn ogen als ik terugdenk aan de koorzang in Engel-Prozessionen.

Sander Janssens: ‘Naïef en niksig’

In Crash Park toonde Philippe Quesne hoe vliegtuigpassagiers na een ongelukkige crash in de oceaan met verrassend veel plezier hun dagen slijten op een onbewoond eiland. De ontembare overlevingsdrift van de mens, noemde hij het zelf. Achter de aanstekelijk vrolijke scènes schuilt eigenlijk vooral een naïef en niksig wereldbeeld, waarin de mens zichzelf geen doelen meer stelt en met oogkleppen op de tijd verduurt. In Roughhouse, de eerste samenwerking tussen Ballet of Difference en toneelensemble Schauspielhaus Köln, wist choreograaf Richard Siegal de twee disciplines niet tot een spannend, elkaar versterkend geheel te smeden. In een drammerige en overvolle in-your-face-montage liet Siegal scènes door taalverwarring keer op keer ontsporen. Dat resulteerde in obligate mediakritiek met een breed palet aan referenties en flauwe humor. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden