PlusAchtergrond

Hoe zorg je voor 1,5 meter afstand in een concertzaal?

Hoe moet het verder in de concertzalen als bezoekers straks een avond lang 1,5 meter afstand van elkaar moeten houden? Achter de schermen denken experts alle mogelijke scenario’s uit. ‘De toekomst van de industrie staat op het spel.’

Hoe organiseer je een concert als bezoekers niet zoals gebruikelijk als kluwen enthousiastelingen voor het podium mogen drommen?Beeld ANP Kippa

Het duurt nog tot dinsdag. Dan maakt het kabinet het vervolg van de coronamaatregelen bekend, met vermoedelijk ook de nieuwe regels voor concert­zalen, zoals – is de verwachting – het hanteren van 1,5 meter afstand tussen concertbezoekers. Maar hoe organiseer je een concert wanneer bezoekers niet als gebruikelijk als kluwen enthousiastelingen voor het podium mogen drommen? In de zoektocht naar een antwoord op die vraag worden deze dagen door experts allerlei scenario’s uitgewerkt.

Voor grote popfestivals lijkt afgelasting onafwendbaar. Alleen al Pinkpop zou half juni dagelijks 60.000 mensen ontvangen. België heeft evenementen van deze omvang al tot 31 augustus verboden. Maar in de zalen moeten er mogelijkheden zijn om concerten na 1 juni in aangepaste vorm weer te laten doorgaan, denkt directeur Ruben Brouwer van Mojo, de grootste organisator van popconcerten in ons land.

Hij geeft gehoor aan de oproep van minister Wiebes aan alle sectoren om plannen voor de 1,5 metereconomie aan te leveren. “We zijn aan het kijken of we iets kunnen verzinnen. Je moet je natuurlijk wel afvragen of er nog sprake is van een sfeertje als er in de Ziggo Dome maar een fractie van de gebruikelijke 17.000 mensen zit.”

Creatieve oplossing vinden

Dat is een van de vragen die Danny Damman, directeur van de Ziggo Dome, ook bezighouden. Hij wil zich niet neerleggen bij het idee dat concerten pas weer door kunnen gaan als alle maatregelen zijn opgeheven. “We zijn een creatieve industrie, dus moeten we alles op alles zetten een creatieve oplossing te vinden. Alleen: het lijstje argumenten waarom het niet kan is wel langer dan dat van de mogelijkheden.”

Hij somt de grote en kleine kwesties op die om een antwoord vragen in de nieuwe situatie. “Hoeveel procent houd je over van de volledige capaciteit van een zaal? Wat doe je met knelpunten zoals toiletten of smalle doorgangen? Hoe kan het bij grote popconcerten verplichte fouilleren doorgaan? Wat doe je om dringen bij de bar te voorkomen? Hoe kan iedereen achter de schermen veilig werken?

En dan is er natuurlijk de minstens zo belangrijke vraag: wat blijft er over van de concertsfeer als bezoekers niet alleen ter linker- en rechterzijde, maar ook voor en achter anderhalve meter vrij moeten laten? Het zijn zaken die zich moeilijk laten berekenen.

Een van de ideeën is om rijen stoelen neer te zetten op de plek waar normaliter staanplaatsen zijn. Om de afstand tussen bezoekers te waarborgen, worden steeds twee stoelen leeg gelaten, ook op de tribunes. Volgens de berekeningen blijft met dit systeem zo’n 25 à 30 procent van de capaciteit over. In Ziggo Dome komt dat neer op een krappe 4000 bezoekers, becijfert Damman. “Uiteraard heeft dat financiële consequenties. De productiekosten van decor, beveiliging en ander personeel gaan maar iets naar beneden, maar van de inkomsten blijft ook nog maar een kwart over.”

Iedereen zzp’er

Toch gaan de discussies tussen concertorganisatoren, zaaleigenaren en artiesten deze dagen opvallend weinig over geld, zegt Damman. “Iedereen is vooral bezig met het overeind houden van de industrie. Er staat nogal wat op het spel. In onze sector is bijna iedereen zzp’er. Van de gitaarroadie van de rockartiest tot de lichtman in de nok van de zaal. Zij staan nu allemaal op straat. Alleen al voor hen moeten we ons best doen iets te verzinnen.”

Maar wat? In clubzalen is veel minder verandering in opzet mogelijk dan in bijvoorbeeld de Ziggo Dome. “Het wordt voor ons een grote uitdaging programma’s te realiseren met 1,5 meter afstand tussen de bezoekers,” zegt Jurry Oortwijn van Paradiso. “We zijn gevestigd in een rijksmonument en kunnen niet zomaar de gangen verbreden of de wc’s verplaatsen. Iedere vierkante meter is in gebruik.”

Hij houdt niettemin vertrouwen in ‘de door de wol geverfde programmeursgroep die er vast een mouw aan kan passen’. Maar toch: “Het gevoel van een uitverkochte Paradiso is niet na te bootsen als minder dan een kwart van de mensen naar binnen mag.”

Damman onderkent het sfeerverlies, maar doet z’n best ook positieve kanten te zien. “Kleinere producties zie ik bij ons nog goed tot zijn recht komen. Dan sluiten we de tweede ring en worden de stoelen op de vloer business seats. Zo ruim hebben mensen nog nooit gezeten terwijl ze naar een mooi concert kijken.”

Hij meldt gisteren nog overleg te hebben gevoerd met de directeur van kaartverkoper Eventim. “Als het RIVM het toestaat, zou ik best met mijn vrouw en kind of iemand anders met wie ik samenwoon naar een concert kunnen gaan. We moeten het mogelijk maken die optie aan te vinken in de ticketshop.”

Wie wordt de gelukkige?

Nog een punt van zorg: hoe wordt bij een uitverkocht concert bepaald wie van de zeventienduizend kaarthouders tot het gelukkige kwart behoort dat op de oorspronkelijke datum naar binnen mag? Damman hoopt op zo min mogelijk scenario’s waarin selectie nodig is. 

“Misschien zijn er acts die vaker willen optreden. Vooral met Nederlandse artiesten zullen we kijken of zulke afspraken zijn te maken. Maar de volledige oorspronkelijke capaciteit halen zal moeilijk worden, want dan moeten ze misschien wel vier keer optreden. Aan de andere kant: we hebben vermoedelijk vrije data genoeg in de zaal.”

Voor buitenlandse artiesten is de situatie nog gecompliceerder. Een stop in Nederland is meestal onderdeel van een grote tournee. “Kan een artiest ook in Italië en Spanje spelen? Als de regels daar anders zijn, wordt het lastig. En voor Amerikaanse muzikanten speelt de vraag of ze überhaupt in een vliegtuig naar Nederland kunnen stappen.”

Het wordt niet makkelijk, zeggen alle betrokkenen. Damman: “Mijn verstand ziet het somber in, maar mijn hart houdt hoop dat we toch deze zomer nog live muziek horen.”

Klassieke muziek: hoeveel man orkest op podium?

Simon Reinink, directeur van het Koninklijk Concertgebouw, is hard aan het denken hoe een mogelijke heropening eruit zou kunnen zien. “Centraal daarbij staat vanzelfsprekend dat we de gezondheid van de mensen kunnen waarborgen, maar er is ook een bedrijfseconomische component. We moeten de ‘klantreis’, zoals dat heet, zó inrichten dat die 1,5 meter overal gewaarborgd is. We kijken momenteel of dat kan.”

En dan is er nog een vraag die bij klassieke muziek een grote rol speelt: hoeveel mensen mogen maximaal op het podium? “Het is duidelijk dat dit nooit een volledig orkest zal zijn,” zegt Reinink. “En je zal het serviceaanbod moeten aanpassen. Bijvoorbeeld wel of geen buffetten en garderobe? Ook moeten we kijken naar hoe lang de rijen buiten maximaal kunnen zijn. We denken na over twee concerten op een avond in plaats van een langer concert. Misschien moet je mondkapjes verplicht stellen.”

“Waar het op neerkomt: als het niet kan zoals we willen, dan moeten we het maar willen zoals het kan. Voor ons is ook van groot belang dat we musici ondersteunen waar we maar kunnen.

Vanuit de gedachte dat je misschien de concerten in de kleine zaal naar de grote zaal zou kunnen verplaatsen, kunnen we in dat scenario vier-, vijfhonderd stoelen verkopen. Maar er zit een adder onder het gras. In de Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid geldt dat je minder wordt gecompenseerd als je omzet hebt. En als een concert verlieslijdend is, kun je beter gesloten blijven.”

Erik Voermans

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden