PlusBeeldspraak

Hoe stromen de zalen weer vol? Door de sterren overal te laten schitteren – niet alleen in Cannes

In Cannes wordt de rode loper betreden door een keur aan filmsterren en cineasten van naam. Op een klein festival kan een ster soeverein schitteren. Udo Kier deed het in Amsterdam.

Bart van der Put
Udo Kier in ‘Andy Warhol’s Dracula’ alias ‘Blood for Dracula’ (1974).  Beeld Alamy
Udo Kier in ‘Andy Warhol’s Dracula’ alias ‘Blood for Dracula’ (1974).Beeld Alamy

Het was net echt. De rode loper baadde in het kunstlicht om de genodigden haarscherp op beeld vast te leggen. De muur op de achtergrond was bekleed met uit de Verenigde Staten ingevlogen drukwerk, waarop het filmlogo en de zogeheten key art van het affiche afgebeeld waren. Wie voor dat exclusieve behang op de loper gefotografeerd werd, kon de indruk wekken dat het kiekje bij een galapremière in Hollywood, Londen of Parijs was gemaakt. Kijk mij hier tussen de filmgoden over de rode loper schrijden. Is mijn leven niet schitterend? Volg me en geniet voortaan mee!

Het oogde schitterend op de smartphones van de volgers. Wie ter plaatse aan de andere kant van het koord drie stappen terug deed stond in een grauwe doodlopende gang in een bioscoopcomplex bij station Bijlmer. In de dertien andere zalen draaide het reguliere filmaanbod voor gewone stervelingen.

Er was ook niets bijzonders aan de neppremière. Wie genodigd was kon over de rode loper naar binnen en werd verzocht om de socialemediakanalen te vullen met jubel over Pet Sematary, de nieuwe Amerikaanse horror-remake van de week. In steden over de hele wereld werden voorvertoningen georganiseerd om lokale influencers op de loper voor het filmlogo te plaatsen. Volg mij naar de bioscoop en griezel mee!

Zo bracht Hollywood genrefilms aan de man in het laatste jaar voordat de pandemie de wereld op zijn kop zette en de bioscooppraktijk ontregelde. Nu de ergste turbulentie voorbij lijkt te zijn moet er iets nieuws worden bedacht om de zalen weer vol te krijgen. De filmmarkt is nog niet tot rust gekomen. De definitieve doorbraak van het betaalde thuiskijken, de onvoorspelbare bioscoopsluitingen in grote markten zoals China en de oorlog op het Europese continent nopen tot bezinning in de filmwereld. Maar: the show must go on.

Publiciteit voor Tom Cruise

Deze week steekt de Amerikaanse Paramountstudio een miljoen dollar in de Europese première van Top Gun: Maverick op het filmfestival van Cannes. Dat is een fors bedrag voor een enkele vertoning, maar daarmee koop je een boel publiciteit en ook nog wat prestige. De wereldwijde filmpers ziet Tom Cruise over de beroemdste rode loper schrijden. Het vervolg op zijn straaljagersucces uit de jaren tachtig draait buiten competitie maar heeft nu toch het cachet van Cannes verworven. Het festival krijgt een extra dosis star power. Win-win!

Sterren schitteren niet zonder rode lopers en een bataljon fotografen. Festivals hebben baat bij hun aanwezigheid. Er zijn echter weinig festivals die van een Amerikaanse studio het aanbod krijgen om geheel betaald wat filmgoden bij een grote premièrevoorstelling te ontvangen. Kleine festivals moeten alle zeilen bijzetten om gasten in te vliegen, onder te brengen en te verzorgen. Het is dan nog afwachten of die hap uit het budget zich op een of andere manier terugbetaalt. En wat te doen wanneer een ingevlogen filmgod zich tot een nukkige diva ontpopt?

Een beroemde filmster?

We kwamen net uit de festivalbioscoop in Amsterdam en liepen dertig meter verder de hoek om toen de filmgod zich roerde. “Bart, je zei dat de meubelwinkel om de hoek was. We zijn om de hoek. Waar is die winkel? Ik moet een limousine hebben!”

Udo Kier had een punt, want hij was eregast en een schitterende ster. Maar hij was ook fit als een hoentje en zo ver was het niet naar de handelaar in vintage designmeubilair. We liepen gemoedelijk naar de toonzaal, waar Kier alle meubelstukken uit de jaren vijftig en zestig inspecteerde en luidkeels afkeurde. “Alles is namaak hier, ik koop alleen originelen voor mijn huizen in Hollywood!”

Op het festival was Kier ook onbetaalbaar scherp en amusant. Een paar dagen na zijn bezoek belde hij na een kostuumtest in Wenen om zijn terugkeer aan te kondigen. Hij gaf op eigen kosten een toegift en betrad festivalbioscoop Kriterion met een entourage van jongens die niet wisten dat hij een beroemde filmster was.

Ik roemde zijn werk met Andy Warhol, Madonna en Lars von Trier. Een van de knapen geloofde er niets van: “Bullshit! Wie is Lars von Trier?” Kier had meermaals naast de Deense regisseur op de rode loper van Cannes gestaan. Hij keek met de staalblauwe ogen uit Andy Warhol’s Dracula naar zijn ongelovige gevolg. En verklaarde: “You are all dismissed! Go away!” De entourage droop af. Het werd nog een dolle boel.

Udo Kier was een gast uit duizenden. Deze week is hij terug in de Amsterdamse bioscoop. In Swan Song loopt hij als dementerende dameskapper weg uit een verzorgingstehuis, voor een allerlaatste klus in het stadje waar hij ooit het flamboyante middelpunt van de gayscene was. Hij wordt niet door iedereen herkend. Er wordt geen rode loper voor hem uitgerold. Maar hij zal schitteren.

Want hij is een ster, een echte!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden