Voorwoord

Hoe Odysseus uitgroeide tot symbool van de zelfstandige westerse mens

Het schilderij Odysseus en Polyphemus van de Zwitser Arnold Böcklin. Beeld Getty Images
Het schilderij Odysseus en Polyphemus van de Zwitser Arnold Böcklin.Beeld Getty Images

Van Homerus tot 2001: A Space Odyssey, in Odysseus’ onvoltooide reis laat Jabik Veenbaas aan de hand van de wereldliteratuur zien hoe een oeroud personage heeft kunnen uitgroeien tot symbool van de zelfstandige westerse mens. Dit is het voorwoord.

Primo Levi beschrijft in Is dit een mens, een ­indrukwekkende getuigenis over zijn verblijf in concentratiekamp Auschwitz, hoe hij op een dag soep mocht gaan halen met de ‘Pikkolo’ van zijn Kommando, een jonge vent uit de Elzas die Jean heette. De Pikkolo was een gevangene die over bepaalde privileges beschikte en het kon je overlevingskansen dus aanzienlijk vergroten als je bij hem in een goed blaadje stond. Levi was opgetogen dat hij mee mocht, want nu zou hij een bezoek aan de keukens brengen en misschien wat extra eten kunnen bemachtigen.

De Pikkolo koos met opzet voor een omslachtige route, zodat de mannen wel een uur onderweg waren en uitgebreid konden praten. Hij wilde graag Italiaans leren en vroeg Levi of die hem les wilde geven. Levi stemde toe en hij besloot daarbij gebruik te maken van een zang uit De goddelijke komedie van Dante. Het was De zang van Odysseus, uit Canto 26 van de Hel, waarin Odysseus vertelt over een reis die hij na zijn ­bezoek aan Circe met zijn metgezellen maakte.

Levi kon niet beschikken over het boek zelf, hij moest het dus doen met wat hij uit het hoofd kende en was nu en dan ook regels kwijt. Maar die waarmee Odysseus zijn makkers aanspoort was hij niet vergeten en hij liet ze Jean horen:

‘Denk aan je afkomst: ’t is ons niet gegeven
Te leven als het redeloze beest;
Wij horen deugd en kennis na te streven.’

Ilias en Odyssee

In zijn boek voorziet hij de regels van dit commentaar: ‘Alsof ik het ook voor het eerst hoorde: als een bazuinstoot, als de stem van God. Een ogenblik vergeet ik wie ik ben en waar ik ben.’

In Auschwitz, dat gruwelijke oord, waar de mens zich meer dan ooit leek te hebben verlaagd, klonken deze regels Levi in de oren als een oproep om de hoogste menselijke waarden in acht te blijven nemen.

Opmerkelijk toch, dat Levi juist hier, juist als het om zulke waarden gaat, naar Odysseus verwijst. Zoals het ook al opmerkelijk is dat Dante zelf Odysseus deze nobele woorden in de mond legt. Dante had deze held immers diep in de hel geworpen – waarom zou hij hem dan die stichtende woorden laten bezigen?

Toen Odysseus eenmaal zijn intrede had gedaan, is hij onze beschaving en onze literatuur blijven bezielen. In mijn boek probeer ik na te gaan hoe dat komt.

De held Odysseus zoals die vandaag de dag in ons collectieve geheugen rondwaart, kennen we vooral uit de Ilias en de Odyssee van een zekere Homerus. De Ilias ontstond vermoedelijk in de tweede helft van de achtste eeuw voor Christus, de Odyssee enkele tientallen jaren later. Over de persoon Homerus weten we vrijwel niets.

We weten zelfs niet of zo’n persoon wel ooit heeft bestaan. De levensbeschrijvingen die er in de Romeinse keizertijd over hem zijn gemaakt, de Homerusvita’s, berusten allemaal op fantasie. Aan die verzonnen vita’s danken we bijvoorbeeld het beeld dat hij blind was.

Al sinds de hellenistische tijd is het idee dat de Ilias en de Odyssee door één man zouden zijn ­geschreven onderwerp van discussie geweest, vanwege de tegenstrijdigheden en taalverschillen tussen de beide epen. De ‘unitariërs’ bleven vasthouden aan het idee dat er sprake was van één auteur, de ‘separatisten’ dachten dat er sprake was van twee of meer auteurs.

Friedrich August Wolf (1759-1824) opperde dat Homerus helemaal niet had bestaan en dat het bij de epen slechts ging om een verzameling oude verhalen die mondeling waren overgeleverd. In de twintigste eeuw kwamen onderzoekers als Milman Parry en Albert B. Lord op basis van ­vergelijkend onderzoek naar de levende orale traditie in de Balkan tot de conclusie dat orale tradities bij de totstandkoming van de epen ­inderdaad een belangrijke rol moeten hebben gespeeld. Tegenwoordige commentatoren ­proberen enerzijds recht te doen aan de orale oorsprong van de beide werken en anderzijds aan het feit dat ze allebei zo’n briljant artistiek geheel vormen.

Steeds gelaagder

Ik heb ervoor gekozen om de naam Homerus te blijven gebruiken, in het besef dat er sprake is van voortgaand onderzoek naar het auteurschap of eindredacteurschap van de Ilias en de Odyssee en dat we misschien wel nooit met zekerheid zullen kunnen vaststellen of Homerus eigenlijk wel echt heeft bestaan en of deze werken hun definitieve vorm nu aan één of meer dan één persoon te danken hebben. Wanneer ik dat niet had gedaan, had ik mijn boek onnodig gecompliceerd. In de receptiegeschiedenis van de epen en dus van Odysseus heeft die ene naam Homerus immers voortdurend opgeklonken.

De vele auteurs die in mijn boek hun opwachting maken zijn er allemaal van uitgegaan dat het om het werk van één man ging, en voor zover ze dat niet deden, presenteerden ze die ene Homerus gretig als fictioneel personage.

Odysseus heeft onze westerse beschaving van meet af aan vergezeld en is in onze literatuur voortdurend opgedoken. Steeds weer voerden belangrijke auteurs hem als personage op in hun werk. Steeds weer gaven ze hem gestalte naar de eisen van hun tijd en verrijkten ze hem met nieuwe trekken, zodat hij steeds gelaagder en interessanter werd.

Opvallend is de grote persoonlijke betrokkenheid die ze daarbij toonden; meer dan eens zetten ze Odysseus zelfs in als alter ego. En toch bleef hij altijd ook die oude homerische held.

Het gaat om de historische hoofdlijnen van de manier waarop er in onze literatuur met Odysseus is omgegaan. Ik denk dat er in de reis die Odysseus door die literatuur maakt een ontwikkeling waar te nemen is en die probeer ik zo helder mogelijk in kaart te brengen. Odysseus is meer dan alleen maar een van de oude Griekse helden. Hij is onze gids en onze reisgenoot. Zijn reis door de literatuur vertelt ons veel over de weg die we zelf hebben afgelegd. En de vragen over het einde van zijn reis blijken op een intrigerende manier betrekking te hebben op de kernwaarden van onze cultuur.

Jabik Veenbaas, Odysseus’ onvoltooide reis, Nieuw-Amsterdam, €22,99, 192 blz. Beeld
Jabik Veenbaas, Odysseus’ onvoltooide reis, Nieuw-Amsterdam, €22,99, 192 blz.

Jabik Veenbaas

Jabik Veenbaas (1959) is schrijver, filosoof, dichter en vertaler. Hij publiceerde acht dichtbundels, de laatste in 2020: Soms kijkt de aarde me aan. In 2013 verscheen De verlichting als kraamkamer, dat op de shortlist stond van de Socrates Wisselbeker. Veenbaas schrijft over filosofische en literaire thema’s voor onder meer Trouw, Filosofie Magazine en Hollands Maandblad.

Odysseus in literatuur

Veenbaas onderzoekt de figuur Odysseus in onder meer de werken La Divina Commedia (Dante Alighieri), Troilus and Cressida (William Shakespeare), Les aventures de Télémaque (François Fénelon), The Lotos-Eaters (Alfred Tennyson), Ulysses (James Joyce), Odyssee (Nikos Kazantzakis), Vrede op Ithaca (Sandór Márai), 2001: A Space Odyssey (Arthur C. Clarke), Omeros (Derek Walcott) en The Penelopiad (Margaret Atwood).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden