PlusAchtergrond

Hoe Norah Jones het hart van miljoenen luisteraars binnenkabbelde

Twintig jaar na verschijnen is Norah Jones’ Come Away With Me nog altijd een van de best verkochte albums van deze eeuw. Een uitgebreide jubileumeditie laat horen hoe het succes tot stand kwam.

Stefan Raatgever
Norah Jones in 2003 met de vijf Grammy Awards die ze kreeg voor haar album Come Away With Me. Beeld Scott Gries/Getty Images
Norah Jones in 2003 met de vijf Grammy Awards die ze kreeg voor haar album Come Away With Me.Beeld Scott Gries/Getty Images

Was het een kalmerende reactie op de paniek van de aanslagen op de Twin Towers in september 2001? Een tegenbeweging na een decennium vol steeds platter wordende (euro)dance? Of was de tijd simpelweg na jaren van rigide genrescheiding nu rijp voor een plaat die lome jazz en kabbelpop van Sydney tot Stockholm zou laten bloeien?

Hoe dan ook: vanaf de nazomer van 2002 tot diep in het eerste decennium van deze eeuw was geen enkel beschaafd dinerfeestje compleet zonder Come Away With Me. Witte wijn in de koeler en dan de aangenaam mummelende stem van Jones bij de zalmamuses.

Vijf Grammy’s

Jones’ fluisterjazzalbum stond in ons land uiteindelijk acht weken op 1 in de Album Top 100. Wereldwijd – streaming bestond nog niet, het was het tijdperk van illegale downloadsites als Limewire en Kazaa – werden er 27 miljoen fysieke exemplaren van verkocht. In januari 2003 won Jones vijf Grammy’s, een ongekend aantal voor een debuterende artiest.

Hoewel het verscheen op het tot dan toe nogal puristische jazzlabel Blue Note – de thuisbasis van John Coltrane, Herbie Hancock en Art Blakey – was Jones de eerste die de kruisbestuiving tussen jazz en pop echt op gang bracht. Ze zette er een trend mee. Waren rond de eeuwwisseling vooral vrij eendimensionale dance-acts, boybands en R&B-artiesten populair, na Jones konden artiesten als Jamie Cullum, Michael Bublé, Katie Melua en later ook Amy Winehouse en Adele de jazz, swing, easy listening of soul uit het verleden weer naar de hedendaagse mainstream brengen. Het was alsof een complete generatie ineens herontdekte dat muziek ook met echte instrumenten gemaakt kon worden.

Relatie met vader Ravi Shankar

Jones bleek overvallen door het succes. Ze was net 23 toen Come Away With Me verscheen. Tot niet lang ervoor werkte ze als pianiste in restaurants en clubs. Op haar repertoire vooral jazz-standards. Ze was net van Texas naar New York verhuisd om zich verder te bekwamen als zangeres, en had nog niet veel verder gedacht dan om met optredens de huur te betalen. Tussendoor werkte ze als serveerster.

Vanaf 2002 vond ze zichzelf ineens terug in gesprekken met de internationale pers die niet overmatig geïnteresseerd was in haar liefde voor Billie Holiday of Willie Nelson, maar wel vragen stelde over haar na jaren van stilte pas net weer herstelde relatie met haar vader, de Indiase superster Ravi Shankar.

null Beeld

Jones werd er in de decennia die volgden een berucht kopschuwe interviewkandidaat van. Of misschien kwamen de moeizame gesprekken ook wel door haar aangeboren verlegenheid. Niet voor niets vertelt Jones in de begeleidende tekst van de royale jubileumuitgave die de twintigste verjaardag van Come Away With Me luister bijzet over de eerste opnamesessies waarin ze haar stem maar niet kon vinden.

De directeur van Blue Note had Jones vooraf gevraagd wie haar favoriete muzikanten waren. Een vraag om haar te leren kennen, had de zangeres gedacht. Maar tot haar verrassing huurde het label enkele van hen in. Het gevolg: Jones was zo onder de indruk van de aanwezigheid in de studio van Bill Frisell en Brian Blade dat het niet lukte ontspannen te zingen.

Jones nam tijdens deze ‘Allaire sessions’ negentien liedjes op. Slechts drie ervan haalden het uiteindelijke album. Van de zestien andere – Blue Note wees ze destijds resoluut af en boekte nieuwe studiotijd met voor Jones vertrouwder muzikanten – staan er nu negen op deze deluxe-uitvoering, alle opnieuw gemixt.

Zwoel middelpunt

Samen met een verzameling demo-opnamen, alternatieve versies en uiteindelijk afgevallen covers vormen ze een nu ontsloten deel van de wordingsgeschiedenis van Jones’ debuutalbum. Luister naar de weelderige Allaire-uitvoering van Turn Me On, het zwoele middelpunt op het originele album en ontdek hoe less is more uiteindelijk het winnende motto was voor Jones. Hoe minder instrumentatie ze gebruikte en hoe zachter ze zong, hoe meer indruk ze maakte.

Niet voor niets haalden ook drie opnames uit de low budgetsessies voor haar eerste demo’s ook de eindversie. Bij die drie ook Don’t Know Why, de nog altijd lentebriesachtige single die de interesse in Jones wakker kuste. Het was een liedje van haar bandlid Jesse Harris, dat haar twee jaar eerder op het juiste spoor had gezet.

Harris had het nummer zelf al opgenomen. Vrolijk rammelende indiepop was het geworden. “Wat als ik het zing zoals Billie Holiday het zou doen?” stelde Jones half grappend voor. Het resultaat bezorgde haar voorgoed een ander leven. Of ,zoals Jones het nu formuleert: “Het was een goede eerste poging.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden