PlusFilmrecensie

Hoe meer Gooische Vrouwen, hoe leuker April, May en June is

April-May-en-June.Beeld Pief Weyman

Scenarioschrijver Frank Houtappels was er in Het Parool duidelijk over: met de komst van de zussen April, May en June is het einde van de Gooische Vrouwen-reeks definitief. Het team – met verder Will Koopman als regisseur en Linda de Mol als publiekstrekker en zus van de financier – is toe aan nieuwe, diepgravendere onderwerpen.

Welke dat zijn, wordt al vlug duidelijk in April, May en June als moeder Mies (Olga Zuiderhoek) haar drie dochters (van drie vaders) om de keukentafel roept. Boven de slagroomtaart volgt op nuchtere toon de onheilstijding: ze gaat dood, en snel ook. En dan nog iets: ze verwacht dat een van de zussen voltijds voor hun autistische broer Jan (ja, vernoemd naar januari) gaat zorgen. Die woont in het tuinhuis en steunt op een strak regime van op tijd geserveerde koffie en ver vooruit geleverde weerberichten.

Wie is in staat die taak op zich te nemen? April (De Mol) is soapactrice en woont in de VS en acht zichzelf daardoor ongeschikt. Hoewel, nu haar man ervandoor is met zijn vitaminecoach wankelt haar toekomstvisie. June (Tjitske Reidinga) dan? Die heeft het verantwoordelijkheids­gevoel, ze zorgt immers al voor een gezin vol glutenvrij etende kinderen. Aan die opvoedstress gaat ze wel langzaam ten onder. De jongste dochter, May (Elise Schaap), is een losbol. Ze woont nog thuis en zou best willen, maar moeder diskwalificeert haar meteen als zorgverlener.

Het levert de aanzet voor een fijn familiedrama op: licht van toonzetting, maar met een serieuze onderstroom, met Zuiderhoek als broodnuchtere moeder Mies als ­ervaren spil om het verhaal bij elkaar te houden.

Toch lukt dat niet helemaal als de film in zijn tweede helft wel erg veel meandert. Terwijl moeder stervende is, besluiten de zussen dat het noodzakelijk is uit te vinden wie de biologische vader van Jan is. Ze beginnen een speurtocht in Zeeland. Het is een wat merkwaardig beeld: de zussen aan de kust aan de oesters, terwijl moeder thuis haar euthanasie voorbereidt.

Ook jammer is dat Bas Hoeflaak zijn rol van autistische broer – overduidelijk geïnspireerd op Kees Momma, de hoofdpersoon uit de documentaire Het beste voor Kees – wel erg karikaturaal maakt.

Het sterkst is April, May en June in de schijnbaar alledaagse scènes. Die zijn humoristisch en vlot geschreven en worden behalve door Zuiderhoek ook door Reidinga optimaal benut. Ook De Mol blijft als actrice makkelijk overeind in een rol die herinneringen oproept aan haar personage Cheryl uit Gooische Vrouwen. Niet toevallig misschien dat voor de leukste stukken uit April, May en June hetzelfde geldt.

April, May en June

Regie Will Koopman
Met Linda de Mol, Tjitske Reidinga, Elise Schaap, Olga Zuiderhoek, Bas Hoeflaak
Te zien in Cinecenter, Filmhallen, Het Ketelhuis, The Movies, Cinema Amstelveen, Arena, City, De Munt, Tuschinski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden