Plus

Hoe het verder ging na het 'Concertgebouwconflict'

Concertgebouw en Concertgebouworkest waren tot 1952 één organisatie en werden pas in 1992 echt losgekoppeld. De samenwerking verliep niet zonder problemen. Bert Koopman schreef er een boek over.

Willem Mengelberg was 50 jaar lang chef-dirigent (1895-1945). Beeld Bettman Archive

Een beetje sneu is het wel. Historicus Bert Koopman promoveerde in juni op een studie over de decennialange problematische verweving van Concertgebouw en Concertgebouworkest en de handelseditie die van zijn proefschrift is verschenen, is nu alweer achterhaald.

'De huidige chef-dirigent is Daniele Gatti,' schrijft Koopman, die zoals helemaal niemand had kunnen voorzien dat de Italiaan amper twee maanden later alweer chef af zou zijn.

Ook het zinnetje 'Zelden zal een carrière van een ster­dirigent dramatischer zijn geëindigd dan die van Mengelberg' op pagina 51 is aan herziening toe. Het maakt zijn boek er niet minder interessant om.

Koopman heeft een 'zakelijke geschiedenis' van het Concertgebouworkest geschreven en parallel daaraan van het Concertgebouw, want beide instanties waren tot 1952 zeer nauw met elkaar verbonden.

Pas sinds 1992 zijn het twee compleet zelfstandige entiteiten, al blijft er een symbiose bestaan. Want zonder het Concert­gebouw en zijn wonderakoestiek zou het Concertgebouworkest het Concertgebouworkest niet zijn, omdat het zijn 'klank' zou verliezen.

Het orkest was vanaf de oprichting van het gebouw in 1888 door vermogende Amsterdammers, onderdeel van de naamloze vennootschap Het Concertgebouw. Dat betekende dat de baas van het gebouw - de administrateur ­zoals dat toen heette - ook de baas was van het orkest. Maar dat orkest had ook een orkestdirecteur.

Eeuwig gedonder
Tegenwoordig noemen we die chef-dirigent. Dat waren vanaf de oprichting tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ­Willem Kes en Willem Mengelberg. De laatste zou niet minder dan vijftig jaar aan het Concertgebouw­orkest verbonden blijven.

Tussen administrateur en orkestdirecteur was het vaak hommeles en dat is sinds de dagen van Willem Hutschenruyter, die in 1890 de eerste administrateur was, altijd een grimmig soort ­refrein gebleven. Over het eeuwige gedonder tussen zakenbaas en muziekbaas bericht Koopman zeer uitvoerig.

Dirigent Willem Kes zat er te kort om voor ernstige problemen te zorgen. Zijn rol was vooral een positieve. Hij zorgde ervoor dat tijdens de concerten de zaaldeuren dicht gingen, dat in de zaal de tafels verdwenen en dat de stoelen vast in de vloer werden gemonteerd.

Kes veranderde het gebouw van een sociëteit in een echte concertzaal, waar men kwam om naar de muziek te luisteren en niet om er doorheen te kleppen. Zijn opvolger Willem Mengelberg leidde het orkest naar wereldroem, maar bij hem begon ook het gezeur.

Willem Kes (1888-1895). Beeld AD

Dat culmineerde in 1903/04 in het 'Concertgebouwconflict', dat neerkwam op een machtsstrijd tussen Mengelberg en Hutschenruyter, met als kern een onduidelijke afbakening van taken en een salarisstrijd van de musici. Mengelberg toucheerde 60.000 gulden per jaar en een orkestlid moest het met 1500 doen.

Muziekbibliotheek
Wat zelfs voor de ingewijde lezer verbazing wekt, is hoe nauw die band tussen gebouw en orkest was en vooral hoe lang die situatie heeft voortbestaan. Het mag onvoorstelbaar klinken, maar tot 1992 moest het Concertgebouworkest jaarlijks aan de directie van het Concertgebouw vragen of het zijn eigen naam mocht voeren.

Een deel van de muziekinstrumenten en van de muziekbibliotheek waren tot 1992 eigendom van het gebouw, niet van het orkest. Bovendien deed het gebouw tot dat jaar de administratie van het orkest. Toen in 1992 na lang bakkeleien de bibliotheek en instrumenten aan het orkest werden overgedragen, moest het ­orkest daar een miljoen voor betalen.

De scheiding in 1952 tussen gebouw en orkest was het gevolg van een incident dat het Concertgebouworkest in zijn voortbestaan bedreigde. Toen de dirigent Paul van Kempen, die als een collaborateur werd gezien, Verdi's Requiem kwam leiden, omdat Eduard van Beinum ziek was, verlieten tijdens het concert 62 orkestleden op een afgesproken teken de zaal.

Concert­gebouwdirecteur Rudolf Mengelberg (verre ­familie van Willem) ontsloeg ze allemaal. Dat had het einde kunnen zijn van het Concertgebouworkest. Na bemiddeling keerden de musici ­terug, maar een scheiding was onvermijdelijk.

Haitink
Die scheiding was geen garantie voor rust. In plaats van met de directeur van het Concert­gebouw N.V. konden de chefs nu ruziën met hun eigen zakelijke en artistieke leiding.

Van ­Beinums opvolger Haitink streed met Piet ­Heuwekemeijer (en won) en de volgende, ­Riccardo Chailly werkte zijn artistiek leider Jan Zekveld eruit, die was geclasht met de zakelijke man Willem Wijnbergen.

Jan Willem Loot lukte het daarna de rust in de tent te bewaren. De samenwerking met Mariss Jansons verliep soepel, net als bij de huidige directeur Jan Raes. Maar daarover bericht Koopman niet, want zijn boek houdt om onverklaarbare redenen op in 2008.

Competentiestrijd in de Muziektempel, door Bert Koopman, Prometheus. €39,99, 432 blz.

Bernard Haitink (1961-1988). Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden