Annejet van der Zijl schreef het Boekenweekgeschenk van dit jaar.

PlusEssay

Hoe haar fascinatie voor een ‘slavenbaby’ leidde tot het Boekenweekgeschenk van Annejet van der Zijl

Annejet van der Zijl schreef het Boekenweekgeschenk van dit jaar. Beeld Friso Keuris

Het bizarre levensverhaal van ‘slavenbaby’ Juliette Herckenrath raakte Annejet van der Zijl in het hart. De schrijfster legt uit hoe haar fascinatie leidde tot het Boekenweekgeschenk 2020, dat 7 maart uitkomt.

Afgelopen herfst deed ik iets wat ik nog nooit had gedaan: ik loofde champagne uit. De fles zou gaan naar diegene die erin zou slagen het portret – of een afbeelding ervan – te vinden van Juliette Herckenrath, zoals ze rond 1840 geschilderd werd door Nicolaas Pieneman. Ook het terugvinden van de schilderijen die Pieneman maakte van haar twee oudste dochters, Virginie en Adele, en die van haar oudste zoon Gerard, zou beloond worden met een goede fles bubbels – desgewenst met een etentje met mij erbij.

Het leek een makkelijke opdracht – niet alleen omdat het werk van Pieneman in zijn tijd bekend en kostbaar was, maar ook omdat moeder en kinderen Herckenrath waarschijnlijk de enige zwarte mensen zijn die hij ooit in olieverf vereeuwigde. De portretten zouden dus makkelijk genoeg te herkennen zijn. De portretten van Juliettes echtgenoot Leon en haar schoonmoeder Alida, gemaakt door de vader van Pieneman, waren op dat moment al in Amerika teruggevonden en aangekocht door het Westlands Museum. Die van Juliette en haar kinderen móésten toch ook nog ergens te vinden zijn?

Precies zoals ik hoopte, ontstond er na mijn oproep speurkoorts. Driftig werd er gegoogeld; ijverig werd er gecorre­spondeerd naar en vanuit alle uithoeken van de wereld; onvermoeibaar werd er op ‘Pieneman, N.’ gezocht op veiling­sites en in kunsthistorische bibliotheken. Helaas. De weken verstreken en de ene na de andere speurneus gooide de handdoek in de ring – net als ik dat zelf had gedaan na meer dan een half jaar vruchteloos te hebben gezocht.

Waar Juliette zelf – of tenminste, dat wat er na anderhalve eeuw van haar was overgebleven – was, wist ik ondertussen al. Ik had zelfs pal naast haar gestaan en een witte roos gelegd op de eikenhouten kistdeksel die haar van me scheidde. Zelden was ik mijn zoektocht naar iemand fysiek zo dicht bij diegene begonnen als op die julidag, in die merkwaardige grafheuvel midden in een nieuwbouwwijk in het Zuid-Hollandse Monster, waar zij en haar geliefden hun laatste rustplaats vonden.

Het begon met een e-mail

Juliettes graf is nog niet half zo bijzonder als haar leven. De rijke burgemeestersvrouw die hier sinds 1856 ligt, was bijna vijftig jaar daarvoor ter wereld gekomen als een slavenbaby in het wreedste racistische bastion van de westerse wereld – Charleston, een stad in het zuiden van de Verenigde Staten. Daar groeide ze op als een soort handelswaar zonder enige rechten. Ze mocht niet leren lezen of schrijven en kon naar believen door haar wettige eigenaar gebruikt, verkocht of doorverkocht worden.

Ik kende Juliettes verhaal al jaren voordat ik genoeg moed verzameld had om een poging te doen haar verhaal te reconstrueren. Die poging begon met een e-mailtje aan een mij onbekende mevrouw in San Francisco, die rond 2004 op allerlei Amerikaanse genealogiesites informatie had achtergelaten waaruit duidelijk werd dat ze weleens een directe nazaat van mijn Monsterse burgemeestersvrouw kon zijn. Het antwoord kwam de volgende ochtend al. Jazeker: deze Karen Bennett was inderdaad een achterachterkleindochter van Juliette en Leon Herckenrath. Gevolgd door de vraag: ‘How can I help you?

Van Virginie, de dochter van Leon en Juliette, vond Van der Zijl een foto bij nazaten.

Zo begon het avontuur dat het Boekenweek­geschenk 2020 zou worden. Ik wist toen al dat ik juist dít verhaal graag in een oplage van honderdduizenden exemplaren over Nederland uitgestrooid zou zien worden.

Ik schrijf graag boeken over onderwerpen waarvan ik het gevoel heb dat ik er zelf nog lang niet alles van begrijp – en dat gold ook voor de slavernij. Geen historische gebeurtenis heeft zoveel sporen in onze huidige samenleving achtergelaten als de slavenhandel, de grootste gedwongen volksverhuizing ooit. Maar hoe was het mogelijk dat Amerikaanse slavenhouders zo’n overduidelijk krankzinnig systeem nog tot ver in de 19de eeuw overeind hielden? Hoe rechtvaardigden ze dit, terwijl de rest van de wereld allang tot de conclusie was gekomen dat het ‘houden’ van mensen volstrekte barbarij was?

Tegelijkertijd schrijf ik graag verhalen waarmee ik de lezer (en mezelf) niet volstrekt gedeprimeerd achterlaat en ook in dat opzicht sprak deze geschiedenis me aan. Leon, de Hollandse jongen die in 1818 naar Charleston voer om fortuin te maken en daar zijn hart verloor aan het slavenmeisje dat hem als verzorgster was toegewezen, volhardde in zijn trouw aan de liefde van zijn leven. Hij deed alles om van haar zijn wettige echtgenote te maken en waagde zijn leven om dat van haar en hun kinderen te redden. En dus eindigde Juliette niet zoals de meeste zwarte meisjes in die tijd op een anoniem slavenkerkhof, maar als een alom gerespecteerde, geletterde en gefortuneerde dame in Monster.

Getrouwd als 14-jarige

Wat een verhaal, dacht ik, toen ik het voor het eerste hoorde – dáár wilde ik wel een paar jaar van mijn schrijversleven aan wijden.

In interviews wordt me weleens bezorgd gevraagd of ik mijn schrijverschap als ‘saai’ of ‘eenzaam’ ervaar. Was het maar waar, denk ik soms, want een spannender leven dan dit kan ik me niet voorstellen – daar zorgen de verhalen die ik kies wel voor. Elke keer is het weer de grote vraag of ik voldoende materiaal vind om mijn boek ‘body’ te geven. Bestaan er nog archieven, zijn er nog brieven, vind ik genoeg details om mijn hoofdpersonen op papier tot leven te laten komen? En lukt het me om feiten die mij vanuit deze tijd soms vreemd voorkomen, in de juiste historische context te zetten?

Zo was ik in dit geval aanvankelijk verbaasd over het feit dat Juliette al op 14-jarige leeftijd trouwde met de toen 22-jarige Leon. Gelukkig – want ik was me al flink aan mijn hoofdpersonen aan het hechten – vond ik uit dat het begin van de vruchtbare leeftijd in die tijd de geaccepteerde huwbare leeftijd was. Er bestonden immers nog geen voorbehoedsmiddelen en ongehuwd zwanger worden was een doodzonde. Bovendien bleek Leon Juliette al twee jaar eerder vrijgekocht te hebben en was van een gedwongen huwelijk duidelijk geen sprake. Integendeel: in de kringen waarin Leon zich als koopman bewoog, was het de normaalste zaak om een zwarte slavin als maîtresse te hebben. Dat hij het lef had om met een zwarte vrouw te trouwen: dát was pas een schandaal.

Eenzaam kan ik mijn werk ook al niet noemen, dit omdat boeken als de mijne slechts mogelijk zijn dankzij de hulp van mensen die ook vinden dat een bepaald verhaal het verdient om vastgelegd te worden. Aan het eind van een project fantaseer ik weleens over een groepsfoto met daarop iedereen die aan het onderzoek of het schrijven heeft bijgedragen. In de meeste gevallen zou er een hoogwerker voor nodig zijn om ze er allemaal op te krijgen.

Leon & Juliette. De vrouw op de cover is niet echt Juliette. Beeld CPNB

Dat gold ook voor Leon & Juliette. Want het bleef niet bij de behulpzaamheid van Karen Bennett en haar familie alleen. In Nederland waren het de monumentenambtenaar van het Westland en een heel stel lokale geschiedkundigen – door mij gemakshalve aangeduid als de Mannen van Monster – die mij als een soort historisch A-team bijstonden en elk archief uitvlooiden op zoek naar sporen van de Herckenrathfamilie.

Ook in Charleston ondervond ik niets anders dan aanmoediging. ‘Deze stad heeft dit verhaal nodig,’ in de woorden van historicus Harlan Greene. Hij bracht me in contact met de fantastische researcher Jesse, die bijna letterlijk elke steen in de stad omdraaide op zoek naar sporen van Leon en Juliette. En dan waren er natuurlijk mijn vertaalster Kirsten, mijn Amerikaanse redacteur Elizabeth, mijn Nederlandse uitgever Querido en de CPNB, die allemaal het hunne bijdroegen aan de totstandkoming van het kleine blauwe boekje dat zaterdag 7 maart als boekenweekgeschenk de wereld ingaat.

Nee, het portret van Juliette dat ik me als cover had gedroomd, staat er helaas niet op. Champagne of geen champagne, opgedoken is het Pienemanschilderij nog altijd niet. Wat er wel op staat, is een prachtig schilderij van de Franse schilder Liotard, dat gevonden werd door vormgeefster Brigitte Slangen. Toen ik dit portret naar San Francisco mailde met de vraag of dit aansloot bij het beeld dat Karen Bennett zich op grond van de familieoverlevering van haar voormoeder had gevormd, kreeg ik meteen een razend enthousiaste mail terug: precies zó moest ze geweest zijn!

Terwijl de drukpersen al warm liepen, werd ik bovendien nog verrast door een e-mail van een van mijn Mannen van Monster, die op de valreep in een negentiende-eeuws dagboek een lyrische beschrijving van Juliette had gevonden. De schrijver liet er geen twijfel over bestaan dat ze de mooiste vrouw was die hij ooit onder ogen had gekregen en eindigde zijn lofzang met de conclusie: ‘Wie de liefde van zulk een vrouw mag genieten, moet zich wel MENS voelen!’ Waarmee meteen de vraag beantwoord is wat het leitmotiv is geweest in het leven van Leon Herckenrath, wiens kist nu naast die van zijn Juliette in de grafheuvel in Monster staat.

Rijkste vrouw van de staat

Op een antieke kast in de woonkamer van de Bennetts in San Francisco vond ik trouwens wel iets anders – namelijk een intrigerende foto van Juliettes oudste dochter. Het leven van deze Virginie bleek al bijna net zo ongelofelijk als dat van haar moeder. In 1824 als slavin geboren in Charleston en op negenjarige leeftijd door haar vader naar Nederland gesmokkeld, ging ze als volwassen vrouw weer terug naar Amerika en eindigde ze als een van de rijkste vrouwen van de staat California. Deze foto gaf mij wat ik altijd nodig heb aan het einde van een boek: een nieuw spannend verhaal aan de horizon.

En ondertussen denk ik stiekem: wie weet wat er door de publicatie van dit boekenweek­geschenk allemaal aan interessant historisch materiaal nog boven komt drijven? Wie weet is er zelfs iemand die dit leest en die besluit toch die paar stoffige, ouderwetse schilderijen op zijn of haar zolder nog eens nader te bekijken. En wie weet valt het oog dan alsnog op een ondertekening ‘Pieneman’ en een beeldschoon zwart gezicht…

Die champagne staat in elk geval nog altijd klaar.

De Boekenweek is van 7 tot en met 15 maart. Het Boekenweekgeschenk Leon & Juliette wordt door de boekhandel cadeau gedaan bij besteding van ten minste 15 euro aan Nederlandstalige boeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden