PlusAchtergrond

Hoe fotograaf Neuteboom decennialang het beeld van fashion bepaalde

Foto uit Avenue, 1968. Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom
Foto uit Avenue, 1968.Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom

Boudewijn Neuteboom (80) is met zijn experimentele werk voor Avenue lang beeldbepalend geweest voor de modefotografie. Zijn archief dreigde echter verloren te gaan. Gelukkig zorgen vrienden er nu voor dat het voor de eeuwigheid bewaard blijft.

Niemand wist een tijdlang waar het archief van Boudewijn Neuteboom was. Dat bleek gewoon thuis in Oostknollendam. Zestig jaar werk, vanaf zijn cum laude afstuderen aan de St. Joost in Breda, keurig bewaard en teruggebracht tot zo’n tweehonderd mappen vol analoog beeld, onderverdeeld in mode, cosmetiek, reclame, food, stills en interieur. Daarin was Neuteboom grenzeloos creatief: verrassende ­situaties, bijzondere uitsneden, soms de hoofden eraf, één detail grofkorrelig uitvergroot, experimenten met beweging, onscherpte en kleur.

Modellen renden door de Gerard Doustraat in De Pijp, poseerden in couture voor betonnen flatgebouwen in de Bijlmer, de beelden grauw en zwart-wit, of ze stonden tussen de kamelen van Circus Boltini. Een mannelijk model stoeide met een Siamese kat, die naar beneden dook, waarbij het accent perfect op de lange knopenrij van een broeksluiting kwam te liggen. Het beest haalde het zelfs tot de cover van het avant-­gardistische Avenue. Van de kleding van het model dat verdwijnt achter de poes is alleen de kraag nog te zien. Kom daar nu maar eens om, dan gaat de adverteerder gillen.

Ongelimiteerde budgetten

Neutebooms fotosessies namen veel tijd in beslag om die verrassende beelden te bereiken, kofferbak volgeladen met lampen en lenzen, werken tot laat en experimenteren met kleur­filters, techniek en licht. Hij had daarbij ook zijn tijd mee. Budgetten leken ongelimiteerd, artdirectors mochten naast stylisten nog mee op verre reizen, op dure rolletjes werd niet bezuinigd: je moest gewoon met iets moois terugkomen. Twee weken fotograferen in Siberië voor één modeserie? Het kon niet op. Zeker voor Avenue, de grande dame onder de glossy magazines, met bijdragen van W.F. Hermans, Hugo Claus, Ed van der Elsken en de onlangs over­leden Eddy Posthuma de Boer. Op het hoogtepunt in 1979 had het magazine een oplage van 105.000 exemplaren.

Een klein deel van het werk van Neuteboom is nog tot eind deze maand te zien op FotoFestival Naarden, waar het aan de wand in de Grote Kerk de verrassing is waar het hart van modelief­hebbers een slag van overslaat. In een vitrine zijn ook sheets met aantekeningen te zien, de eerste keuze van de vormgever en de uiteindelijke keuze van de artdirector middels stickers op het negatief aangegeven, waardoor de bezoeker inzicht krijgt in de werkwijze destijds.

Met dank aan Ellen Dosse, directeur van Stichting Spaarnestad Photo, die Neuteboom al zeer lang kent en zich opwerpt als redder van zijn nalatenschap. De borrel die ze in Naarden voor hem wilde organiseren kon helaas niet doorgaan, want de fotograaf belandde in het ziekenhuis. Hij is inmiddels weer thuis, maar hij is nog te broos om aan de telefoon te komen.

Avenue, februari 1970. Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom
Avenue, februari 1970.Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom

Kasten vol mappen

Twee jaar geleden benaderde Neuteboom Dosse, omdat hij zijn archief in goede handen wil achterlaten. Lukt dat niet, dan overwoog hij het te vernietigen. Dosse: “Doodzonde, maar waar te beginnen? Twee enorme kasten vol mappen met dia’s is niet niks, en analoog beeld is ook nog eens heel kwetsbaar, je kunt het niet eeuwig bewaren. Uiteindelijk hebben we besloten te starten met het inscannen van iconische beelden die ooit gepubliceerd zijn geweest. Dat is namelijk met anderen gemaakt en teamwerk is alles, door de stylist en de hand van de art­director hebben die series een extra dimensie gekregen. Daar is Boudewijn altijd heel fair en collegiaal in geweest, hij is niet iemand die alle eer naar zich toetrekt.”

De mappen zijn inmiddels teruggebracht naar wat Dosse ‘een behapbare hoeveelheid’ noemt: van de acht mappen vol mode zijn er twee overgebleven, iconische beelden. Credits hiervoor gaan naar Hans van Blommestein, die sinds ­februari vijf maanden lang met Neuteboom aan de selectie werkte. Als vormgever en later art­director van Avenue werkte hij van 1973 tot aan het einde van Avenue als tijdschrift in 1994 (het werd later een tijdschriftbox) close samen met Neuteboom.

“Een ongelooflijk belangrijke fotograaf die zeer vernieuwend werk heeft geleverd. Er was oneindig veel materiaal uitstekend ­bewaard gebleven, daar zijn we rigoureus doorheen gegaan. Uiteindelijk hadden we kratten vol, die vernietigd zijn. Ja, dat doet pijn, maar het is goed zo. Boudewijn is dolblij.”

Avenue, september  1968. Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom
Avenue, september 1968.Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom

Het resultaat is heerlijk om doorheen te bladeren. Een serie uit 1967 met een lolitagevoel zou in deze tijd menig wenkbrauw doen optrekken. Of een slapende vrouw in bed uit maart 1968, met een duim in haar mond en een man die zich op de achtergrond aankleedt. Dosse: “Dat zou tegenwoordig suggestief gevonden worden, maar het was destijds minder preuts, alleen daarom al is Boudewijns archief zulk fantastisch referentiemateriaal.”

Ondergeschoven kindje

Derhalve was het haar droom het archief in ­ieder geval digitaal op te slaan op de beeldbank van Collectie Spaarnestad. Naast vele tijdschriften herbergt die collectie 13,5 miljoen foto’s, verspreid over 8 kilometer stellingkasten en verschillende depots. Dosse: “Via de beeldbank kan iedereen Boudewijns werk straks zien en op aanvraag en tegen betaling downloaden. Er is helaas niet zomaar plek om zijn fysieke collectie op te nemen. Een groot deel is nu in ieder geval geïnventariseerd en gescand, dus digitaal safe, maar we zijn nog zeker een paar maanden zoet met scannen.”

Wat er met Neutebooms fysieke archief gaat gebeuren, weet ze nog niet, maar desnoods bewaakt ze zijn mappen en prints met haar leven onder haar bureau, zegt ze. “Het is ontzettend belangrijk dat het bewaard blijft, omdat anders over honderd jaar dit analoge beeld gewoon niet meer wordt teruggevonden. Buiten het feit dat ik van Boudewijn hou, en ook van zijn tijdgenoten, is het materiaal waarvan iedereen die archieven beheert zegt: we kunnen het niet kwijt.”

Ook Van Blommestein zou het doodzonde ­vinden als er niemand opstaat die het fysieke ­archief kan koesteren. Komt het misschien omdat modefotografie een ondergeschoven kindje is in de galeriewereld? “Eigenlijk is dat wel zo ja. Galeriefotografie, met alle respect, manifesteert zich meestal in de autonome fotografie. Boudewijn, en meer collega’s van hem, hebben goud werk geleverd, maar het heeft een commercieel karakter, en dat is iets waar de galeriewereld een beetje afstand van wil houden, volslágen ten onrechte. Ik vind dat Boudewijn in brede kring waardering verdient, zijn werk is zo beeld­bepalend geweest voor de modefotografie van eind jaren zestig tot negentig.”

Shoot met de dieren van Circus Boltini, Avenue, oktober 1969. Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom
Shoot met de dieren van Circus Boltini, Avenue, oktober 1969.Beeld Spaarnestad Photo/Boudewijn Neuteboom

Siberië

Neem alleen al Neutebooms beroemde Siberië­serie uit januari 1968. “Überhaupt dat je in die tijd daar een modeserie ging maken, was al spectaculair, en daar ging hij dan op zijn manier mee om, qua compositie en beeldtaal en het laten poseren van modellen. Na terugkomst had ik goud in handen. Boudewijn is een buiten­gewoon aardige man, gedreven tot op het bot, een perfectionist, grenzeloos creatief en niet gauw tevreden. Daardoor arriveerden we altijd met pákken materiaal op de redactie. Dat kwam niet voort uit onzekerheid, meer uit zucht naar het optimaal haalbare.”

Ook in de reclamewereld excelleerde hij. De serie die hij maakte voor het Schotse whiskymerk VAT69, waarvoor hij werknemers op documentairachtige wijze met een fles fotografeerde, ontving hij de Gouden Camera. Ook maakte hij spraakmakende affiches met grafisch ontwerper Anthon Beeke voor Het Nationale Ballet en theatergroep Globe, commercials, onder meer voor Dommelsch, en films. Uiteindelijk verlangde hij ernaar terug in zijn eentje of met een klein groepje mooie dingen te maken. “Ook op culinair gebied heeft hij eindeloos prachtige dingen gedaan,” zegt Van Blommestein en toont de door Van Gogh geïnspireerde serie Het nederig geduld van de aardappel voor Avenue uit 1975.

“Fantastisch, dat zijn werk nu, na jaren weer in Naarden hangt (hij had er in 1993 een grote overzichtstentoonstelling, red.), de eerste poging om het weer onder de aandacht te brengen. Maar laat het alsjeblieft in de toekomst ook op andere plekken zichtbaar blijven.” Dat is ook het doel van Ellen Dosse. “Boudewijns werk kan zo veel jonge fotografen inspireren.”

Foto op de expositie 'Encounters' . Beeld Denisse Ariana Pérez
Foto op de expositie 'Encounters' .Beeld Denisse Ariana Pérez

Encounters

In samenwerking met Homecoming Gallery is bij Mendo (Nieuwe Doelenstraat) tot 20 september de expo Encounters te zien, van de Caraïbische fotograaf Denisse Ariana Pérez. Het gaat om een overzicht van diverse projecten en reizen. Inspiratie vindt Perez vaak in de Afro-community en lhbtq-groepen.

Britse eilanden

Britse eilandenHet nieuwe boek van de Britse mode- en documentair fotograaf Jamie Hawkesworth is een liefdesbetuiging aan het ­Verenigd Koninkrijk. The British Isles biedt een selectie uit de portretten en landschappen die hij in een tijdspanne van 13 jaar maakte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden