Dat de Zweedse Academie mogelijk maakte dat lid Arnault vrouwen verkrachtte, heeft het instituut ten val gebracht.

PlusInterview

Hoe de Zweedse Academie een vrijplaats werd voor machtsmisbruik en verkrachting

Dat de Zweedse Academie mogelijk maakte dat lid Arnault vrouwen verkrachtte, heeft het instituut ten val gebracht. Beeld Fieke Ruitinga

Door haar onthullingen over seksueel misbruik door een Stockholmse cultuurpaus implodeerde de Zweedse Academie en werd in 2018 geen Nobelprijs voor Literatuur uitgereikt. Matilda Gustavsson doet haar verhaal in Het bolwerk, dat volgende week verschijnt. 

Ze heeft net een vaste aanstelling als verslaggever voor het cultuurkatern van dagblad Dagens Nyheter, als in oktober 2017 het nieuws losbarst over het seksueel wangedrag van de Amerikaanse film­gigant Harvey Weinstein en de #MeToo-discussie van start gaat. Met twee vrouwelijke collega’s chat ze over de Zweedse culturele wereld. Ook daar zijn volgens de geruchten publieke personen die zich schuldig maken aan grensoverschrijdend gedrag. Moeten ze niet zelf een reportage maken?

Ach, reageert Matilda Gustavsson, dan 30 jaar oud: de Zweedse kunstwereld is te klein, er speelt geen groot geld en niemand zou zich er beschermd weten door zo’n netwerk als dat waarover Weinstein beschikte.

Maar #MeToo raakt iets in haar, waardoor ze toch vragen begint te stellen over de Fransman Jean-Claude Arnault – iemand op wie al jarenlang toespelingen worden gemaakt. Vanaf 1968 heeft hij in Stockholm een cultureel imperium opgebouwd. Met zijn vrouw, de Zweedse dichteres Katarina Frostenson, runt hij in een industriële kelderruimte het prestigieuze kunst­centrum Forum.

Binnen 24 uur hebben zich via contacten in de kunstwereld twee vrouwen gemeld. Uiteindelijk zullen achttien slachtoffers van Arnault in Dagens Nyheter tegen hem getuigen.

Maar dat is nog maar het begin.

Want vervolgens blijkt dat Katarina Frostenson, sinds 1992 lid van de vooraanstaande – en naar nu is gebleken ook schimmige – Zweedse Academie, jarenlang subsidies aan Forum heeft verstrekt; geld waarvan medewerkers en kunstenaars nooit iets hebben gezien, omdat dat werd gebruikt om de decadente levensstijl van het paar te bekostigen. En er wordt ontdekt dat Arnault beheerder was van appartementen van de Academie, onder meer in Parijs, waar hij als een zelfgecultiveerde Markies de Sade feestjes gaf en jonge vrouwen mee naartoe nam. En dat hij, via zijn echtgenote, de namen had gelekt van zeven winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur, die door de Zweedse Academie wordt toegekend.

Als daarna nog naar buiten komt dat Arnault zich heeft vergrepen aan echtgenotes en dochters van andere leden, implodeert de Zweedse Academie. Leden, voor het leven benoemd, besluiten op te stappen. De Nobelprijs van 2018 kan niet worden toegekend. Arnault – in 2015 nog geridderd om zijn verdiensten voor de kunsten – gaat de gevangenis in. Gustavsson wordt uitgeroepen tot journalist van het jaar 2018.

U hebt de Zweedse kunstwereld volkomen op haar kop gezet door de angstcultuur te door­breken waarin mensen Arnault faciliteerden. Bent u bang geweest tijdens uw onderzoek?

“Toen ik bezig was met mijn onderzoek kreeg ik de waarschuwing dat ik het verhaal nooit zou kunnen publiceren, dat Arnault het met één telefoontje zou kunnen tegenhouden. Naar­mate ik meer hoorde over de manier waarop hij zijn invloed aanwendde, kreeg ik steeds meer last van paranoia. Zelfs de meest hoog­geplaatste mensen in de kunstsector durfden alleen maar off the record te praten, zo bang waren ze.”

“Ik voelde de macht die hij had bijna fysiek. Maar ik voelde me enorm gesteund door de cultuurredactie, mijn hoofdredacteur en de uit­gever. Wat ook hielp, was dat ik onbekend was, ik was een nieuwkomer en zat nog nergens verstrikt in het culturele veld. Anders had ik dit nooit voor elkaar kunnen krijgen.”

“Het engst vond ik het toen ik een paar dagen voor publicatie contact met hemzelf moest opnemen voor wederhoor. Vanaf dat moment wist hij dat het verhaal eraan zat te komen, en ik wist niet hoe ver hij zou gaan. Ik was bang dat hij bronnen onder druk zou zetten. Die dagen heb ik veel over mijn schouder gekeken, maar tot zover bekend is niemand bedreigd.”

“Wie de macht heeft in het culturele veld, wordt vaak informeel bepaald. Het is subtiel, gaat om connecties, reputatie. Arnault noemde zich de ‘poortwachter’, zei dat hij kunstenaars en schrijvers kon maken en breken, dat hij kon voorkomen dat er ooit nog iets van je gepubliceerd zou worden. Had hij die macht werkelijk? Mensen geloofden het, dat maakte het eng.”

En na uw eerste onthullingen over Arnault bleek de beerput nog veel groter.

“Ik kwam erachter dat achter die stelselmatige verkrachtingen door Arnault een ander schandaal school dat niet alleen de man zelf betrof, maar de belangrijkste Zweedse kunstinstelling aller tijden. Ik had nooit kunnen voorzien hoe groot het verhaal zou worden en hoeveel mensen en instanties medeplichtig waren. De Zweedse Academie stond op een voetstuk, was verheven boven alles, hoefde aan niemand verantwoording af te leggen. Die machtsbalans is nu totaal verschoven.”

Katarina Frostenson heeft zich daar niet bij neergelegd. Ze heeft het boek K geschreven, waarin ze het heeft over een samenzwering en lastercampagne. Wat doet die tegenaanval met u?

“Het is dramatisch om te zien hoe mensen in hun val reageren. Zij heeft haar eigen narratief gecreëerd en gaat er totaal aan voorbij dat dit allemaal mijn eigen onderzoek is, dat ik de getuigenverklaringen heb, de documenten die mijn verhaal onderbouwen. Ze kwam met haar boek toen ik bijna klaar was met het mijne, en eerlijk gezegd kwam dat voor mij als een opluchting. Omdat ze nog niet had gereageerd vond ik het moeilijk om over haar rol te schrijven, ik vond het niet ethisch te schrijven over iemand die zelf geen stem had.”

“Nu heeft ze zelf positie gekozen. Zij is, zo verkondigt ze, de grootste dichter van haar tijd en jongere dichters – wraakgodinnen noemt ze die – proberen haar van de troon te stoten. En omdat zij de onaantastbaarheid zelve is, pakken ze haar via haar man. Dagens Nyheter heeft zich daarvoor in haar visie laten gebruiken om de macht in de Zweedse Academie over te kunnen nemen.”

'Namen van Nobelprijs-winnaars werden gelekt, geld ging op aan decadente feesten met jonge vrouwen.'Beeld Fieke Ruitinga

U beschrijft de ingewikkelde verhouding tussen ‘ijskoningin’ Frostenson en paradijs­vogel Arnault, die vrouwen ook vaak betastte in haar aanwezigheid.

“Ze wist van zijn gedrag, ze zag het. Ik heb geprobeerd dat parallelle universum waarin zij leefden te begrijpen. Zij heeft nooit iets anders gedaan dan dichten, was haar werk volledig toegewijd – en dat kon omdat Arnault enerzijds de rol aannam van de traditionele, gedienstige ‘schrijversvrouw’ en daarnaast opereerde als een moderne Markies de Sade. Mensen die dicht bij hen stonden, zeggen dat je hun verhouding terugleest in haar poëzie, dat hij haar muze was. Ze schrijft vaak over een jij-figuur, een ‘tendre assassin’, een ‘angel butcher’.”

Na de onthullingen in de krant heeft u uw onderzoek voortgezet. In Frankrijk kwam u erachter dat Jean-Claude Arnault zijn hele geschiedenis bij elkaar had verzonnen. Hij had geen literaire achtergrond, had nooit een prominente rol gespeeld bij de studenten­protesten van 1968 in Parijs.

“Hij creëerde zijn eigen mythe, waardoor hij en Katarina Frostenson als machtig koppel naar voren konden treden. Zij stelden zich op als het laatste bastion van de hoge kunsten, die door de populaire cultuur en het moralisme in verdrukking dreigden te raken. Ze waren de grote voorvechters van de kunst en veel kunstenaars exposeerden hun werk gratis, dichters traden gratis op, omdat ze deel wilden uitmaken van die ‘underground’-beweging – terwijl die rebellenclub gewoon werd gefinancierd door het establishment: de Zweedse Academie. En het was de Zweedse Academie die het gedrag van Arnault in alle opzichten faciliteerde. Hij was gastheer op feestjes, beheerde de appartementen – waar hij jonge vrouwen, soms gedrogeerd, naartoe bracht en verkrachtte.”

Schokkend is ook dat u na uw onthullingen werd benaderd door Anna-Karin Bylund, een kunstenares die de Zweedse Academie al in 1996 in een brief had gewaarschuwd voor de misdragingen van Arnault. De Academie heeft nooit gereageerd.

“En het artikel van een journalist die in de krant Expressen schreef over ‘seksterreur binnen de culturele elite’ deed nauwelijks stof opwaaien. Sterker nog, Arnault liet zich erop voorstaan: ‘Ik ben die man die ze beschuldigen.’ Hij voelde zich daarna helemaal onschendbaar. Hij was niet meer te stoppen. Onverzadigbaar. Want hij realiseerde zich dat hij overal mee weg kon komen – en de vrouwen kregen het duidelijke signaal dat het geen zin had tegen hem op te staan. Anna-Karin Bylund, een jonge, getalenteerde kunstenaar, werd persona non grata.”

Katarina Frostenson en Jean-Claude Arnault in 2011, bij het Nobeldiner met de koning.Beeld AFP

Na de confrontatie met het machtige kunstkoppel kwam u tegenover de machtigste kunstinstelling van uw land te staan. In uw boek bekent u dat u het altijd wel mooi vond met hoeveel geheimzinnigheid de Zweedse Academie was omgeven.

“Ja, de Zweedse Academie vormde een soort uitzondering in een samenleving die wordt geregeerd door de waan van de dag. Er heerste rond de Academie een verheven magie die ik zelf ook zo ervoer. Achttien leden die elkaar kozen en voor het leven werden benoemd, ze konden niet aftreden noch worden weggestemd: een ‘verbond van uitverkorenen’. Het klonk zo mooi: eens een lid, altijd een lid.”

“Maar de Academie beslist wel waar de kunstgelden naartoe gaan. Je kunt er geen aanvragen indienen, subsidies worden toegekend zonder enige transparantie. Dat is natuurlijk een ideale voedingsbodem voor machtsmisbruik. De leden hebben zoveel privileges en geld, ze worden omringd door jaknikkers. Dat is de duistere en destructieve kant van het instituut – zoals maar al te duidelijk werd nadat die was blootgelegd. En dat is schokkend. Ik ben nog steeds in shock.”

“Tot voor kort wisten we helemaal niets van wat er binnen de Zweedse Academie gebeurde. Vrouwen vertelden me dat ze waren verkracht in een appartement van de Zweedse Academie in Parijs. Het was voor mij heel moeilijk om überhaupt bevestigd te krijgen dat de Academie een appartement in Parijs bezit.”

Na uw onthullingen over Arnault bevestigde de Academie dat ook intern gevallen van misbruik bekend waren en werd een eigen onderzoek aangekondigd.

“Het was een onvergetelijk moment toen voorzitter Sara Danius uit Börshuset – het gebouw waar de Academie zetelt – naar buiten kwam om voor de verzamelde pers bekend te maken dat ook echtgenotes en dochters van leden door Arnault bleken te zijn lastiggevallen. Dat was een erkenning die veel verder ging dan ik ooit had durven verwachten, de Zweedse Academie leek zich kwetsbaar op te stellen.”

Maar een deel van de leden sprak daarna zijn steun uit voor Katarina Frostenson. Danius werd tot aftreden gedwongen, vijf andere leden stapten op – iets wat de koning inmiddels ­statutair mogelijk had gemaakt. Hoe ervoer u het dat in oktober vorig jaar de Nobelprijs voor Literatuur 2018 alsnog werd toegekend, aan de Poolse schrijver Olga Tokarczuk?

“Dat was een enorme teleurstelling, maar ook weer geen verrassing. Lang verhaal kort: de groep die de deksel weer op de beerput wilde terugplaatsen, is blijven zitten. Het was veel respectvoller geweest om 2018 de annalen in te laten gaan als het jaar waarin de Nobelprijs níet is uitgereikt – zodat de redenen daarvoor niet onder het tapijt kunnen worden geveegd. We zijn zo kort van memorie, het was goed geweest als daar een vraagteken bij was blijven staan.”

“Maar zo wordt de hele affaire weggevaagd en de erfenis van de Zweedse Academie schoon­gepoetst. Zo redden de leden die zijn aangebleven hun gezicht, de eeuwenlange traditie is hersteld. Er is een toezegging gedaan dat de Academie transparanter wordt, dat er meer duidelijkheid komt over de geldstromen, maar dat is vooralsnog een wassen neus. De Academie lijkt terug bij af. Dat de Nobelprijs van 2019 werd toegekend aan Peter Handke – een omstreden witte schrijver van middelbare leeftijd – was niet minder dan een wraakactie.”

U klinkt boos, bitter.

“Er komen zoveel emoties bij kijken. Verbijstering, woede. Maar ook melancholie, somberte. En, heel veelzeggend, een soort desinteresse. De Zweedse Academie is van haar voetstuk gevallen. Eeuwenlang wist de Academie de allerbeste schrijvers en dichters aan zich te binden. Gekozen worden tot lid was een bewijs van grote eminentie en uitzonderlijk schrijverschap. Maar na het aftreden van Danius, ze is helaas vorig jaar overleden, en de andere leden is het moeilijk geweest de zetels weer te vullen – veel prominente schrijvers en intellectuelen hebben nee gezegd. Ik wil niet zeggen dat de nieuwe leden per se slechte schrijvers zijn, maar het zijn mensen die erbij willen horen, die vooral uit zijn op eigen gewin.”

‘Arnault creëerde zijn eigen mythe, waardoor hij en Frostenson als machtig koppel konden optreden.’Beeld Fieke Ruitinga

Hoe heeft u deze afgelopen tumultueuze jaren doorstaan?

“Het was overweldigend. Ik was natuurlijk geen geharde onderzoeksjournalist, maar omdat ik veel grote interviews voor de krant had gedaan, had ik wel andere eigenschappen die me hielpen deze verhalen tot stand te brengen: ik kan goed met mensen praten, goed luisteren. ‘Zachte’ eigenschappen, zeggen ze wel, maar in dit geval een goed wapen. Dit verhaal was zo groot en verstrekkend; ik voelde een enorme verantwoordelijkheid, omdat ik hier zoveel levens mee zou raken. Niet alleen dat van de vrouwen die hun verhalen deelden, maar ook dat van de man die ik van zulke ernstige mis­daden beschuldigde. Maar toen ik het eerste slachtoffer van verkrachting door Arnault sprak, besefte ik dat ik niet meer terug kon.”

Wegens haar ‘grootsheid als literator’ beschikt Katarina Frostenson nog altijd over een appartement van de Zweedse Academie, ook al moest ze aftreden als lid. Is dat niet zuur?

“Én ze krijgt een levenslange financiële toelage. En Arnault is onlangs, met een enkelband, vrijgelaten. Hij moet tot mei in Stockholm blijven. Het gerucht gaat dat ze naar Parijs willen verhuizen. Ja, daar komen ze toch heel goed weg. Ongelooflijk. Als het een roman was, zou je zeggen: too much!”

“Ik zou hem nu op straat tegen kunnen komen, dat is een surrealistische gedachte. Er is zoveel dat ik hem zou willen vragen. Hebben zijn veroordeling en gevangenisstraf hem ten goede veranderd, of juist dat zelfbeeld van de duistere, gevaarlijke man, van het roofdier, aangewakkerd?”

U schrijft ook over de paradox van uw jour­nalistieke werk: u heeft nieuws onthuld dat voor velen geen nieuws was. Net als de jour­nalisten van The New Yorker en The New York Times is overkomen in de Weinsteinzaak.

“Ja, dat heeft iets wrangs. Maar Weinstein staat nu terecht. Jean-Claude Arnault is tot twee jaar gevangenisstraf veroordeeld – aanvankelijk voor één zaak, maar in hoger beroep voor twee. Dat kwam voor mij al als een grote verrassing en heeft mijn perceptie van ons rechtssysteem veranderd. Grensoverschrijdend gedrag is lang een groot grijs gebied geweest; ik heb zelf nooit iets gemeld bij de politie – al staat wat ik heb meegemaakt in geen verhouding tot Arnaults praktijken – en nooit iemand aangemoedigd om aangifte te doen. Vroeger zeiden we tegen elkaar: ‘Hij is een eikel, je moet bij hem uit de buurt blijven.’ Codetaal. Dat is door de #MeToo-discussie veranderd, we zijn nu de schaamte voorbij en we hebben de woorden gevonden. Die ‘eikels’ zijn niet langer onschendbaar.”

Matilda Gustavsson, Het bolwerk – macht en misbruik achter de gesloten deuren van de Zweedse Academie, vertaald door Eline Jongsma en Janny Middelbeek-Oortgiesen, Nijgh & Van Ditmar, €21,99, 302 blz.

Op 12 maart is Matilda Gustavsson aanwezig in De Balie voor een avond over Het bolwerk en de consequenties van #MeToo.

Talent en goede smaak

De Zweedse Academie of Svenska Akademien, gesticht in 1786 door koning Gustaaf III, telt achttien leden. Het motto van de Academie is ‘talent en goede smaak’ en hoofddoel is de ‘puurheid, kracht en het aanzien’ van de Zweedse taal bevorderen. Sinds 1901 besluit de Academie wie de Nobelprijs voor de Literatuur krijgt. In mei 2018 kondigde koning Carl XVI Gustav een wijziging van de statuten van de Academie aan om het voortbestaan van de Academie te waarborgen. Leden die van oudsher voor het leven ­waren benoemd, kunnen nu ontslag nemen en worden vervangen. Onder druk van de Nobel­stichting moet het comité dat de Nobelprijs voor Literatuur toekent, voortaan bestaan uit experts van buiten, waarmee de Zweedse Academie haar eeuwenlange onafhankelijkheid kwijt is.

Mathilda Gustavsson.Beeld Thron Ullberg
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden