Plus

Hoe de gestolen Van Goghs terugkeerden naar Nederland

In het diepste geheim werd Nienke Bakker (44), conservator bij het Van Gogh Museum, in september op het vliegtuig naar Italië gezet om twee doeken van een maffiabaas te identificeren

Zeegezicht bij Scheveningen (1882). Beeld Van Gogh Museum

Of ze morgenochtend even naar Napels kon vliegen. Dat verzoek kreeg Nienke Bakker (44), conservator schilderijen in het Van Gogh Museum, op maandag 26 september van directiesecretaris Eva Schieveld.

Het was half zeven 's avonds. Iedereen in het museum was al naar huis. Een grote tentoonstelling over Van Gogh (De Waanzin Nabij) was de dag ervoor geëindigd. Bakker was druk.

Veel werk was blijven liggen door de tentoonstelling. Ze had nog even die stille uurtjes willen pakken waarin je veel gedaan kunt krijgen. Het moet wel heel ­belangrijk zijn, wil ik er nu halsoverkop voor naar Napels vertrekken, dacht Bakker.

Plantenbak
Het was belangrijk. "De twee in 2002 gestolen schilderijen zijn misschien gevonden," zei Schieveld. "Kun je bevestigen of die het zijn?"

Bakker had haar afspraken voor de volgende dag meteen afgezegd.

Veertien jaar daarvoor hadden twee mannen zich vroeg in de ochtend van 7 december 2002 via een plantenbak op het dak van het Van Gogh Museum aan het Museumplein ­gehesen. Ze hadden er een ladder voor gebruikt en sloegen met een moker een ruit in op de eerste verdieping.

De roof
Twee schilderijen die vlak bij het raam hingen, namen ze mee: Zeegezicht bij Scheveningen en Het Uitgaan van de ­Hervormde Kerk te Nuenen.

Aan een touw lieten Octave 'Okkie' D. en Henk B. zich via een vlaggenmast van het dak zakken. De roof had maar een paar minuten in beslag ­genomen, maar de schilderijen zouden veertien jaar lang spoorloos blijven.

Nienke Bakker zou nog vaak aan ze denken. Ze werkte in 2002 net twee jaar bij het Van Gogh als assistent-conservator toen de schilderijen gestolen werden. Het was haar ­eerste baan na haar afstuderen. Ze zag die zaterdagochtend op het nieuws dat de werken waren verdwenen. De maandag daarop was iedereen op het werk verslagen ­geweest.

Verborgen kamer
Bakker zat met haar jongere broer in restaurant Wagamama bij het WTC in Zuid toen ze definitief bevestigd kreeg dat ze de volgende ochtend zou vertrekken. "Ik moet naar Napels," zei ze. "Wat ga je doen?" vroeg haar broer, maar ze kon het niet zeggen. Er was haar op het hart gedrukt dat het een politiezaak betrof. Zo min mogelijk mensen mochten ervan weten. "Werk," zei ze daarom vaagjes. ­

Het Uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen (1884). Beeld Van Gogh Museum

Van ­binnen bedacht ze hoe bizar de situatie was. Vincent van Gogh schilderde Het Uitgaan van de ­Hervormde Kerk te Nuenen in 1884 voor zijn moeder.

Rouwkledij
Van Goghs vader was de predikant van het afgebeelde kerkje in Brabant. Toen Theodorus van Gogh overleed, voegde ­Vincent de kerkgangers op de voorgrond van het werk toe. Ze dragen rouwkledij.

Zeegezicht bij Scheveningen (1882) is het enige werk in de collectie van het Van Gogh Museum uit de periode dat de schilder in Den Haag woonde. Beide werken zijn van enorme (kunsthistorische) waarde.

In Napels was het warm op dinsdagmiddag 27 september. Bakker was zojuist van het vliegveld in Rome opgehaald door een agent en naar een politiebureau in Napels gereden. Daar werd ze opgewacht door politiemensen en de Italiaanse officier van justitie.

Op tafel lag een pakket, gewikkeld in een soort tafelkleed met blauwe camouflageprint. Bakker is niet snel van slag, maar stond toch 'bijna te trillen'. Veertien jaar had ze de werken niet gezien. Over de hele wereld was over de diefstal bericht.

Plechtig
Al die tijd had ze zich afgevraagd of de schilderijen ooit terug zouden ­komen. En nu was zij degene die ze moest identificeren.

In de ruimte was het doodstil, haast plechtig. "Ga je gang," zei een politieman. Bakker had het kleed opengevouwen. Voor haar lagen een kerk en een zeegezicht. Ze zag het meteen. "It's them."

Om de tafel brak gejuich uit. De Italiaanse politiedienst Corpo della Guardia di Finanza had diezelfde maand een inval gedaan bij tientallen huizen en villa's die in het bezit waren van Raffaele Imperiale, een drugsbaron en voortvluchtige leider van een tak van de Camorra.

In het huis waar Imperiales ouders ­wonen, een onopvallende woning in de kustplaats Castellammare di Stabia, werden merkwaardige vondsten gedaan: een verborgen kamer achter de fitnessruimte, een sportvliegtuig, maar ook twee schilderijen.

Beeld Van Gogh Museum

Alles klopte
De agent die de werken vond, wikkelde ze hoogstpersoonlijk in de camouflagelap die nu voor Bakker ­lag. Waarom ze het meteen had geweten, is moeilijk te zeggen, maar zestien jaar elke dag naar schilderijen van Van Gogh ­kijken, had zijn effect gehad.

De schilderstijl, de verflagen, de ouderdom, de achterkant van de werken waarop Van Gogh zijn verfkwasten afsmeerde: alles klopte. De anderhalf uur daarop ging Bakker elke millimeter van de werken na om vast te stellen wat ze eigenlijk al wist. Ze had de oude conditierapporten van de schilderijen meegenomen uit Amsterdam, samen met foto's en detailopnames.

De dieven hadden de schilderijen uit de lijsten ­gehaald. Op een flinke beschadiging in de linkeronderhoek van Zeegezicht bij Scheveningen na verkeerden de schilderijen in goede staat, constateerde ze opgelucht.

Het Uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen zat nog steeds op het originele spieraam, het raamwerk waarop een doek wordt gespannen. Het schilderij is het enige werk uit Van Goghs Hollandse periode in de museumcollectie dat nog op het originele raam zit.

Plankgas naar Rome
De Italiaanse politie had al eerder vermoed dat de schilderijen in Italië waren. De werken zouden door de dieven aan de Italiaanse onderwereld zijn verkocht. Duidelijk werd het echter niet.

Octave D. en Henk B. hielden hun mond. Ook toen ze al lang en breed uit de gevangenis waren gekomen na celstraffen van enkele jaren.

Zo'n acht jaar geleden liet de Italiaanse politie weten dat te vermoeden dat de werken in Italië waren. De politie hoopte dat degene die de schilderijen had, er zenuwachtig van zou worden en ze zou verplaatsen. Er gebeurde niets.

Pas vorig jaar werd de politie op het juiste spoor gezet. Een opgepakt lid uit de ­gelederen van Imperiale hoopte op strafvermindering en besloot te praten.

Met plankgas terug
Bakker belde dinsdagmiddag 27 september vanuit ­Napels naar Eva Schieveld. "Ze zijn het," kon ze zeggen. Ook belde ze met museumdirecteur Axel Rüger. Hij zei meteen zijn reis in de VS af te breken om naar Italië te ­komen.

Bakker werd diezelfde avond in een politiewagen met plankgas teruggereden naar de luchthaven in Rome. Een politieofficier, inclusief baret en gun, loodste haar in één rechte lijn door alle controles, zodat ze haar vlucht zou halen. Al met al was ze een paar uur in Napels geweest.

De Van Goghs zijn terug, kon ze alleen maar denken in het vliegtuig. Zodra het onderzoek was afgerond, mochten ze naar huis. Vrijdag zouden de Italiaanse autoriteiten de vondst wereldkundig maken.

Diezelfde vrijdag werd Bakker na het journaal direct gebeld door haar broer: "Ik snap nu waarom je naar Napels moest."

Dit verhaal is tot stand gekomen op basis van een gesprek met conservator Nienke Bakker en de door het Van Gogh Museum uitgegeven publicatie Van Gogh keert terug. De schilderijen zijn vanaf woensdag t/m 14 mei in het Van Gogh Museum te bekijken in de staat waarin ze in Italië zijn gevonden. Na 15 mei zullen de werken worden ­gerestaureerd en nieuwe lijsten krijgen, en zijn ze weer blijvend in de collectie te zien.

Waarom zou je een wereldberoemd schilderij stelen?

Waar kun je in vredesnaam naartoe met een gestolen schilderij dat ­iedereen kent? Het lijkt onlogisch om een ­wereldberoemd schilderij te stelen, maar er zijn mogelijkheden in criminele kringen.

Zo kan een opdrachtgever die zich ook aan andere ­misdaden schuldig heeft gemaakt, de ­locatie van een gestolen schilderij ­inzetten als ruilmiddel voor strafvermindering als hij ooit tegen de lamp loopt.

Ook kan een werk - die reden gaf de Italiaanse minister van Cultuur na de vondst van de twee Van Goghs - worden gebruikt als onderpand.

Als een grote partij drugs wordt ingekocht, kan die namelijk niet altijd meteen worden betaald. Daarvoor moeten de drugs eerst worden verkocht aan gebruikers. Een beroemd schilderij kan zolang dienen als onderpand aan de drugsleverancier.

Het Van Gogh Museum was al eerder slachtoffer van diefstal. In 1991 werden twintig werken gestolen (waaronder Het Uitgaan van de ­Hervormde Kerk te Nuenen). Na een paar uur werden ze teruggevonden in een gestolen auto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden