Plus

Hockney vierde zijn eigen, vrolijke revolutie

David Hockney geldt als icoon van de jaren zestig en was van groot belang voor de popart en voor de homo-emancipatie. Toch stond hij niet op de barricaden.

Portrait of an Artist (Pool with Two Figures), 1972, David Hockney. Beeld ap

Als het gaat over Londen in de jaren zestig duurt het meestal niet lang voordat het woord 'swinging' valt. Maar als David Hockney in 1959 in de Britse hoofdstad aankomt, valt er bitter weinig te beleven. Natuurlijk, het is duizend keer beter dan de dodelijk saaie industriestad Bradford waar hij is opgegroeid, maar de Londenaren zijn nog aan het bijkomen van de Tweede Wereldoorlog. Ze gaan gedurende de wederopbouwjaren gebukt onder een tekort aan voedsel, woningen, brandstof: eigenlijk aan alles en vooral levensvreugd.

Kindertekeningen
Aan het Royal College of Art wordt het talent van de 22-jarige schilder meteen herkend. Al in zijn tweede jaar wordt hij uitgenodigd voor de studentententoonstelling Young Contemporaries, die het begin markeert van de Britse popart. Hockneys vroege werk is als een kruising tussen Francis Bacons vervormde figuratie en de primitief ogende art brut van Jean Dubuffet. Zijn figuurtjes zien eruit als kindertekeningen: doosvormige lijven met ronde hoofden en stokbenen. Maar wat die mannetjes uitvoeren is een stuk minder onschuldig. In Cleaning Teeth, Early Evening (1962) is onmiskenbaar een pijpscène te herkennen, alleen zijn de penissen vervangen door tubes tandpasta. Op een fles die half onder het bed ligt, staat 'vase', voor de goede verstaander de eerste vier letters van 'vaseline'.

Hockneys vroege schilderijen staan bol van de homoseksuele verlangens. Het woord 'queen' duikt vaak op. En rondom twee elkaar omarmende mannetjes staat de frase 'We 2 boys together clinging'. Het is ronduit gewaagd werk in die tijd. Pas in 1967 wordt seks tussen twee mannen uit het Engelse wetboek van strafrecht geschrapt.

In de Young Contemporariestentoonstelling laat Hockney Doll Boy (1960) zien. Het schilderij is geïnspireerd op Cliff Richard, die dan net een wereldhit heeft gescoord met Living Doll en van wie de jonge schilder zo idolaat is dat hij uitgeknipte krantenfoto's in zijn kamer heeft hangen. Het werk wordt meteen opgemerkt door John Kasmin, die er grif veertig pond voor betaalt. Kasmin werkt dan nog als assistent bij Marlborough Gallery, maar zodra hij zijn eigen galerie begint, is Hockney een van zijn eerste kunstenaars.

Ziekenfondsbrilletje
Hockney geldt wel als buitenbeentje in de stal, die vooral wordt bevolkt door abstracte schilders. De meeste popartkunstenaars vinden onderdak bij de flamboyante Robert Fraser, die The Rolling Stones en The Beatles tot zijn vrienden mag rekenen. Kasmin is veel rustiger. Dat past beter bij Hockney. "Hij had zwart haar geknipt in een bloempotkapsel, droeg een ziekenfondsbrilletje, was gruwelijk verlegen en erg arm," typeerde de galeriehouder de jonge kunstenaar eens in een interview.

Dat verandert na een trip naar New York in 1961. Hock­ney komt terug met geblondeerd haar en een hip montuur. Van verlegenheid is daarna geen sprake meer. Als de kunstacademie dreigt hem geen diploma met gouden medaille te geven omdat hij weigert als eindexamenopdracht een vrouwelijk naakt te schilderen, koopt hij ter compensatie een goudkleurig jasje en schildert hij een stilleven met diploma. De regels worden vervolgens aangepast zodat hij toch kan afstuderen.

Gespierde jongens
Tijdens zijn trip naar New York is Hockney niet alleen naar de kapper geweest. Hij heeft gezworven door de wijken, schimmige kroegen bezocht en nieuwe vrienden gemaakt. De serie etsen die hij maakt bij terugkeer in Londen, A Rake's Progress, is te zien als de weergave van een artistieke en persoonlijke zoektocht.

New York is een spiegel voor de jonge schilder, maar in Californië komt hij echt thuis. Hockney houdt in alles van de sunshine state. De grote, open ruimte met zijn geometrische architectuur en gazons waarop de sproeiers perfect in het gelid staan en het gras onnatuurlijk groen houden. De stranden met gespierde jongens die zo lijken te zijn weggelopen uit de erotische blaadjes die hij verslindt. De vrijheid om niet geplaagd door klassenbewustzijn aan de bar te zitten met een loodgieter of een miljonair. Het opgeruimde optimisme. Het niet bestaan van sluitingstijden. En uiteraard: de zon.

Hockney koopt meteen een huis in de Hollywood Hills. In een interview stelt hij dat nu hij in Californië leeft, Londen op hem overkomt als een iets groter Bradford. Hij reist nog regelmatig heen en weer naar Engeland, maar vooral om zijn moeder te bezoeken. Londen laat hij meestal links liggen, zelfs als het er echt begint te swingen.

Gayscene
Niet onbelangrijk in de aantrekkingskracht van Californië is de lokale gayscene. Er zijn actiegroepen, gaybars en zelfs organisaties voor homoseksuele middenstanders. Weekblad Life roept San Francisco in 1964 dan ook uit tot homohoofdstad van Amerika.

A Bigger Splash, 1967. Beeld David Hockney

Zelf houdt Hockney meer van Los Angeles, de uitgestrekte, bijna wezenloze stad aan de voet van de Hollywood Hills. Daar schildert hij Domestic Scene, Los Angeles (1963): een naakte man met voorgebonden schort en witte sokken wast de rug van een ander die in een tobbe onder een douchestraal staat. Die tobbe is plompverloren in een woonkamer gezet. Rechts van de douche is een telefoon te zien, links een sierplant en een truttig gestoffeerde fauteuil. Dit zijn geen spierbundels in strak leer, maar frisse, alledaagse jongens. Een ironische ondertoon is zeker aanwezig, maar deze voorstelling betekent ook een radicale normalisering van homoseksualiteit.

Spontane plons
In Californië vindt Hockney ook het onderwerp dat hem zijn grootste roem bezorgt: het zwembad. Hier kan hij ongestoord het mannelijk lichaam bestuderen. Het privébad in de achtertuin is voor hem het symbool bij uitstek van onbezorgde luxe en hedonisme, een levensstijl waar hij graag het woord 'sexy' voor gebruikt. Tot op de dag van vandaag zwemt hij iedere ochtend een halfuurtje om fit te blijven.

In 1966 schildert Hockney zijn eerste zwembad: Peter Getting Out of Nick's Pool. Een jongen hijst zich aan de overkant uit het water. Het zijn de blote billen van Peter Schlesinger, Hockneys muze en vaste partner, die eerst de aandacht trekken. Maar het eigenlijke onderwerp is het water. Het is plat en transparant tegelijk. Het blauw vertoont een amper waarneembaar verloop. De golven zijn grafische krullen die als serpentines op het oppervlak liggen en toch beweging suggereren. In het zwembad heeft Hockney zijn grootste schilderkunstige uitdaging gevonden.

De kunstenaar is dan overgestapt op acrylverf die snel droogt en geen fouten verdraagt. Aan het opspattende water in het beroemde A Bigger Splash (1967) werkt hij maar liefst twee weken. Het zijn geconcentreerde werkdagen van soms wel vijftien, zestien uur. Die plons ziet er spontaan uit, maar is minutieus uitgedacht en uitgevoerd. Het is Hockneys lange neus naar het gespetter van de abstracte expressionisten. Net zo goed als de strakke bungalows aan de rand van zijn zwembaden een plaagstootje zijn richting de minimalisten die in die tijd het kunstdebat beheersen.

In 1972 schildert Hockney Portrait of an Artist (Pool with Two Figures), dat vorig jaar is geveild voor 90,3 miljoen dollar, het hoogste bedrag ooit betaald voor werk van een levende kunstenaar. De staande figuur aan de rand van het water is weer Schlesinger, ditmaal gekleed. De muze is uit Hockneys leven verdwenen. Er zwemt een man onder water naar hem toe, een nieuwe relatie. Het werk kost Hockney meer moeite dan normaal. Hij begint steeds opnieuw, laat het staan, neemt het doek zelfs mee naar Zuid-Frankrijk om het water helemaal goed te krijgen. Het zal zijn laatste zwembadschilderij zijn.

Peter Getting Out of Nick's Pool, 1966. foto richard schmidt Beeld David Hockney

Hockney in het Van Gogh Museum

Hockney - Van Gogh: The Joy of Nature in het Van Gogh Museum laat de invloed van Vincent van Gogh op het werk van de Britse kunstenaar David Hockney zien. De tentoonstelling is geopend van 1 maart t/m 26 mei.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden