PlusInterview

Historische roman van Kate Mosse is een liefdesbrief aan Amsterdam

Nederland had deze week de primeur van het tweede deel van de historische ­romanreeks van Kate Mosse over de hugenoten. In Stad van tranen is een hoofdrol weggelegd voor Amsterdam.

Tijdens de Alteratie van Amsterdam op 26 mei 1578 werd de katholieke stadsregering van Amsterdam afgezet.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

Ze was nu in Amsterdam geweest. Ze zou aan boekhandelaren rondleidingen hebben gegeven langs de locaties in haar boek. Ze zou een gesigneerd exemplaar van Stad van tranen aan de befaamde bibliotheek van het Ambassade Hotel hebben toegevoegd, naast het eerste deel van haar reeks over de diaspora van de hugenoten, Tijden van vuur.

Maar ach, zegt Kate Mosse vanuit haar werkkamer in Sussex, ze rekent zich rijk in deze verwarrende tijden. En als een boekentournee niet doorgaat, verandert er niet zoveel in een schrijversleven. Normaal is het: schrijven, tournee, schrijven, tournee. Nu schrijft ze gewoon door, aan het derde deel van de vierdelige reeks die drie eeuwen beslaat en voert van zestiende-eeuws Carcassonne en Toulouse naar Amsterdam en Kaap de Goede Hoop in de achttiende en negentiende eeuw.

En ze wandelt, op het Zuid-Engelse platteland, zoals ze ook eindeloos kan wandelen door de plaatsen waar haar boeken zich afspelen: ze schrijft dan in haar hoofd, als ze binnenkomt hoeft ze het alleen nog maar uit te werken. Zo ging het ook toen ze vorig jaar april in Amsterdam was en verbleef in de schrijversresidentie van het Nederlands Letterenfonds aan het Spui – of, zoals zij het uitspreekt in de vergeefse hoop dat ze het Nederlands een beetje onder de knie begint te krijgen: ‘Spoei’.

Ze koos toen voor de vroege ochtenden voor haar dwaaltochten, om de drukte te vermijden op de Wallen en in de Nieuwmarktbuurt – waar de hoofd­persoon uit de eerste twee boeken van de reeks, ­Minou Joubert, na haar vlucht uit Frankrijk komt te wonen. Wat was ze hier graag nu geweest, zegt Mosse, de straten zoveel leger en zonder die ‘weerzinwekkende dronken Britten’. Haar boek Stad van tranen, zegt ze, is met die hoofdrol voor de oude binnenstad een liefdesbrief aan Amsterdam.

Het verloren labyrint

Mosse is vermaard om haar historische romans in dikke delen en eeuwen beslaande reeksen, zoals de Languedoc-trilogie, die begon met Het verloren labyrint uit 2005, in 37 talen uitgebracht. Maar de reeks rond Minou Joubert die de godsdienstoorlogen beslaat en de diaspora van de hugenoten volgt, is de eerste reeks die ook als zodanig is gepland. Vandaar dat ze nu ook kan vooruitwijzen naar ontwikkelingen in de volgende delen.

Ze kwam op het spoor van het verhaal tijdens een literair festival in Franschhoek in de West-Kaap. Tijdens een rondrit door het Zuid-Afrikaanse wijndistrict zag ze een bordje langs de weg: ‘Languedoc’. Hè? Wat? dacht ze, hoezo die Franse streek van haar eerdere boeken hier in Zuid-Afrika?

Franschhoek – in de naam alleen al ligt de aanwijzing besloten. Ze ontdekte er het Hugenoten Gedenkmuseum voor de hugenotenfamilies die in 1688 uit Frankrijk waren gevlucht, omdat in hun thuisland met de herroeping van het Edict van Nantes het protestantisme werd verboden. Ze kwamen naar het met de Languedoc vergelijkbare landschap om daar op uitnodiging van gouverneur Simon van der Stel de Zuid-Afrikaanse wijnbouw op poten te zetten.

De haartjes in haar nek gingen overeind staan toen ze zich de potentie van dit verhaal realiseerde, vertelt Mosse. “Maar ik dacht meteen ook: don’t do this, Kate! Mijn man en ik hebben sinds 1989 een huis in Carcassonne, Frankrijk. Maar ik wist niks van Nederland, niks van Zuid-Afrika, wat sowieso een mijnenveld is als je erover gaat schrijven.”

Maar toen kwam ze op het kerkhof, zag daar al die Franse namen. Ze keek op en zag de bergen die de vallei omringen en die zo lijken op die in het zuidwesten van Frankrijk. “Toen kwam het verhaal bij me op van een vrouw die in 1862 aankomt in Franschhoek om de geschiedenis na te speuren van haar voorouders op de vlucht, met de stem van haar over- over-over-(en nog zowat) grootmoeder in haar hoofd die ze kent uit het dagboek dat ze heeft bijgehouden en dat bepalend is voor de levens van haar nazaten.”

De vrouw in Franschhoek is voor haar lezers vooralsnog een schim. In het begin van Stad van tranen bevindt ze zich in grimmige omstandigheden, omdat het dagboek van Minou Joubert dat in haar bezit is een gevaar vormt voor haar leven. “Kleine teaser,” zegt Mosse lachend.

Bartholomeusnacht

In Stad van tranen volgen we Minou en haar gezin op de vlucht naar Amsterdam na de Bartholomeusnacht in Parijs in augustus 1572, waarna in een golf van geweld in heel Frankrijk vele duizenden hugenoten de dood zouden vinden. Ze heeft het Chateau de Puivert, dat zij als kasteelvrouwe tot protestants toevluchtsoord had gemaakt, achter zich gelaten en vestigt zich op de Zeedijk in een huis dat grenst aan de Nieuwmarkt. Wat nu de Waag is, was toen de Sint ­Antoniespoort, de toegang van de stad aan de oostkant.

Voor haar research over de Alteratie van Amsterdam, de omwenteling waarbij op 26 mei 1578 de katholieke stadsregering werd afgezet, heeft Mosse veel hulp gekregen van haar Nederlandse uitgeverij en Nederlandse vrienden en historici. Ze wijst via de Skypeverbinding op de plank boeken over de Nederlandse geschiedenis. “Alles wat in het Engels verkrijgbaar is, staat hier. Maar ik kan geen Nederlandstalige bronnen raadplegen en dus heb ik lange vragenlijsten gestuurd. Waarbij ik ook ontdekte dat dit deel van de Nederlandse geschiedenis ook voor Nederlanders geen gesneden koek is, dat bij jullie de focus veel meer ligt op de Gouden Eeuw.”

Stond in Tijden van vuur de verboden liefde centraal van de dan nog katholieke Minou en de hugenoot van Nederlandse afkomst Piet Reydon, in Stad van tranen is de vermissing van hun dochter Marta sinds die Bartholomeusnacht de essentiële ontwikkeling. “Ik had niet vooraf gepland dat ze vermist zou raken, dat ontdekte ik pas gaandeweg. Dat vind ik het heerlijke, het wonderbaarlijke van romanschrijver zijn – dat het verhaal je overvalt.”

Stad van tranen was tegelijk ook een moeilijk boek om te schrijven. “Ik moest van vanuit nul diep de geschiedenis van Amsterdam in. Ik heb archieven geraadpleegd, musea, bibliotheken; ik heb naar muziek geluisterd, kunst bestudeerd, door Amsterdam gezworven om het onder mijn huid te krijgen. Want alleen dan kun je de geschiedenis levend maken. Wat ik doe met dit boek – en dat beoog ik met al mijn boeken – is de geschiedenis laten spreken en de verhalen vertellen van vrouwen die níét de geschiedenisboeken hebben gehaald.”

Kate Mosse, Stad van tranen, vertaald door Merel Leene, Boekerij, €22,99, 480 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden