PlusInterview

Hilde Van Mieghem debuteert op haar 64ste met een meeslepende familiesaga: ‘Het is Romeo en Julia, maar dan in Antwerpen’

Ze liet het verhaal twintig jaar rijpen en schreef het in haar hoofd wel honderd keer, maar nu is de roman van Hilde Van Mieghem er dan toch: De drie duifkes, over vrouwen die zich aan het bevrijden zijn van hun mannen. ‘Hoe mijn oma niets mocht, dat herkende ik uit mijn eigen leven.’

Mark Coenen
Antwerpen, 1956. Beeld Fred Van Schagen/BIPs/Getty Images
Antwerpen, 1956.Beeld Fred Van Schagen/BIPs/Getty Images

Hilde Van Mieghem acteert, regisseert, maakt films en documentaires en schreef scenario’s. Maar om te debuteren in de literatuur wachtte ze tot haar 64ste. Dat doet ze meteen door de grote poort, met een meeslepende familiesaga over drie vrouwen die overeind proberen te blijven in moeilijke tijden – het speelt zich af tussen 1920 en 1964 – en daar ieder op hun eigen manier in slagen, maar niet zonder slag of stoot.

De drie duifkes is een spannende, maar tragische liefdesroman met talloze cliffhangers die zich afspeelt in het Antwerpen van de vorige eeuw, met een verhaallijn die voor een deel is gebaseerd op de geschiedenis van haar eigen familie. Van Mieghem schrijft zoals ze is: met veel emotie en empathie, strijdvaardig en met het hart op de juiste plaats.

Waarom heeft u tot uw 64ste gewacht om dit boek te schrijven?

“Uit pure angst. Omdat ik niet geloofde dat ik dat kon. Ik heb kasten vol met schriften, dagboeken en boekjes die bol staan van de aanzetten en filosofietjes, maar ik had een immens respect voor schrijvers, bewonder hen enorm en dacht eigenlijk: dat kan ik niet. Pretentieus en potsierlijk om dat te proberen, vond ik.”

“En in een boek krijg je ook echt een stem: als ik film, verstop ik mij altijd achter de anderen. Dat gaat niet met een boek. Dit is van mij, dit ben ik, ik kan mij niet meer verstoppen.”

“Pas toen ik de drukproeven zag, wist ik dat ik mij nergens voor hoef te schamen. Ik sta hier helemaal achter. Ik leg de lat altijd heel hoog en heb ook hier keihard aan gewerkt. Als ik iets doe, wil ik het ook geweldig goed doen. Dat is vermoeiend hoor.”

Maar u móést dat dramatische verhaal van uw familie schrijven?

“Toen ik veertien was, heb ik mijn oma urenlang geïnterviewd met zo’n oude Philipsbandopnemer. Ik wilde dat toen al bewaren, het verhaal van die jongen met wie ze niet mocht trouwen en dan die pathologische gierigaard van een man van haar, een boeman bij wie ze er toch in slaagde haar trots te bewaren – ik had een heel trotse grootmoeder.”

“Ik kom uit een tijd waarin wij als meisjes niets mochten, en die verhalen van mijn grootmoeder sloten daar ook op aan: hoe zij niets mocht, dat herkende ik heel erg uit mijn eigen leven. Ik wilde zo graag dat ik een jongen was, niet omdat ik geen meisje wilde zijn, maar omdat jongens alles mochten en ik niets. Ik ben ook op internaat gestuurd omdat ik altijd met de jongens speelde en niet met de meisjes. Alles wat jongens deden, deed ik ook en dat kon niet in die tijd.”

“Die verhalen zijn er bij mij ingelepeld. Ik zat altijd aan tafel bij de volwassenen om te luisteren naar hun verhalen, terwijl de andere kinderen buiten speelden. In die tijd zaten de vrouwen en de mannen apart en dan hoorde ik verhalen over seks en de oorlog en de terreur van hun mannen. Dat heeft op mij, als klein meisje, een ongelofelijke indruk gemaakt.”

“Tien procent van het boek is echt gebeurd, de rest is fictie. Madeleine is mijn bobonne, mijn grootmoeder; Tine is mijn pleeggrootmoeder en Juliet is de echte moeder van mijn vader, die ik eigenlijk nooit ontmoet heb. ‘Vuil Julie’ werd zij genoemd in Beveren, er waren vele verhalen over haar. Ze had acht kinderen, onder wie twee tweelingen. Eigenlijk wou ze die niet, maar die kwamen gewoon.”

Het is ook een verhaal van de emancipatie van de vrouw in de vorige eeuw.

“Mijn mond viel open toen ik het schreef. Ik wist natuurlijk wel dat de rechten van man en vrouw helemaal ongelijk verdeeld waren. Je was als vrouw heel afhankelijk van je man. Als je een leuke echtgenoot had viel dat nog mee, maar als je zoals mijn grootmoeder een man had die je wilde opsluiten, had je nul kans op een goed leven.”

“Ondanks alles heeft ze een winkeltje met knopen en garen gehad, maar dat was pas op haar zestigste en daar heeft ze voor moeten vechten als een leeuwin. Dat kunnen wij ons nu niet meer voorstellen. Toch is het geen manifest of gefrustreerd feministisch boek, het gaat over vrouwen die zich aan het bevrijden zijn van hun mannen. Het is hun verhaal. Ze kwamen op voor zichzelf, dat was al werk genoeg.”

“Vijftig jaar geleden zaten wij vrouwen hier ook nog in de middeleeuwen, hoor, alleen is iedereen dat vergeten. Dat de vrouw pas in 1958 handelsbekwaam werd geacht: dat is het jaar waarin ik geboren werd, hè.” Fel: “Het is toch niet te geloven dat je tot dan de toestemming van je man nodig had om te gaan werken? Mijn moeder is op dat moment opnieuw gaan studeren en mijn vader werd woest: dat hoorde zo niet.”

Hilde Van Mieghem: ‘Ik ben niet onbezonnen aan het boek begonnen: daar is twintig jaar aan voorafgegaan.’ Beeld Stephan Vanfleteren
Hilde Van Mieghem: ‘Ik ben niet onbezonnen aan het boek begonnen: daar is twintig jaar aan voorafgegaan.’Beeld Stephan Vanfleteren

Uit het boek spreekt een beeld over mannen dat wel gekleurd is: er lopen heel wat klootzakken in rond. Dat uit zich ook in sommige liefdesscènes, bijna verkrachtingsscènes.

“Madeleine en Juliet worden verkracht in het boek. Maar langs de andere kant zeiden ze bij de uitgeverij dat de scène op het einde van het boek de beste vrijscène was die ze ooit gelezen hadden! En iedereen zegt dat het zo moeilijk is om over seks te schrijven. Ik vind dat helemaal niet zo moeilijk.”

Lacht: “Al had ik wel schrik om het te schrijven, want zeker de laatste liefdesscène is bijzonder belangrijk, daar staat of valt het boek voor mij mee. Ik schreef die scènes ook graag om aan de mannen te zeggen: heren wilt ge dat eens lezen, zo wordt een vrouw graag bemind! Met tederheid en tijd, niet erop en erover.”

Uw boek is gelaagd en beschrijft het leven van de drie vrouwen tussen 1920 en 1964.

“Al had ik de drie tijdslijnen van de vrouwen als eerste en als ruggengraat uitgeschreven, ik heb ook veel gevloekt en gepuzzeld en me ziek geteld om alles te doen kloppen, hoor. Ik ben dat gelukkig gewend, omdat ik veel in het theater heb gewerkt en scenario’s heb geschreven: ik heb een dramaturgische basis die mij geholpen heeft met de structuur van het boek. Ik ben doordrongen van opbouw, van turning points, van cliffhangers: dat zit in mijn genen. Ik beheers de kunst van het vertellen.”

“Het boek is wat het is omdat ik het zo lang heb laten rijpen en ik er zo lang over heb nagedacht. Ik ben er niet onbezonnen aan begonnen: daar is twintig jaar aan voorafgegaan. Ik heb het misschien wel honderd keer geschreven in mijn hoofd. Het kwam er ook in één geut uit, als een waterval.”

“En ik wist hoe het boek moest eindigen, zo is het ook in werkelijkheid gegaan. Het is geen mooi einde, jammer genoeg: de liefde mag niet bestaan. Het is Romeo en Julia, maar dan in Antwerpen.”

Ik ken weinig mensen die zovele genres beheersen: u acteert en regisseert, schrijft columns en scenario’s, maakt films en documentaires.

“Toch is dat voor mij allemaal hetzelfde: ik vertel een verhaal. Dat doe ik al veertig jaar, alleen in verschillende disciplines. Ik schrijf al heel mijn leven en toen ik columns begon te schrijven voor De Morgen, wist ik dat er ook een publiek voor was.”

“Ik durf bijna te zeggen dat zonder die columns mijn schrijfcarrière misschien wel niet gestart zou zijn. Plots was mijn verlammende schrijfangst weg en ging de kraan open.”

“Ik had duidelijk veel tijd nodig om zover te komen. Ik had een heel laag zelfbeeld. Mijn moeder zei dat ik niets kon en dat er van mij niets ging komen. Ook voor mijn vader was een meisje iemand die op haar achttiende naar een bal ging om daar een rijke man op te scharrelen. Zo werd er over vrouwen gesproken. Ik ben actrice geworden omdat ik dacht: dat kan ik. Ik wilde toen al schrijven, films maken, regisseren, dingen bedenken en doen. Dat is ook de hele weg naar dit boek geweest: dat ook dúrven.”

null Beeld

De drie duifkes
Hilde Van Mieghem
De Arbeiderspers, €24,99
408 blz.

CV

Hilde Van Mieghem (1958) is actrice, scenarist, regisseur, documentairemaker en columnist bij De Morgen. Voor haar films en scenario’s ontving ze wereldwijd nominaties en prijzen. Ze maakte de afgelopen jaren onder andere de documentairereeks Als je eens wist, over kindermishandeling, partnergeweld en gewelddadig gedrag van kinderen tegen hun ouders.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden