PlusBoekrecensie

Het vrolijk swingende Harlem Shuffle lijkt het laatste boek dat je van Colson Whitehead zou verwachten

Harlem Shuffle neemt de lezer mee naar het Harlem van begin jaren zestig. Beeld Getty Images
Harlem Shuffle neemt de lezer mee naar het Harlem van begin jaren zestig.Beeld Getty Images

Voor wie Colson Whitehead (1969) uitsluitend kent van zijn laatste twee, beide met een Pulitzer Prize bekroonde ­boeken, zal zijn achtste roman misschien een nogal ontregelende verrassing zijn.

Want, goed, in De ondergrondse spoorweg (2016) gaf Whitehead een steampunkachtige fantasydraai aan de geschiedenis. Met treinen die gevluchte slaven letterlijk door een ondergronds tunnelstelsel naar de noordelijke vrijheid vervoerden en anachronistisch opdoemende wolkenkrabbers. Maar in de basis was het toch een serieuze, allegorische roman over het slavernijverleden.

En vervolgens vertelde hij in het sobere De jongens van Nickel (2019) ook nog het op historische feiten gebaseerde verhaal van een horrortuchtschool in Florida: Nickel Academy. Een gefictionaliseerde versie van de Arthur G. Dozier School For Boys, waar tot 2011 (!) vooral zwarte leerlingen een eeuwlang werden geterroriseerd, misbruikt en vermoord.

Voeg daarbij dat hij als auteur met oog voor (de wortels van) institutioneel racisme regelmatig naar voren werd geschoven als een soort lite­raire vertegenwoordiger van de Black Lives Matter-beweging, en het vrolijk swingende Harlem Shuffle lijkt wel het laatste boek dat je van Whitehead zou verwachten.

Zombiethriller

Aan de andere kant, in een interview met deze krant vertelde hij twee jaar geleden al dat hij na de loodzware research voor De ondergrondse spoorweg naar veel luchtiger materiaal had gesmacht. Een in het New York van de jaren zestig spelende misdaadroman wilde hij schrijven. ‘Een cool idee met coole personages,’ maar De jongens van Nickel was er tussen gekomen.

En daarbij: we hebben het hier wel over iemand die in 1999 debuteerde met een ­sciencefictiondetective over rivaliserende liftinspecteurs (lang verhaal) en in 2011 nog de uitstekende postapocalyptische zombiethriller Zone One publiceerde.

Een geëngageerd literator met een zwak voor sociale geschiedenis én intelligente genrefictie, kortom. Twee zaken die in Harlem Shuffle vruchtbaar versmelten.

Spil van het verhaal is Ray Carney, die wanneer we hem in 1959 ontmoeten een tweedehandsmeubelwinkel aan 125th Street drijft en op het oog een braaf burgermansbestaan leidt. Een harde werker, die ervan droomt ooit het krappe gezinsappartementje aan het metrospoor te kunnen verruilen voor het stadsvilla­eilandje van de wijk, Striver’s Row, waar zijn snobistische schoonouders wonen.

Maar hoewel hij er prat op gaat dat hij geen ‘boef’ is, zoals zijn vader, een dommekracht voor de onderwereld, beunt hij in de avonduren wel bij als kruimelheler, meestal van goederen die zijn onverbeterlijke neef Freddie heeft gestolen.

Diezelfde Freddie betrekt hem bij een ‘kraak’, waarbij de kluisjes van Hotel Theresa (‘het Waldorf van Harlem’) worden leeggeroofd. De overval loopt op allerlei manieren uit op een hachelijk debacle. En de rest van het boek, dat ruwweg vijf jaar bestrijkt, is Ray bezig met het ontlopen van de uiteenlopende (strip)figuren die erbij betrokken waren. Mensen als de in paars kostuum gestoken psychopaat Miami Joe. De ijskoude WOII-veteraan Pepper. Of de maffioso Chink Montague, die bekendstaat ‘om het gemak waarmee hij het scheermes ­hanteert’. Terwijl hij ondertussen amechtig probeert zich niet nog verder in de criminele nesten te werken.

Klassiek crimespul, al met al.

James Brown

Harlem Shuffle leest dan ook als een stampende mash-up van overvalfilms als Dog Day Afternoon (1975) en Reservoir Dogs (1992) en de grimmige (Harlem) noir-romans van Chester Himes (1909-1984) of Raymond Chandler (1888-1959); met nog een flinke scheut James Brown voor de denkbeeldige soundtrack. Zo’n boek waarin mensen veranderen in ‘van whisky doordrenkte kakkerlakken die zich haastig scharrelend aan het zonlicht en het oog van de brave burger onttrokken’. Of waarin je, wanneer Ray een in een Marokkaans tapijt gerold lijk dumpt in Mount Morris Park, leest: ‘Afgaande op wat de kranten altijd over het park schreven had hij verwacht dat er een wachtrij zou staan.’

Natuurlijk mijdt Whitehead ook dit keer de maatschappelijke thema’s niet. In zijn liefdevolle portret van Harlem-in-verval spelen rassen- en klassenongelijkheid onvermijdelijk een rol. Net als hoe een gekleurde huid je ambities en mogelijkheden begrensde (of begrenst).

Maar bovenal is hier toch een schrijver aanstekelijk lol aan het trappen.

Kenmerkend is het pagina’s lange verslag dat neef Freddie ergens in het laatste kwart doet van de Harlem riots van juli 1964, een explosieve wirwar van politieke leuzen, woedend bestormde barricades en escalerend (politie)geweld.

Voornaamste commentaar van een hongerige Freddie: ‘Ik heb zoiets van: hoe kom ik op deze manier aan een sandwich?’

null Beeld

Harlem Shuffle

Colson Whitehead
Vertaald door Harm Damsma
Atlas Contact, €22,99
399 blz

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden