PlusInterview

Het verleden is in Oekraïne nooit helemaal voorbij, ontdekte Lisa Weeda

De Nederlands-Oekraïense Lisa Weeda (32) wilde een roman schrijven over haar oma als untermensch, maar het werd een breder verhaal over haar land van afstamming. ‘De situatie van het Donetsbekken kun je het beste samenvatten als de plek van het gewonde kozakkenhert.’

Marnix Verplancke
Lisa Weeda. Beeld Geert Snoeijer
Lisa Weeda.Beeld Geert Snoeijer

Lisa Weeda toont een militaire onderscheiding met een gouden hert erop. “Voor de Don-Kozakken is dat hert heel belangrijk, want het staat voor vrijheid en zelfstandigheid.” Weeda is de achterkleindochter van een Don-Kozak, afkomstig uit het Donetsbekken, de Oost-Oekraïense regio die sinds de Maidanrevolutie van 2014 een alleen door de Russen erkende semi-autonome republiek vormt. Bij de gevechten die tot de vorming van die republiek leidden, verloor Weeda twee familieleden.

“Het kozakkenhert is altijd gewond,” zegt ze, terwijl ze met haar vinger een detail op de medaille aanwijst. “Het heeft een gouden pijl in zijn lijf. Zo zou je de situatie van het Donetsbekken kunnen samenvatten, als de plek van het gewonde hert. Het is een regio die onderhevig is aan zware druk van de landen eromheen, met een machteloze bevolking. Maar het hert leeft nog, en het is best fier ook. Het waakt over het land, al is het niet sterk genoeg om alle aanvallen van zich af te slaan.”

‘Dekozakkisatie’

Dit trotse hert speelt in Lisa Weeda’s debuutroman Aleksandra een grote rol, want al is de auteur maar voor een kwart Don-Kozak en groeide ze op in Nederland, haar Oekraïense afstamming vindt ze heel belangrijk. “De Kozakken zwierven rond in een regio die uit het zuiden van Rusland en het Donetsbekken bestond. Wat hen speciaal maakt, is dat zij altijd vrij waren om te gaan en te staan waar ze wilden. Ook onder de tsaren kregen zij uitgebreide vrijheden, in ruil voor hun krijgskunst ten dienste van Rusland.”

Die hang naar zelfstandigheid maakte hen niet altijd populair. Zo voerde de Sovjet-Unie in de jaren 1920 een ‘de-kozakkisatie’ uit, waarbij grootschalige deportaties en de inbeslagname van het voedsel van de Kozakken tot massale sterfte leidden. Allemaal omdat de Kozakken ten tijde van de Revolutie het witte leger hadden gesteund, dat tegen het leninisme was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog schaarden sommige Kozakken zich daardoor aan de zijde van Duitsland, omdat ze ervan overtuigd waren dat niemand slechter dan Stalin kon zijn.

“Mijn grootmoeder vertelde me dat toen haar vader haar in 1942 op de trein richting Duitsland zette, waar ze verplicht als Ostarbeiter (nazi-Duitse aanduiding voor buitenlandse slavenarbeiders, red.) aan de slag zou gaan, hij haar op het hart drukte nooit te vergeten dat ze de dochter van een Don-Kozak was. Op haar 97ste vindt ze dat allemaal maar onzin, maar wat bedoelde hij daar precies mee? Dat heb ik me lang afgevraagd. Wellicht dat je altijd je eigen vrijheid moet nastreven en je nooit moet laten knechten.”

Opgeëist als werkkracht

Die grootmoeder staat centraal in Weeda’s debuutroman. Aleksandra was achttien toen ze naar Griesheim vertrok om er in een fabriek van IG Farben aan de slag te gaan. En voor het overige in een gevangenkamp te zitten, want Ostarbeiter waren geen Fremdarbeiter, het waren Untermenschen. “Fremdarbeiter kregen vakantie en mochten naar huis, terwijl Untermenschen, die tussen de Joden en de Fremdarbeiter in zaten, alleen op zondag een paar uur mochten wandelen.”

“Maar mijn oma heeft uiteindelijk geluk gehad; er waren ergere werkkampen. Ze zat wel afgescheiden van de Nederlanders en de Vlamingen die er ook tewerkgesteld waren, maar als je weet dat ze uiteindelijk zwanger werd van een Nederlander, kan dat natuurlijk ook niet zo erg afgescheiden zijn geweest.” Na de oorlog zijn er tussen de 5000 en 7000 van die Ostarbeiterinnen naar Nederland vertrokken, en wellicht ongeveer evenveel naar België. Een totaal vergeten geschiedenis van 1,2 miljoen meisjes, die niet alleen door de Duitse bezetters als werkkrachten opgeëist werden, maar die bij terugkeer ook nog eens als collaborateurs naar de goelag werden gestuurd.

Hongersnood

Weeda’s oorspronkelijke plan was een boek te schrijven over dit untermenschverleden van haar oma, maar hoe meer ze met haar sprak, hoe duidelijker het ook werd dat er nog meer verhalen over haar familie te vertellen waren. Aleksandra’s vader was niet alleen een Kozak, hij was ook een koelak – een zelfstandige boer, en in de ogen van de prille Sovjet-Unie een vuige kapitalist die het best uitgeroeid kon worden.

Aleksandra werd geboren in 1924, het jaar dat Lenin stierf en Stalin de macht naar zich toetrok. Oekraïne zou de graanschuur der Sovjets worden. Er werden onwaarschijnlijk grote opbrengsten in de vijfjarenplannen ingeschreven en die moesten gehaald worden, ook wanneer de oogst bijvoorbeeld mislukte, zoals dat in 1928 en 1929 het geval was. Want mislukking bestond niet, er was alleen sabotage.

Dus werden er milities naar Oekraïne gestuurd die de koelakken een lesje moesten leren. Miljoenen mensen werden gedeporteerd en er werden Russische boeren ingevoerd om hun plek in te nemen op de enorme kolchozen die de kleine boerderijen zouden vervangen. Maar de hongersnood nam toe, zelfs gevolgd door kannibalisme. Uiteindelijk zouden er begin jaren 1930 naar schatting 3,5 miljoen Oekraïners sterven. Deze ‘genocide-door-uithongeren’ staat in de geschiedenisboeken vermeld als de Holodomor.

En dan was er nog 2014 en het nieuwe geweld in Oekraïne, waarbij de Krim weer Russisch werd en het oosten van het land een eigen koers ging varen. Ook dát verdriet wilde Weeda in haar roman verwerken. “Het verleden is in Oekraïne nooit helemaal voorbij.”

Lisa Weeda: Aleksandra, De Bezige Bij, 351 blz., €22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden