Plus Reportage

Het vakantiegevoel: kijken naar Radio Tour de France

Het Tourcafé van Radio Tour de France trekt veel publiek. Dat is de magie van het programma, vermoedt Robbert Meeder. ‘In de kern is kijken naar radio saai.’

In het Tourcafé in het gebouw van Beeld en Geluid in Hilversum kunnen fans de Tour volgen in vakantiesfeer. Beeld Jean-Pierre Jans

Ze verslikken zich bijna in hun slokje uit zeker niet hun laatste flesje Heineken van de zondagmiddag; wieler­volgers Cok Kardol en Paul Zwaan zitten eerste rij in het Tourcafé bij Beeld & Geluid in Hilversum, de plek waar Radio Tour de France in de slotweek de Ronde van Frankrijk uitzendt met publiek.

Op het immense televisiescherm voor hen is niets aan de hand. Nog 100 kilometer te gaan in de laatste Pyreneeënrit, grote kopgroep, rust in het peloton, de Franse regisseur heeft alle gelegenheid voor een magnifiek shot van uit­gestrekt berglandschap.

Uit de speakers: de snerpende jingle van NOS Radio Tourflits, Tourflits, Tourflits. Kardol en Zwaan veren op door de jingle, letterlijk. “Dat is zo knap van dit programma, hoe door alle muziekjes, jingles en geluidjes de spanning er constant in wordt gehouden.”

Gele luifel

Eerlijk? Hadden de twee nu thuis in Lisserbroek op de bank gezeten, dan hadden ze alleen de tv aan gehad. Maar op doordeweekse Tourdagen is Kardol zoals bijna heel werkend Nederland aangewezen op Radio Tour de France. 

De team­leider risicomanagement bij de Rabobank – “Dat is met het wielrennen niet helemaal goed gegaan,” zegt Kardol met een kwinkslag naar het in doping gemarineerde verleden van de ­Rabowielerploeg – wordt tijdens werkuren geacht niet naar de televisie te kijken. “Radio Tour de France is dus echt belangrijk voor me, leuk om nu eens te kunnen zien hoe het gemaakt wordt.”

Dat was precies de gedachte van bedenker Robbert Meeder (60), die NOS Radio Tour de France dit jaar voor de vijfde keer presenteert op NPO Radio 1. Hij (in geel wielershirt, net als de klassementsleider in Frankrijk) mag de ontknoping van elke etappe begeleiden, zijn collega Gert van ’t Hof (in retroshirt van Molteni) praat de boel tussen twee en vier aan elkaar. 

Meeder: “Omdat wielrenners Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk het vorig jaar zo goed deden in de Tour, presenteerden Gert en ik de laatste uitzending vanuit finishplaats Parijs. Daar zaten we aan een tafel in een grote zone voor televisie- en radioploegen, achter de finish, met een NOS-spandoek. Daar liepen ook Nederlandse toeristen langs, die foto’s van ons maakten. Dat liet me niet los. Zou het niet leuk zijn, dacht ik, om een speciale uitzwaaidag op de slotdag van de Tour te maken, met publiek? Of kan dat langer? Eén week, drie weken?”

De hele Tour uitzenden vanuit Beeld & Geluid bleek te duur, het compromis kwam uit op de slotweek. Meeder: “De bazen zeiden: schrijf maar een plan. Ik wilde het liefst een Amerikaanse camper van 20 meter lang en 4 meter breed doormidden zagen en daar een glazen radiostudio inbouwen, voor het vakantiegevoel dat de Tour toch met zich meebrengt. Dat was onmogelijk, maar graffitikunstenaars hebben rondom de radiostudio toch een camper getekend. En er hangt een gele luifel voor de studio, te gek.”

Met de racefiets

Er zijn houten tafels en banken met rood-witte kleedjes, luisteraars kunnen hun croissants en baguettes met brie wegspoelen met een glaasje wit of rood en als de lunch gezakt is zelf het einde van een etappe fietsen op een virtueel systeem. Wie echt met de racefiets naar Hilversum komt, kan zijn karretje kwijt in een rek ín het instituut en wordt in de uitzending mogelijk geïnterviewd door Van ’t Hof of Meeder.

Tijdens de bergetappe stroomt de hal voller en voller. Voor de Brabantse troef Steven Kruijswijk wordt hartstochtelijk gejuicht tijdens de slotklim, maar de Australische etappewinnaar Simon Yates krijgt net zo goed bijval.

Op exact dezelfde plek wordt over vijf maanden het Top 2000-café opgebouwd, waar hele volksstammen om acht uur ’s morgens de polonaise lopen op klanken van Dire Straits en Pink Floyd. De Top 2000 is ook al zo’n iconisch radioprogramma dat een redelijk vergelijkbaar, ouder, overwegend wit en bovenal enthousiast publiek met veel succes naar Hilversum lokt.

Meeder: “Ik snap de vergelijking en ik vind het ook een compliment, maar de gedachte kwam echt niet daarvandaan. Ik denk dat de magie van beide programma’s heel erg aan het seizoen hangt; de Top 2000 aan de laatste dagen van het jaar, Radio Tour aan de zomer. We proberen er echt iets leuks van te maken, maar in de kern is kijken naar radio gewoon heel saai.”

Wel een verschil: waar de dj’s van de Top 2000 als halve heiligen worden vereerd door de cafégangers, kan Van ’t Hof de slotkilometers in alle rust bekijken op een bankje. Tot zijn vreugde: “De mensen komen hier voor de koers en zo hoort het. Wij bestaan bij de gratie van de Tour.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden