PlusInterview

Het succes van docuserie Klassen: ‘We hebben zoveel darlings moeten killen’

Sarah Sylbing en Ester Gould, de makers van Klassen. Beeld Eva Plevier
Sarah Sylbing en Ester Gould, de makers van Klassen.Beeld Eva Plevier

Zes kunstenaars(duo’s) en instellingen zijn genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst. Sarah Sylbing (40) en Ester Gould (46) maken met hun documentaire­serie Klassen kans in de categorie Werk van het Jaar.

Hun euforie over de nominatie voor de Amsterdamprijs verraste Sylbing en Gould zelf ook een beetje. ‘We waren echt abnormaal blij,’ zegt Gould, bijna verontschuldigend. Ruim 3,5 jaar werkten ze aan hun documentaire­serie Klassen, over kansenongelijkheid in het onderwijs. “Het was een heel zware productie, en vanwege corona hebben we nauwelijks een première gehad, of het op een andere manier met het team kunnen vieren. Zo’n uitlaatklep, een gezamenlijk moment van ontspanning, is heel belangrijk.”

“We waren best teleurgesteld dat we niet genomineerd waren voor De Tegel of voor de ­Zilveren Nipkowschijf. Je mag nooit op prijzen rekenen, maar stiekem snak je toch naar ­erkenning,” zegt Sylbing. “Wat deze prijs zo bijzonder maakt, is dat het een kunstenprijs is. Het is mooi dat ons werk ook als kunst wordt beschouwd. En dat de prijs verbonden is aan Amsterdam, de stad waar ik geboren en getogen ben.”

De documentaireserie Klassen speelt zich af in Amsterdam-Noord, het stadsdeel waar Sylbing en Ester Gould de in 2016 uitgezonden serie Schuldig opnamen, over de schuldenproblematiek. Klassen was in zekere zin het logische vervolg op die veelgeprezen reeks. Gould: “Het hart van ons oeuvre is een studie naar ongelijkheid in Amsterdam, opgehangen aan een stadsdeel.”

Wat kenmerkt jullie werkwijze?

Sylbing: “We proberen aan de hand van kleine verhalen grote thema’s aan te kaarten. Het gaat altijd over gewone mensen die zich staande moeten houden binnen systemen. Systemen waar wij wat van vinden.” “We vonden beiden dat binnen de Nederlandse literatuur en films te weinig aandacht is voor klassenverschillen,” zegt Gould. Sylbing: “Het bestaan van sociaal-economische klassen wordt hier, anders dan in bijvoorbeeld Engeland, bijna ontkend. Nederland is van oudsher ook een vrij egalitair land, maar er bestaan wel degelijk klassen. De verschillen zijn de afgelopen jaren alleen maar toegenomen.” Gould: “Toen we 16 jaar geleden begonnen met het maken van films, liep het tijdperk van de zogenoemde ‘pampersamenleving’ ten einde. De overheid werd gezien als te vertroetelend, trok zich terug en daarvoor in de plaats werd een beroep gedaan op de ‘zelfredzaamheid’ van mensen. Wij willen laten zien waar dat toe geleid heeft.”

Kansenongelijkheid in het onderwijs is een tamelijk abstract onderwerp: was het moeilijk om dit op een verhalende manier in beeld te brengen?

Sylbing: “Zeker, het was in dat opzicht lastiger dan Schuldig, want iedereen heeft wel een beeld bij mensen die in geldnood zitten. Het was dan ook heel belangrijk om ons goed te verdiepen in dit onderwerp, daar zijn we zeker een jaar mee bezig geweest. Pas daarna zijn we gaan nadenken over wat wij zelf wilden toevoegen aan wat al geschreven en gezegd is.” Gould: “Net als bij Schuldig moesten we op zoek naar hoofdpersonen aan wie wij onze visie konden ophangen. Het vinden van de juiste mensen was heel ingewikkeld.” Sylbing: “Een goede balans van verschillende scholen, docenten en kinderen was super belangrijk. En lang niet iedereen die we benaderden wilde meewerken. Manon van der Sluijs, onze fantastische researcher, had op een gegeven moment bij twaalf scholen lijntjes uitstaan. Uiteindelijk was het vinden van een kind op een ‘kansrijke’ school het lastigste, en het was heel belangrijk dat we die erbij hadden.”

En toen moest de montage nog beginnen.

Gould: “Dat was nog erger dan bij vorige films, we hebben zoveel darlings moeten killen.” Sylbing: “Per aflevering begonnen we met vier uur aan materiaal. Dat konden we dan met pijn en moeite indikken tot twee uur. En dan moest het nog een keer terug naar 50 minuten! Het was eigenlijk beter geworden als elke aflevering anderhalf uur had geduurd.” Gould: “Maar de director’s cut gaat er nooit komen, hoor.”

Zien we over vijf jaar opnieuw zo’n soort serie van jullie?

Sylbing: “Nee. Niet dat we op elkaar uitgekeken zijn, maar het is wel goed om jezelf fris te houden en op zoek te gaan naar nieuwe ideeën. Klassen was al minder sprankelend om te maken dan Schuldig. De vorm, een meerdelige documentaire met doorlopende verhaallijnen, was toen echt nog onontgonnen terrein. Klassen was wat dat betreft minder vernieuwend.” Gould: “Bovendien kost zo’n project echt jaren van je leven, het is heel intensief. Dus nee, voorlopig even niet.”

Zijn er geen onderwerpen waar jullie graag nog je tanden in zouden willen zetten?

Gould: “Meer dan genoeg! Toevallig hadden we het er gisteren nog over: een serie over drugs in Amsterdam, dat zou een mooi onderwerp zijn. En dat je dan echt alle schakels in die keten aan het woord laat: van de snuivende advocaat aan de Zuidas tot de drugsdealer. Al is dat natuurlijk ook best gevaarlijk.” Sylbing: “Ik denk dat onze ouders dat een heel slecht idee vinden.” Gould: “We gaan het niet doen.” Sylbing: “Nee.” Gould: “Maar het is wel een goed onderwerp...”

Het prijzengeld van de Amsterdamprijs bedraagt 35.000 euro. Wat gaan jullie daarmee doen als jullie winnen?

Sylbing: “We moeten het sowieso delen, eerst met elkaar, en daarna met de Belastingdienst ben ik bang.” Gould: “Verder heb ik er nog geen seconde over nagedacht.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden