PlusAnalyse

Het Stedelijk blijft ook na herinrichting een doolhof

De verhuizing van de topwerken van het Stedelijk naar de grote ondergrondse hal, die alweer moet worden verbouwd, zal slecht uitpakken. Het museum blijft een rommeltje; beter is de oude ingang in ere te herstellen

Het oorspronkelijke gebouw van het Stedelijk had een logische indelingBeeld Floris Lok

Een goed ontworpen gebouw kan het stellen zonder bewegwijzering, is een beroemde uitspraak van de grootmeester van kaarten en plattegronden in Nederland, Paul Mijksenaar.

Het oorspronkelijke Stedelijk Museum, het ­gebouw van A. Weissman uit 1895, zat/zit zo ­logisch in elkaar dat een bezoeker vanzelf de weg weet te vinden naar de erezaal op de eerste verdieping en de bijzalen op de begane grond, dankzij de monumentale trap.

Een trap die aanvoelt als een beklimming van de Olympus, op weg naar de hedendaagse kunst. Symmetrische en hiërarchisch geordende musea, vaak ontworpen in de negentiende eeuw, hebben hierdoor een voordeel ten opzichte van asymmetrische, meanderende gebouwen.

Ongemakkelijke pijpenla
In 2012 kreeg het Stedelijk Museum een nieuwe entree en hal voor tijdelijke exposities, ontworpen door Mels Crouwel, en werd de symmetrie doorbroken. Zoiets kun je niet straffeloos doen, heeft de nieuwe vleugel van het Concertgebouw, alweer uit 1988, bewezen.

Architect Pi de Bruijn had aan het Concertgebouwplein minder armslag dan Crouwel, waardoor er een ongemakkelijke pijpenla voor het café is bijgekomen, met een niet al te royale omloop (foyer) erboven.

Dat de toenmalige directie van het Concertgebouw tot die aanpassing besloot, was overigens wel begrijpelijk: de hoofdentree was niet langer berekend op de stromen bezoekers, en de garderobes al evenmin. In die zin heeft de zijvleugel het oude gebouw lucht gegeven.

Badkuip
Wie herinnert zich nog de benauwde garderobe van het Stedelijk of de petieterige kassa aan de Paulus Potterstraat? Geen verheffende voorbeelden van een elegante binnenkomst.

Maar wat is ervoor in de plaats gekomen? Een veel ruimere hal, dat zeker, een badkuip voor zalen en kantoren daarboven en een non-descripte hal onder het voorplein. Dat ook nog eens ontsierd wordt door de laad- en lostoren.

Niet Crouwel maar een andere grootmeester, Rem Koolhaas, mag die nu na vier jaar opnieuw inrichten. Koolhaas, die zelf ook niet het meest gebruiksvriendelijke gebouw van de wereld heeft neergezet - de Kunsthal in Rotterdam - zal het lastig krijgen.

Het euvel is misschien nog niet eens de enorme expositiehal, maar de bereikbaarheid. De trappen daarnaartoe liggen allerminst overzichtelijk aan de achterkant van de entreehal. En wie de verbeeldingsvolle roltrap op de weg terug neemt, 'schiet' museum­zalen voorbij.

Doorlopende zoektocht
Men komt uit bij het Teijin-auditorium, een crematoriumachtige verzamelplek voor lezingen en debatten. Goed beschouwd is die kant van de nieuwe vleugel, die aansluit bij het oude gebouw, een rommeltje met dode hoeken en niet gebruikte of onbruikbare plekken.

De nieuwe vleugel heeft de hiërarchie in het Stedelijk onderuitgehaald. Wat is de belangrijkste zaal, waar is de vaste opstelling, waar de tijdelijke collectie? Het vernieuwde Stedelijk is een doorlopende zoektocht.

Dat het wringt in het museum, was afgelopen zomer goed te zien bij de presentatie van de Amsterdamse School, die met zijn stemmige, sombere interieurs veel beter had gepast in de ondergrondse expohal.

Doodzonde
Zalen met bovenlicht - in het oude gebouw - waren ineens in duisternis gehuld. De erezaal was zelfs in tweeën gehakt voor het voorportaal van de Amsterdamse School - eigenlijk een doodzonde.

Wie de ruimte heeft, moet die benutten. Dat de grote hal zich goed leent voor tijdelijke grote exposities, bewezen de presentaties van Mike Kelley en Marcel Wanders. De vraag is alleen hoeveel kunstenaars zich voor zo'n grootschalige expositie lenen.

De conclusie lijkt dat deze hal de afgelopen vier jaar niet tot zijn recht heeft kunnen komen. Misschien komt dat wel door het grote formaat, en - nogmaals - door de weinig uitnodigende tocht naar beneden.

Gefilterd licht
Het is een slecht idee om de vaste collectie met bijzondere stukken van Malevich, Bruce Nauman, Elsworth Kelly en Barnett Newman naar beneden te verhuizen. Zij gedijen bij mooi gefilterd licht in goed gedimensioneerde zalen. De expositiehal beneden was nou juist het geschikte vehikel voor installaties en videokunst, kunst die het daglicht niet kan of hoeft te verdragen.

Terug naar de architectuur: er zal opnieuw overzicht gebracht moeten worden zodat de bezoeker het zonder bewegwijzering kan stellen. Waarom niet de oude hoofdingang herstellen waarna de bezoeker naar de Museumpleinkant geleid wordt, waar hij zijn jas kwijt kan? Kassa's zijn door internetverkoop en de museumkaart steeds minder relevant geworden.

Maar het belangrijkst is een goed beleid van de directie om lijn te brengen in het kunstaanbod: waar bevindt zich de tijdelijke, waar de vaste collectie? De verbouwingsplannen ademen iets van een noodgreep, en dat kan het Stedelijk na jaren onzekerheid niet gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden