Plus

Het sprookje van Gisèle d'Ailly

Gisèle d'Ailly was kunstenares, de vrouw van burgemeester D'Ailly, en beschermvrouwe van het geheimzinnige Castrum Peregrini. Een jongensbordeel, zo blijkt uit een nieuw boek.

Castrum Peregrini met Wolfgang Frommel rechts in het midden Beeld Archief Castrum Peregrini Amsterdam

Dominant en egocentrisch typeren kunstenares Gisèle d'Ailly. De dame van aristocratische komaf stond graag in het middelpunt van de belangstelling, had een enorm sexappeal en tal van verhoudingen, maar ze laat zich nog het bes­te omschrijven als een kameleon. Haar aanpassingsvermogen was fenomenaal.

Biografe Annet Mooij ontmoette Gisèle op hoge leeftijd, vlak voor haar 100ste verjaardag, en zag die présence terug in de 'grande dame'. "Ze was zeer aanwezig."

De in Den Haag geboren D'Ailly (1912-2013), kind van een Amsterdamse geoloog en een Oostenrijkse barones, groeide op in Amerika, Oostenrijk en Parijs. Ze ging als glazenierster in de leer bij Joep Nicolas, bekend van zijn gebrandschilderde ramen, en leerde via hem de dichter Adriaan Roland Holst kennen.

In 1940 betrok Gisèle, die later ook ging schilderen, een etage aan de Herengracht 401, waar ze vervolgens 73 jaar lang woonde.

Samen met de Duitse dichter Wolfgang Frommel (1902-1986), die er vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog neerstreek, nam ze onderduikers, onder wie twee Joodse jongens, in huis. Castrum Peregrini - burcht van de pelgrim - werd de schuilnaam van de onderduikgemeenschap.

Later kregen zij beiden hiervoor de Yad Vashem-onderscheiding.

Frommel stichtte er, in navolging van de Duitse dichter Stefan George (1868-1933), een mannenleefgemeenschap, bestaande uit gevoelige, kwetsbare jongens. Als 'jongenspedagoog' voedde hij 'zijn zonen' op met het lezen, voordragen, vertalen en schrijven van gedichten en stond daarbij een 'relatie' voor ogen waarin ook erotiek plaatshad.

Geheimhouding hierover was verplicht, contact met vrouwen uit den boze en een burgerlijk leven niet gewenst. Tijdens feestavonden droegen de jongens bloemenkransen over hun lange haarlokken.

De geruchten over het illustere gezelschap, waaruit een tijdschrift en uitgeverij ontstonden, bleven lang in nevelen gehuld, totdat enkele jaren geleden oud-volgelingen een boekje opendeden en bekendmaakten dat zij werden ingewijd met seks. Oudere heren, aldus een van hen, waanden zich in een jongensbordeel.

Gisèle d'Ailly-van Waterschoot van der Gracht bleef vanaf 1940 altijd aan de Herengracht 401 wonen Beeld Sanne Zurne

Annet Mooij (57) was toen al lang en breed begonnen aan haar biografie over Gisèle d'Ailly, geboren Van Waterschoot van der Gracht. Het meisje met 'de natste naam van Nederland', zei dichter en vriend Adriaan Roland Holst ooit.

Wat fascineerde u aan Gisèle?
"Ze was de enige vrouw in de mannengemeenschap rondom Frommel. Ze adoreerde hem als charismatische goeroe, maar werd tegelijkertijd pijnlijk buitengesloten. Wat deed ze daar in die vrouwvijandige omgeving? Haar schilderkunst vond ik kunstmatig, gepolijst en gelikt. Maar ik merkte al snel dat er over haar een verhaal te vertellen was."

In Castrum Peregrini mocht ze niet deelnemen aan de rituelen, leesavonden en feesten, maar ze mocht wel alle kosten betalen. Wat zocht ze daar?
"Ze was als kind vele malen verhuisd en had op strenge kostscholen gezeten. Er was geen anker­punt in haar leven. Ze zocht een leidsman, een familie.

"De getuigenissen van (oud-)volgelingen in onder meer Vrij Nederland winden er geen doekjes om. Men sprak van een 'sekte' waar 'seksueel misbruik' plaatsvond. De term 'jongensbordeel' viel. Waren die onthullingen een verrassing voor u?
"Het was niet nieuw voor mij. Er hing een rare sfeer, een geheimzinnig gedoe rondom Castrum Peregrini. Er waren geruchten en beschuldigingen aan het adres van Frommel. Dat wist ik binnen de kortste keren. Ik had al contact met neerlandicus Frank Ligtvoet, oud-volgeling, die als student bij het gezelschap kwam en de term misbruik liet vallen."

"Mijn boek heeft wel een zwaardere lading gekregen. In mijn biografie wilde ik niet langer meewerken aan die geheimzinnigheid en de cultus van hoogdraverij, iets wat Gisèle wel deed. Ik wilde er korte metten mee maken.

"Frommel omschrijft u als een meester en ­mentor, dichter en vriend, een oplichter en ­uitvreter, een tovenaar in wiens ban Gisèle meer dan veertig jaar gevangen zat. Was het daadwerkelijk een sekte?
"Ik zou het eerder omschrijven als 'sektarisch'. Maar bij Castrum zijn ook mooie dingen gebeurd. Er vond kennis- en cultuuroverdracht plaats waaraan mensen later in hun leven veel hadden. De volgelingen kregen er een opleiding en leefden in een wereld van dichtkunst en vriendschap. Sommige mensen hebben er fijne herinneringen aan. Je kunt het zo stellen: er zijn levens gered en levens kapotgemaakt."

Waarom sloot ze haar ogen voor het misbruik?
"Ze keek weg, wilde het niet zien. Ze was zo opgevoed om altijd de schijn op te houden. Ze negeerde vervelende dingen en daarbij speelde eigenbelang een grote rol. Castrum had haar veel opgeleverd: ze kreeg een identiteit, had jong en aantrekkelijk gezelschap om zich heen en ze kende erdoor een onburgerlijk en kunstzinnig leven. Ze was heel trouw en bleef er tot het einde van haar leven in geloven. Zij gaf Castrum Peregrini aanzien, door haar connecties en haar status. Maar er zat ook een wederkerigheid in. Castrum maakte haar ook interessant."

In hoeverre wist oud-burgemeester Arnold d'Ailly, met wie ze in 1959 trouwde, hiervan?
"Hij was wild van Gisèle en begreep al snel dat Castrum in de deal zat. Al was er een grote rivaliteit tussen hem en Frommel, de strijd ging hij niet aan."

U kreeg van Castrum Peregrini, tegenwoordig een culturele stichting, de vraag een biografie over Gisèle te schrijven. Hoe gaat de huidige leiding met alle onthullingen om?
"Ik heb ze stukken van mijn biografie vooraf laten lezen. Ze zijn meegegroeid met het boek. Ze hadden de geschiedenis van Frommel terzijde geschoven en wilden de focus van het boek op Gisèle. Maar als je een doek over de geschiedenis legt, is die nog niet weg."

Annet Mooij - De schrijfster werkt als biograaf en zelfstandig ­onderzoeker Beeld Sanne Zurne

"Ze realiseren zich daarentegen dat ze de mythe niet hoog kunnen blijven houden. Een onderzoekscommissie van onder meer het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam gaat overigens nog beginnen met een onderzoek."

Hoe zou u Gisèle na uw onderzoek omschrijven?
"Zoals Frommel een mythe over zijn gemeenschap schiep, maakte zij een sprookje van haar leven. Ze maakte haar werkelijkheid. Dat is goed te zien in haar vele agenda's, waar-in ze schreef over de ruzies in huis.

In de uit­getypte versie moest haar archivaris dingen weg­laten." Wat wilt u aantonen in uw biografie?
"Ik wil de mythe rond Frommel doorprikken. Ik wil niet alleen ontmaskeren, maar ook laten zien hoe Gisèle uit de modderige werkelijkheid een mooi sprookje wist te maken over haar ­leven en de rol van vriendschap daarin."


Annet Mooij, De eeuw van Gisèle, uitgeverij De Bezige Bij, 480 pagina's, €34,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden