Plus

Het Pärtgevoel wordt meteen duidelijk als je luistert naar de muziek

In 2015 werkte Arvo Pärt samen met het Cello Octet Amsterdam. Paul Hegeman maakte er een documentaire over waarin de componist als vriendelijke tachtigplusser naar voren komt.

Arvo Pärt Beeld Gitima Van Der Putten

Films waarin muziek van de Estlandse succescomponist Arvo Pärt als sfeerverhogend ingrediënt wordt ingezet zijn er inmiddels volop.

Dat kun je duiden als een gebrek aan fantasie of muzikale eruditie bij regisseurs, de goede niet te na gesproken, maar het zegt ook iets over die muziek.

Over de vraag wat dat dan precies is, maakte Paul Hegeman de documentaire Het Pärt Gevoel.

Hij krijgt meteen strafpunten voor het lelijke amerikanisme in de titel, want het had natuurlijk Het Pärtgevoel moeten zijn.

Dat Pärtgevoel laat zich lastig in woorden vangen, terwijl het, als je naar de muziek luistert, meteen duidelijk, of in elk geval navoelbaar is. Gelukkig is Hegeman gul ­geweest met die muziek in zijn film.

Het hart van de documentaire is het bezoek dat Pärt in 2015 bracht aan Amsterdam om in de Amstelkerk te repeteren met het Cello Octet Amsterdam, dat hij in 2008 bij de Cello Biënnale had horen spelen en dat zijn hart had gestolen.

Uit de samenwerking kwam twee jaar terug een cd voort. En nu is er de film.

Evidente ontroering
Rond Pärt hangt een sfeer van mysticisme en onaanraakbaarheid, omdat hij nu eenmaal nauwelijks interviews geeft, maar daar is in de Amstelkerk weinig van te merken.

Daar laat hij zich zien als een vriendelijke, kwetsbare tachtigplusser, die zichtbaar begaan is met zijn werk en soms serieuze, soms humoristische aanwijzingen aan de musici geeft.

Als alles klinkt zoals hij het wenst, registreert de camera mooi zijn evidente ontroering.

Het Pärt Gevoel

Regie Paul Hegeman
Te zien in De Balie, Eye, Filmhallen, Het Ketelhuis, De Uitkijk

Het mooist is dan ook het beeldfragment waarin het Cello Octet Solfeggio speelt, geconcentreerd gadegeslagen door de componist, die met gevouwen handen zit te luisteren, een wijsvinger opsteekt als er een passage komt die hij belangrijk vindt, bijna verschrikt kijkt en de wenkbrauwen fronst als de muziek dissonanter wordt.

Als het stuk is afgelopen glinsteren zijn ogen. "Zullen we het concert in déze zaal doen? Het klinkt mooi. Maar dat doen jullie. Danke."

Lieve lach
Bijna net zo fraai is het moment waarop hij de musici op het hart drukt 'meer naar elkaar te luisteren en minder naar jezelf'. "Wees nieuwsgierig naar wat de anderen doen. Probieren Sie."

En dan lacht hij. Hij heeft een lieve, ontwapenende lach.

Deze prachtige fragmenten worden afgewisseld met pratende hoofden van dirigenten Daniel Reuss, Tonu Kaljuste, Raoul Boesten, violiste Candida Thompson, choreograaf Ji Kylián en technoproducer Kara-Lis Coverdale (om aan te geven dat Pärts invloed verder strekt dan alleen de klassieke muziek) en anderen.

Hun verhalen ­komen op hetzelfde neer: de muziek onthaast, troost, confronteert de luisteraar met zichzelf en ze klinkt simpel, maar voor de musici is ze dat allerminst.

Voor de omschrijving van het Pärtgevoel vindt intussen niemand het juiste woord.

En gelukkig ook maar, anders was er niks meer aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden