PlusAchtergrond

Het Nederlandse label Jouez les Enfants: ‘Mannen kleden zich conservatief’

Het Nederlandse label Jouez les Enfants van Mies Splinter en Spike Spijker ziet mannen graag speelser gekleed gaan. ‘Globaal zie ik een leuke ontwikkeling, maar dat geldt niet per se voor Nederland.’

Mies Splinter en Spike Spijker met in het midden hun zoon Piet. Ze staan zelf model voor hun nieuwe kledinglijn voor mannen. Beeld Andy Tan

Spike Spijker en Mies Splinter – ja, dat zijn hun echte namen – zijn geen onbekenden in de modewereld. Al meer dan twintig jaar verzorgen ze de scenografie van stands op beurzen in binnen- en buitenland. ­Bekende klanten zijn stoffenbeurs Première Vision in Parijs en de Modefabriek in de RAI, waar Spijker ook een eigen platform heeft: Dress like a man, waarvoor hij voornamelijk kleine, progressieve labels uitnodigt.

Toen een uitgenodigd label op het laatste moment afbelde voor de Modefabriek, zag hij kans hun ‘jarenlange innerlijke drang’ waar te maken: een eigen mannenlabel. Kasten werden doorzocht, oude samples en prototypes die ze ooit spontaan hadden gemaakt werden in de haast bijeengeraapt, sweaters opgekocht en ‘verbouwd’, en Spijker tekende met een stift lijnen en ruiten op overhemden.

Een half uur na opening van de beurs had het duo al twee geïnteresseerde winkels. Splinter (49): “Wanneer we konden leveren, vroegen ze. We hadden nog niet eens prijzen. Het enthousiasme overviel ons. Wat we vooral níet wilden was pressie, geen twintig orders die in het buitenland geproduceerd moesten worden en alle stress die daarmee gepaard gaat.”

In de loop der jaren hadden ze voor de lol al eens een minicollectie kindershirts en broekenlabel We Have Pants gemaakt, bestaande uit slechts één model in één stof. Spijker (51): “Daardoor ontdekten we de kracht van kleine collecties en lokaal produceren, we kregen er zoveel energie van. Niet alleen maar aantallen schrijven, maar terug naar het romantische van kleding maken, met Mies die zelf weer fysiek achter de naaimachine kroop.”

Ruim twee jaar later bestaat Jouez les Enfants nog steeds. Het gaat goed, ‘al kan het natuurlijk altijd beter’. Beurzen vinden op dit moment alleen online plaats, des te meer tijd heeft het duo om te investeren in het label. Alle items worden nog steeds ‘om de hoek’ in Amsterdam geproduceerd. Spijker en Splinter, highschool lovers vanaf de havo in Alkmaar, staan zelf model voor de campagne, samen met hun zestienjarige zoon Piet.

Modern classics for the less ordinary, kwalificeren ze hun stijl. Spijker: “Noem het alsjeblieft geen mannenmode met een twist, dat vind ik zo’n typische Paul Smith-term. Het is eerder een andere benadering van een klassieke mannengarderobe. Smith is natuurlijk een held, hij heeft de mannenmode veranderd met zijn voeringen in ‘gekke’ prints en non-masculine ­approach, maar het woord twist is zo’n dingetje geworden.” En o ja, het woord uniseks valt in dezelfde populaire categorie. Ze houden het liever op mannenkleding die vaak ook door vrouwen wordt gekocht.

“Onze vormen zijn over het algemeen ruimer dan mannen gewend zijn,” zegt Splinter. “De vorm van jasjes is flink oversized, kruizen hangen wat lager, niet iedereen is daar klaar voor.”

Kimono en kamerjas

Ze toont een pak waarvoor een klassiek double breasted colbert de basis vormde, maar het resultaat is een mix tussen een kimono en kamerjas. De collectie is eveneens een mix, van verbouwde vintage items én nieuwe stuks, voornamelijk gemaakt van ongedragen kledingoverschotten of leftover-materialen, waarbij de touch van de stoffen belangrijk is. Zomer en winter lopen door elkaar heen. Van klassieke bandplooibroeken laten ze door een lokale kleermaker gemiddeld twintig stuks maken, soms ook minder, als ze verliefd worden op een stof waarvan nog slechts één rol is. Een voorbeeld is de kreukvrije superwol die ze online vonden bij een bedrijf in Engeland en die was gebruikt voor het leger in Koeweit. In samenwerking met het Amsterdamse label VanderWilt is er nu ook een leren versie van hun signaturebroek met laag kruis. Een try-out.

Hun stijl is een andere, ietwat Japanse benadering van een klassieke look, zonder grapjes. Een hit is hun soft suit – ‘soft is the new black’ – dat in twee maten komt. Splinter: “Mensen kopen hun kleren tegenwoordig vaak iets te groot, waarom zouden we vier of vijf maten hebben? Kies gewoon op basis van je lichaamslengte. Draag het op jouw manier.” Het pak is er in verschillende materialen, onder meer in gebrusht canvas, een los koord dient als ceintuur.

Het merk wordt op de eigen website en bij X Bank verkocht, waar vooral creatieve Amsterdammers en toeristen er als een blok voor vallen. Vooral voor de overhemden met handgetekend dessin (prijs: 210 euro), die ze vaak meteen in diverse varianten kopen. “Er zijn ook gesprekken gevoerd met een andere winkel, maar door corona was het niet het moment om retailers lastig te vallen.”

Made to order

Deze crisistijd heeft aangetoond dat het voor niemand gezond is om grote voorraden te hebben, zegt Splinter. “Daarom willen we deels overgaan op made to order, dus pas produceren na bestelling. Dat vraagt bovendien minder voorfinanciering, wat voor een klein merk heel fijn is. Als mensen beter met het milieu willen omgaan, moeten ze ook een beetje ` hebben. Een pak kan alsnog binnen vijf dagen worden opgestuurd. Omdat het best spannend is iets online te bestellen van een onbekend merk, is onze volgende stap om in oktober een paslokaal te openen in ons nieuwe huis, middenin een woonwijk in Duivendrecht. Het lijkt ons te gek om daar eens per week mensen te ontvangen.”

Hoe heeft de mannenmode zich in de afgelopen tien jaar ontwikkeld? “Globaal zie ik een leuke ontwikkeling, maar dat geldt niet per se voor Nederland,” zegt Spijker. “Mannen blijven hier heel terughoudend en conservatief. Menswear with a twist, daar zijn ze nog wel voor te porren, of voor de bekende Italiaanse look van skinnybroek tot hoog op de enkels, overhemd en slankgesneden jasje, Santoni schoenen eronder, waarvan de zogeheten monkstraps los worden gedragen.”

“Op de Pitti Uomo in Florence, de belangrijke Italiaanse mannenmodebeurs, is die look alweer vijf jaar passé. Sowieso is hij niet voor elk lijf geschikt, veel Nederlandse mannen hebben toch iets te veel bil of bovenbeen.” Met een knipoog: “Rekening houden met je postuur is geen overbodige luxe. Of wat nonchalance binnen het keurslijf. Veel speelser dan die losse monkstraps wordt het helaas nog niet.”

Spannende lengtes en mouwen

Wat draagt hij zelf, naast zijn eigen label, graag? “Drake’s. De collectie is zeer Brits, maar de combinaties schuren altijd een beetje, waardoor het spannend wordt. Ook te gek is T-Michael, van een Engelse vriend die in Noorwegen woont. Hij is van oorsprong kleermaker en mixt zijn klassieke smaak met Japanse invloeden. Spannende lengtes en mouwen, heel interessant. Vergeleken met zijn label is het onze meer casual.”

Is er nog hoop voor Nederlandse mannen? “Gelukkig wel. Tieners zijn veel met hun uiterlijk bezig, onze zoon loopt regelmatig rond met een cowboyhoed. De jongens van Daily Paper en Patta hebben daar natuurlijk een grote rol in gespeeld, al zie ik onder hun fans wel veel kopieergedrag. Er zijn weinig mensen met een lekkere eigen stijl. Het zou zo leuk zijn als mannen ietsjes verder durven gaan, een beetje met hun kleding durven te spelen. Vandaar ook onze merknaam, Jouez les Enfants. Kom op, doe er wat mee, go play met alles wat je in je kast hebt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden