PlusAnalyse

Het Mahler Festival begint een beetje een Droste-effect te worden

Het Mahler Festival Online gaat vrijdagavond van start, als alternatief voor het Mahler Festival 2020 dat vanwege de pandemie moest worden geannuleerd. Deze pas op de plaats biedt gelegenheid voor wat kritische overpeinzingen.

Beeld Maurice Hof

Er is wel beweerd dat de mensheid de coronacrisis te wijten heeft aan de meedogenloos zelfzuchtige manier waarop zij met de natuur is omgegaan. Langs dezelfde lijnen redenerend zou je dan kunnen poneren dat het Mahler Festival 2020 niet doorgaat, omdat we die muziek in de reguliere seizoenen al meer dan genoeg te horen krijgen. 

Zowel bij het Koninklijk Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en internationale orkesten die het Concertgebouw aandoen, prijken de symfonieën van Mahler met grote regelmaat op de programma’s. Je zou misschien al jaren heel zacht het woord overkill kunnen mompelen.

Was het niet reuze aardig geweest als dat Mahler Festival 2020 bijvoorbeeld Schönberg Festival 2020 had geheten? Het zou dan zijn opgezet omdat het in 2020 honderd jaar geleden is dat de grote Weense componist Arnold Schönberg op uitnodiging van Willem Mengelberg zes maanden lang in Zandvoort logeerde. 

In die periode stond hij twaalf keer voor het Concertgebouworkest, in het Concertgebouw, maar ook in de Rotterdamse Doelen, het Utrechtse Tivoli en het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen in Den Haag. Op het programma stond onder meer zijn eeuwig verbazingwekkende Fünf Orchesterstücke opus 16. En na de pauze dirigeerde Mengelberg dan Mahlers Vierde symfonie, of een stuk van Korngold. 

Op die manier zou je de muziek van Mahler hebben ingebed in een breder Weens perspectief, waarbij ook de muziek van Korngold, Berg, Webern, Zemlinsky en Alma Schindler een rol had kunnen spelen.

Zomaar een ideetje.

Ook het Mahler Festival 2020 was de viering van een jubileum. Honderd jaar geleden voerde het Concertgebouworkest onder Willem Mengelberg tussen 6 en 21 mei alle symfonieën uit. Hij deed dat om te onderstrepen dat hij 25 jaar chef-dirigent van het orkest was. 

Nazi-sympathieën

Rudolf Mengelberg (een neef van de wereldberoemde dirigent en bij het orkest betrokken als schrijver van de toelichtingen) noteerde jubelend: ‘Gelyk Bayreuth model en maatstaf werd voor alle opvoeringen van Wagner’s werken, zoo is Amsterdam geroepen geestelyk middelpunt voor Mahler’s kunst te worden.’

En of hij gelijk kreeg. Door toedoen van Willem Mengelberg, die het Nederlandse publiek ook na het Mahlerfeest van 1920 de muziek van Mahler onverdroten bleef inpeperen, ontstond in Amsterdam een uitvoeringstraditie die nog steeds wereldwijd wordt geroemd. Mengelberg ging het orkest tussen 1904 en 1940 voor in 473 concerten waarbij muziek van Mahler klonk. Ook zijn opvolgers hielden de vlam brandend, met als kampioen Bernard Haitink, die tot 296 Mahlerconcerten kwam.

In 1995 was het 75 jaar geleden dat het Mahlerfeest werd georganiseerd en honderd jaar geleden dat Willem Mengelberg als chef van het Concertgebouworkest werd aangesteld. Tijd voor een nieuw Mahlerfeest, dacht Martijn Sanders, de toenmalige directeur van het Concertgebouw, die overigens het eeuwfeest van Mengelberg met succes publicitair onder het tapijt veegde, omdat hij geen enkele behoefte voelde een dirigent met nazi-sympathieën in het zonnetje te zetten. 

Pas in 2016, na het verschijnen van Frits Zwarts Willem Mengelberg: een biografie 1920-1951, werd volledig duidelijk hoe verwerpelijk verkeerd het morele kompas van de grote musicus stond afgesteld en dat Sanders’ weerzin alleszins invoelbaar was.

Brandend intens

In 1995 nodigde Sanders vanzelfsprekend het Concertgebouworkest uit, maar ook de Berliner Philharmoniker, de Wiener Philharmoniker en het Gustav Mahler Jugend Orchester om van 1 tot en met 17 mei in de Grote Zaal alle tien de symfonieën (van de onvoltooide Tiende alleen het eerste deel) plus Das Lied von der Erde te spelen. 

Die parade van internationale toporkesten op achtereenvolgende avonden was een ongekende sensatie, al waren er mensen die zich afvroegen waarom Sanders de New York Philharmonic, waarvan nota bene zowel Mengelberg als Mahler zelf chef waren geweest, niet van de partij was, en ook wat dirigent Riccardo Muti op dit Mahlerfeest had te zoeken, die immers geen grote naam had in dit repertoire. 

Daar stonden brandend intense uitvoeringen van de Vijfde en de Negende symfonie door de Berliner onder Claudio Abbado tegenover, terwijl ook bariton Thomas Hampson zich de analen in zong door verspreid over twee recitals 45 liederen van Mahler ten gehore te brengen. Ook van historisch belang was dat Riccardo Chailly zich in het openingsconcert voor het eerst écht openbaarde als een waarachtige Mahlerdirigent.

Droste-effect

Een kwart eeuw later deed de nieuwe directeur van het Concertgebouw, Simon Reinink, niet krampachtig over de rol van Mengelberg toen hij vorig jaar het Mahler Festival 2020 aankondigde. Het was een dubbeljubileum: 100 jaar Mahlerfeest 1920 en 25 jaar Mahlerfeest 1995 – het begon een beetje een Droste-effect te worden. 

Reinink maakte ook iets goed met het voormalige Nieuw Amsterdam door de New York Philharmonic een prominente plek in het programma te geven. Ze mochten onder leiding van hun Amsterdamse chef Jaap van Zweden de eerste twee concerten op het festival verzorgen - Symfonie nr. 1 en 2. 

Verder waren ook de optredens van de Berliner Philharmoniker onder hun nieuwe chef Kirill Petrenko iets om zeer naar uit te kijken. Minder interessant leken de symfonieën Vijf en Zeven door de Wiener Philharmoniker onder Daniel Barenboim en pikant genoeg de concerten van het Concertgebouworkest met Myung-whun Chung (symfonieën Drie en Negen), maar misschien zouden ze beiden hebben verrast, zoals ook Muti de toehoorders in 1995 verraste.

Zouden. Want dat hele Mahler Festival 2020 is uitgesteld en zal naar verwachting pas in 2021 in een uitgeklede variant alsnog plaatsvinden.

Surrogaat

In de tussentijd kijken we vrijdagavond naar het Mahler Festival Online dat het Concertgebouw en het Concertgebouworkest met verbluffende voortvarendheid hebben opgezet als doekje voor het bloeden. 

Hier geen ergernis of verbazing over orkesten of dirigenten, want alleen het Concertgebouworkest zelf komt in beeld en de dirigenten heten Haitink, Jansons, Gatti, Boulez, Fischer, Maazel en Luisi. 

Vaststaat dat het mooi wordt en dat de documentaireserie Mahler’s Universe die aan elke symfonie voorafgaat interessant zal zijn. Vaststaat ook dat online naar Mahler luisteren surrogaat blijft en niet eens in de buurt komt van wat een echte live-uitvoering teweeg kan brengen. Dat zullen we ervaren als de wereld weer normaal wordt en er muziek in het Concertgebouw klinkt – uiteraard van Mahler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden