Plus Filmrecensie

Het magische plezier van J’ai perdu mon corps

Beeld -

De animatiefilm J’ai perdu mon corps verweeft twee verhaallijnen, en daarmee ook (minstens) twee genres. Het ene verhaal draait om de jonge pizzabezorger Naoufel, die valt voor de hippe bibliothecaresse Gabrielle en stuntelige pogingen doet haar voor zich te winnen. Dit verhaal toont regisseur Jérémy Clapin in scènes waarin realisme voorop staat.

Het andere verhaal wordt weliswaar in dezelfde realistische tekenstijl gebracht, maar heeft een ronduit sprookjesachtig uitgangspunt. Het draait namelijk om een hand die, zoals de titel van de film al aangeeft, gescheiden is geraakt van haar lichaam (Clapin spreekt in interviews consequent over de hand in de vrouwelijke vorm). Na te zijn ontwaakt in een ziekenhuis, begint de hand een hachelijke tocht door Parijs, op zoek naar het lijf dat ze mist.

Dat dit het lijf van Naoufel betreft, ligt voor de hand, door de structuur van de film, die de twee verhalen vermengt en de twee personages al snel flashbacks laat delen. Als Naoufel dus aan het werk gaat bij de houtzagerij van de oom van Gabrielle, zie je de bui al hangen. Zo werken de twee verhaallijnen onafwendbaar toe naar een tegenovergesteld lot: Naoufel naar het verlies van zijn hand, en de hand naar een gehoopte hereniging.

De menselijke dans met het lot, en hoe we die dans wellicht kunnen ontspringen, staat centraal in Clapins fantasierijke vertelling, die is gebaseerd op de roman Happy Hand van Guillaume Laurant. De schrijver, vooral bekend als scenarist van Jean-Pierre Jeunets moderne klassieker Le fabuleux destin d’Amélie Poulain (2001), schreef ook mee aan het script voor deze verfilming. Hierbij werd flink gesleuteld aan vooral het verhaal van Naoufel, met wisselend resultaat.

Effectief zijn de flashbacks die stukje bij beetje invullen hoe Naoufel, die als kleine jongen in Marokko droomde van een leven als concertpianist of astronaut, uiteindelijk genoegen nam met een leven als Parijse pizzakoerier. Minder geslaagd is zijn romance met Gabrielle. Zowel Naoufel als de makers lijken niet door te hebben dat zijn romantisch bedoelde gestuntel soms neigt naar stalken.

Gelukkig zijn er de scènes met de hand, een energieke genremix die horror, thriller, slapstick en natuurdocumentaire vermengt. Van het zetten van de eerste stapjes, wankel als een jong hertje, via het afweren van een kolonie rioolratten, tot het paragliden aan een paraplu. Het zijn vooral die scènes die het magische plezier van J’ai perdu mon corps bepalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden