PlusBoekrecensie

Het ­leven van Christiaan Huygens: heerlijke biografie van de Leonardo van de Lage Landen

Christiaan Huygens onderhield intensief en dus tijdrovend contact met geleerden uit heel Europa.Beeld Stefano Bianchetti/Getty Images

In de concertzaal van het Muziek­gebouw staat een orgel. Het is een replica van een door Christiaan ­Huygens in 1669 gebouwd instrument met twaalf toetsen per octaaf die met pennen zijn vastgemaakt aan een toetsenbord eronder, dat uit 31 draaipennen bestaat.

De Britse biograaf Hugh ­Aldersey-Williams weet in zijn biografie van Christiaan Huygens (1629-1695) ook voor de niet-muzikale lezer uit te leggen waarom dit ­klavecimbel zo bijzonder is. Zoals hij alle uitvindingen en theorieën van Huygens helder over het voetlicht brengt. Daarom is dit een boek voor leken die ook wel eens willen weten hoe glas geproduceerd wordt, de omtrek van de aarde gemeten werd en hoe een telescoop werkt.

Huygens kun je met recht de Leonardo da Vinci van de Lage Landen noemen. Hij was een pionier van de kansrekening, was actief als natuur- en sterrenkundige, als uitvinder en schrijver van sciencefiction. Behalve in theoretiseren was hij ook bedreven in het slijpen van lenzen, en bedacht hij een klavecimbel aan­gedreven door de warmte van de zon alsook een toverlantaarn die afbeeldingen op een muur kon projecteren. En hij bouwde een telescoop om te zien of er buitenaards leven bestond.

Blik van buiten

Huygens groeide op in een gezin waar zijn vader Constantijn̶, secretaris van twee prinsen van Oranje, dichter, componist en architect net zo vaak René Descartes over de vloer had als Rembrandt. Daarom is het goed dat in deze biografie veel aandacht is voor de hele familie Huygens, voor de prachtige huizen waarin ze woonden en hoe kunstzinnig hun opvoeding was.

Het beroemde Hofwijck in Voorburg is nu een Christiaan Huygensmuseum. Christiaan was de op een na oudste uit een gezin van vijf kinderen. Allemaal kregen ze privéles in muziek, Grieks, Frans, Italiaans, dansen en paardrijden. Christiaan speelde behalve klavecimbel ook luit en viool. Op zijn negende converseerde hij al in het Latijn.

Er zijn natuurlijk eerder biografieën van ­Huygens geschreven, maar deze is alleen al bijzonder omdat Aldersey-Williams de blik van buiten vertegenwoordigt. En dat levert mooie observaties op. Zo besteedt hij veel aandacht aan het Nederlandse licht. Het waren niet alleen de beroemde schilders die daardoor geïnspireerd werden – de landschappen van Ruysdael, de portretten van Rembrandt en de interieurs van Vermeer. Ook de natuurwetenschappers wilden het licht begrijpen. Spinoza, Huygens en vele anderen bestudeerden het Nederlandse licht met wiskundige blik en waren actief als lenzenslijpers.

Lenzen kon je voor telescopen gebruiken maar ook voor brillen. Ze waren al eerder uit­gevonden, maar in de tijd van Huygens ontstond er een levendige handel in. Ze werden aan de deur verkocht en op markten. Het viel niet mee een bril met de juiste sterkte te vinden. Een populair grapje ging over de man die allerlei brillen uitprobeert, waarvan er geen enkele voldoet; het blijkt dat hij gewoon niet kan lezen.

Parijs

Huygens is de uitvinder van het slingeruurwerk en wilde ook weten of Antoni van Leeuwenhoek zijn microscoop wel goed gebruikte. Alders-Williams: ‘De geschiedenis heeft niet overgeleverd wat mevrouw Leeuwenhoek ervan vond toen haar man op een dag in 1677 uit het huwelijksbed sprong en ‘voor de pols zes slagen kon maken’ zijn eigen zaad onder de microscoop plaatste om het te onderzoeken.’

Dit is zo’n heerlijk boek omdat bijna elke naam die je uit de zeventiende eeuw kent, in het leven van Huygens een rol speelt. Of het nu gaat om de Engelse filosoof Thomas Hobbes, de Nederlandse dichter Jacob Cats of de Franse koning Lodewijk XIV, allemaal waren ze onder de indruk van de Nederlandse geleerde.

Lodewijk XIV stelde hem zelfs aan als onderzoeksdirecteur van de nieuw gestichte Académie des Sciences in Parijs. Met name het aan boord van een schip kunnen berekenen van de lengtegraad met behulp van een klok interesseerde Lodewijks belangrijkste minister Jean-Baptiste Colbert. Huygens bracht zestien jaar van zijn leven in Parijs door, gehuisvest in een chic appartement in de koninklijke bibliotheek.

Verfrissend is dat Aldersey-Williams zonder enige terughoudendheid Huygens uitroept tot ‘de grootste wetenschapper van Europa in de periode tussen Galilei en Newton’. Met die laatste correspondeerde Huygens over het scheiden van kleuren in licht, over integraalrekenen en zwaartekracht, maar tegelijkertijd vond hij Newton maar een eigenwijze kwast. Dat Newton uiteindelijk beroemder is geworden, zo betoogt de biograaf, komt doordat Huygens nog veelzijdiger was dan zijn Britse collega, dus zijn energie aan heel veel soorten onderzoek besteedde. Ook was Huygens veel socialer. Hij onderhield intensief en dus tijdrovend contact met geleerden uit heel Europa.

In zijn nawoord prijst de biograaf Huygens als de grondlegger van de Europese wetenschap, en hier breekt de actualiteit door, ‘en het is al te makkelijk om wat door mensen als Huygens voor het algemeen welzijn is opgebouwd teloor te laten gaan door ruzie en kleinzieligheid.’

Non-fictie

Hugh ­Aldersey-Williams
Een eeuw van licht, het ­leven van Christiaan Huygens
Vertaald door Ineke van den Elskamp en Gertjan Wallinga, Thomas Rap, €29,99, 486 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden