PlusPS

'Het Leven is Vurrukkulluk is een ander verhaal geworden'

Na vijftig jaar is het Frans Weisz en Matthijs van Heijningen gelukt Remco Camperts debuutroman Het Leven is Vurrukkulluk te verfilmen.

Frans WeiszBeeld anp

Het heeft iets bevreemdends om in Café Américain met twee oudere heren te praten over de verfilming van een ­roman die knettert van jeugdige energie en (seksuele) verlangens, ­geschreven door een dertigjarige schrijver.

Geen gebrek aan energie bij regisseur Frans Weisz (79) en producent Matthijs van Heijningen (73), maar Remco Camperts debuutroman Het Leven is Vurrukkulluk gaat over twee twintigers, die slenterend door het Vondelpark ouwehoeren over vage toekomstplannen en meisjes.

Als ze de vlinderachtige Panda ontmoeten, worden ze acuut verliefd op haar en trekken ze een dag samen op. In Het leven is vurrukkulluk is het leven een avontuur met drank, seks en muziek.

Je zou denken dat het jeugdportret nostalgische gevoelens en weemoed oproept bij Weisz en Van Heijningen, maar vooral Weisz kijkt of hij water ziet branden. "Het maken van de film voelde alsof ik een dagboek van mezelf uit de jaren zestig terugvond. Ik kan er melancholisch over doen, maar ik ­ervoer het meer als een viering van het leven."

Het heeft lang geduurd voordat die viering van het leven plaatsvond, want alle eerdere pogingen om de roman te verfilmen liepen op niets uit. Weisz en Campert schreven in 1962 al een scriptversie van het boek.

Struikelblok
"Dat was in de tijd van de nouvelle vague, toen we revolutionair wilden zijn. We hadden bijvoorbeeld bedacht dat de acteurs verbaasd zouden opkijken als er filmmuziek was te horen. Zij zouden dan even stoppen met hun spel en vragen waar de muziek vandaan kwam. We wilden het proces van een boekverfilming laten zien." Van Heijningen, lachend: "Het is maar goed dat die film niet ­gemaakt is."

In de halve eeuw die volgde, ondernam Weisz geregeld een nieuwe poging. "Er zijn drie scenaristen met het boek bezig geweest; niemand kwam eruit."

In zijn hoofd zag Weisz fantastische duo's in de rollen van de twee vrienden. "Koot en Bie, maar ook Freek de Jonge en Bram Vermeulen waren in hun jonge jaren kandidaten. Ook Alex van Warmerdam en Jim van der Woude zijn in beeld ­geweest."

Achteraf weet Weisz wat het struikelblok was bij het schrijven van een scenario. "Je denkt dat het verhaal over die twee jongens gaat, maar het gaat eigenlijk over het meisje. Zij is de spil om wie alles draait. Het is net als met Truffauts Jules et Jim: niemand weet nog wie die jongens in de film zijn, maar iedereen weet dat Jeanne Moreau het meisje is."

Van een verfilming leek het nooit meer te komen, maar er gloorde weer hoop aan de horizon toen Van Heijningen in 2011 de rechten op het boek kocht. Waarom hij dat deed?

"Het Leven is Vurrukkulluk is typisch zo'n boek dat eigenlijk niet te verfilmen valt, omdat het meandert en om de sfeer gaat. Maar ik heb het altijd leuk gevonden om ogenschijnlijk onverfilmbare boeken te verfilmen."

Het mes in het boek
Een minstens zo belangrijke, niet door Van Heijningen genoemde reden is dat het boek in 2011 in de campagne Nederland Leest in een oplage van vele honderdduizenden exemplaren gratis werd verspreid.

Van Heijningen: "Zoiets helpt, maar is geen garantie voor succes. Je moet het publiek dat het boek heeft gelezen niet teleurstellen."

Dat het Theo Nijland, beter bekend als componist en liedjesschrijver dan als scenarist, wel lukte een verfilmbaar scenario te schrijven, komt volgens Weisz doordat hij het mes in het boek durfde te zetten. "De ziel van de roman is absoluut intact gebleven, maar het is een ander verhaal geworden."

Dat het Van Heijningen daarna nog vijf jaar kostte om de film van de grond te tillen, wijt hij aan het financieringssysteem.

"Omroepen, het Filmfonds, distributeurs, iedereen bemoeit zich tegenwoordig met films. Het moeten ­allemaal romantische komedies zijn of op tv-series gebaseerde films. Er zit geen enkele fantasie meer in wat er wordt gemaakt. Het vak implodeert. Iedere acteur en ­cabaretier denkt dat hij een film kan maken. Ik denk aan mensen als Theo Maassen, Thomas Acda en Frank Lammers."

Hij doet een bekentenis: "Ik stop met films produceren, want ik ben het gezeur zat. Dit is mijn laatste film."

Voor Weisz is dat geen optie. "Ik kan er al niet tegen als ik een weekend niets doe. Ik ga een documentaire maken over het Moskouse Jiddische Theater."

Van Heijningen: "Ik kom alleen mijn bed nog uit als ik de Gijsbrecht van Amstel (Van Heijningens droomproject, red.) mag produceren."

Bijrol voor Remco Campert
De vraag naar de samenwerking van de mannen bij Het Leven is Vurrukkulluk leidt tot vrolijke plagerigheid.

Van Heijningen: "Toen ik de rechten had gekocht, zei Remco dat hij het leuk vond als Frans het zou regisseren. Ik zei: nou ja, moet dat?"

Weisz: "Ik was tot nu toe vriendelijk, maar ..."

Van Heijningen: "Om Remco een plezier te doen, hebben we toen Frans gevraagd."

Weisz: "In de hoop dat ik nee zou zeggen. Ik kan nu wel bekennen dat ik een lichte vorm van angst voor Matthijs had. Ik ben erg van het samenwerken, maar daar heb jij ..."

Van Heijningen: "Niet zoveel mee. Weet je wat heel ­gevaarlijk is? Als een regisseur zijn zoon in de hoofdrol zet (Boelie wordt gespeeld door Geza Weisz, red.), want dan kun je hem bijna niet meer afvallen."

Weisz: "Ik wist dat dit mij kwetsbaar zou maken, maar hij was het gewoon voor mij. Mijn angst was dat iemand zou zeggen dat er ook andere goede acteurs waren, maar dat is niet gebeurd."

Een opmerkelijke verschijning in de film is Campert zelf. Weisz: "Remco hoort er gewoon in. In het begin van de film steekt hij een sigaret op en aan het einde maakt hij hem uit. Het maakt de cirkel rond."

Lees de recensie: Vooral het begin van Het Leven is Vurrukkulluk is vurrukkulluk

Romy Louise Lauwers als de vlinderachtige Panda, op wie zowel Mees (Reinout Scholten van Aschat) als Boelie (Géza Weisz, met bril) verliefd wordtBeeld Pief Weyman

'Zo leefde ik gewoon'

Ook schrijvers moeten eten en dat viel niet mee voor Remco Campert in de eerste vijftien jaar na de oorlog. Sinds 1951 ­publiceerde hij gedichten- en verhalenbundels, maar daarvan viel nauwelijks te leven. Met het schrijven van een roman hoopte Campert uit de geldzorgen te komen.

Tot zijn eigen verrassing lukte dat in 1961 meer dan goed met Het Leven is Vurrukkulluk. Van het romandebuut werden honderdduizend exemplaren verkocht. Dat de beschrijving van seks en drugs (marihuana) in het boek her en der tot ­gefronste wenkbrauwen leidde, had hij niet voorzien, zei Campert later.

"Ik wilde een leuk boek schrijven, dat was alles. Als je schrijft om een taboe te doorbreken, schrijf je om de verkeerde reden. Dat blijk je dan pas achteraf te doen. Voor mij was het leven dat ik beschreef in Het Leven is Vurrukkulluk in ­zekere zin doodgewoon. Ik leefde toen gewoon zo."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden