Vlnr: Jeannette Smit (Theater Bellevue), Vivienne Ypma (De Kleine Komedie) en Madeleine van der Zwaan (Carré).

PlusInterview

Het kan niet, maar Carré gaat toch open: ‘We zullen van elastiek moeten zijn’

Vlnr: Jeannette Smit (Theater Bellevue), Vivienne Ypma (De Kleine Komedie) en Madeleine van der Zwaan (Carré).Beeld Lin Woldendorp

Na 3,5 maand stilte gaat Carré donderdag weer open met een gezamenlijk programma met Bellevue en De Kleine Komedie. De drie directeuren zijn blij, maar benadrukken dat de ellende nog niet voorbij is. ‘Dit is niet vol te houden.’

Bijna kinderlijk opgewonden inspecteren ze de nieuwe piste van Carré. Geen rijen roodpluchen stoeltjes meer, maar met velours beklede tweezitsbankjes en varens op tafeltjes ertussen. “De romantische sfeer van een oud casino,” jubelt Jeannette Smit, directeur van theater Bellevue. Ze is met Kleine Komedie-topvrouw Vivienne Ypma te gast bij collega Madeleine van der Zwaan van Carré.

Amsterdams grootste theater gaat donderdag weer open voor publiek. Honderd bezoekers mogen er naar binnen voor de voorstellingen van de serie S A M E N, die de drie theaters ­gezamenlijk aanbieden. Het eerste optreden is van theatermaker Steef de Jong. Later in de week volgen onder anderen Freek de Jonge, Erik van Muiswinkel, S10 en Paul de Munnik.

De drie directeuren hebben de afgelopen tijd ‘soms drie keer in de week’ met elkaar vergaderd per videoverbinding. Het waren maanden waarin hun zalen leeg bleven, de lichten uit. En dat, zo vertellen ze, raakt hen alle drie. “Ik ben er kapot van geweest, echt waar,” zegt Ypma. “Ik was somber en huilerig. Zo afschuwelijk om te zien wat allemaal niet doorging. En zo naar om de mensen die voor ons werken geen perspectief te kunnen bieden. Die verantwoordelijk voel ik nu veel zwaarder dan normaal.”

Smit: “Dat herken ik. Maar ik kreeg er ook energie van. We moésten een list verzinnen. Het opzetten van deze samenwerking gaf iedereen weer een lichtje aan het einde van de tunnel. We konden weer doen waartoe wij op aarde zijn. Dat is fijn.”

Van der Zwaan: “Dat is het, ja. Die lege zaal en gangen zijn zo triest. De ziel was uit het theater. Dat we weer mensen mogen ontvangen, artiesten laten optreden, daar gaat het om. Maar het is nog lang niet voorbij. De situatie en de regels veranderen voortdurend. We zullen van elastiek moeten zijn.”

‘Het kan eigenlijk niet, maar we doen het toch,’ schreven jullie in de aankondiging. Waarom kan het eigenlijk niet?

Van der Zwaan: “We hebben 1756 stoelen. Dus bij honderd plekken is de bezetting niet eens 5 procent. Tegelijk zijn er amper minder mensen nodig om een voorstelling te geven: artiesten op het podium, technici voor licht en geluid en dan nog onze eigen mensen. We zullen extra moeten schoonmaken en publieksstromen reguleren. Ook als we later met onze maximale 1,5 metercapacitiet van 450 man inzetten, verdienen we ongeveer de dagkosten terug. En dan nog moet de kaartprijs iets omhoog, de gage voor de artiest iets naar beneden en zullen we als theater ook wat inleveren.”

Ypma: “Ik heb voor De Kleine Komedie lang gedacht: we gaan pas open als we er geen geld aan verliezen. Een intelligente winterslaap, noemde ik het. Maar ja, wanneer houdt die op? Nu denk ik: laten we zoeken naar mogelijk­heden om minimaal die dagkosten terug te verdienen en tegelijk de makers te laten blijven spelen. Want dat is een vaardigheid die training nodig heeft.”

Wie betaalt deze serie voorstellingen dan?

Van der Zwaan: “Iedereen doet belangeloos mee. Inclusief de artiesten, ja. Die krijgen een kleine onkostenvergoeding, maar geen gage. Natuurlijk is dit geen optie voor de lange termijn. Daarom duurt S A M E N ook maar een week.”

Ypma: “We kopen morgen alle drie gewoon een kaartje om bij de eerste voorstelling te zijn. Iedereen moet bijdragen.”

Als je Freek de Jonge belt om te komen spelen voor een reiskostenvergoeding, zegt hij ja?

Van der Zwaan: “Sterker nog: Freek belde zelf. Als eerste. Hartverwarmend.”

Ypma: “Er is natuurlijk een verschil tussen artiesten die het zich kunnen permitteren even weinig te verdienen en makers die net zijn begonnen en blij zijn met elk dubbeltje.”

Cabaret voor een vrijwel lege zaal waar een rollende lach een utopie is, kan dat?

Smit: “In Bellevue spelen we al voor dertig bezoekers. Dat lukt toch best goed. Misschien nemen mensen het zichzelf voor: ‘Ik moet wel een beetje meedoen, anders wordt het misschien sneu.’ Die instelling geeft een goeie sfeer. En weet je wat ik ook merkte? De mensen komen vrolijk als koeien na hun winterstalling bij ons de zaal in. Bijna huppelend”

Waar is DeLaMar eigenlijk in deze Amsterdamse samenwerking?

Van der Zwaan: “Je moet ergens beginnen. De Melkweg of De Meervaart zijn er nu ook niet bij.”

Ypma: “We vormen met z’n drieën een mooi op elkaar aansluitende keten van kleine naar grote zaal. Om die reden zijn er wat minder contacten met DeLaMar.”

Smit: “Ik hoor van andere theaters al: ‘Dit is het juiste voorbeeld. We gaan ook op zoek naar nieuwe verbanden.’ Je hebt elkaar gewoon nodig in deze tijd.”

Hoe hoog is de financiële nood in jullie theaters na maanden stilte?

Ypma: “Het is alle hens dek. Om quitte te draaien hebben we zeven dagen in de week 350 man publiek nodig. Dat betekent dat we sinds half maart geld in een bodemloze put gooien. Gelukkig krijgen we noodsteun van het rijk en de gemeente, maar dat is niet voldoende. Zeker niet voor de makers. Als wij niet open zijn, verdienen ze niets.”

Smit: “De steun loopt tot het einde van het jaar. Fijn. Maar wat gebeurt er daarna? De 1,5 meteropstelling zal vermoedelijk nog nodig zijn. Na 1 januari vallen vrees ik de echte grote klappen.”

Ypma: “Straks is onze maximale, veilige capaciteit 111 mensen. Zelfs met drie voorstellingen op dezelfde dag is dat niet voldoende.”

Van der Zwaan: “Voor ons is de situatie dramatisch. Omdat wij al geen subsidie kregen, gaat ook de steun aan ons voorbij. We kregen nul en krijgen nog steeds nul. We hebben nu een terras open en verdienen weer iets. Maar het is een druppeltje op een gloeiende plaat. We verkeren in zwaar weer.”

Hoe zwaar precies?

Van der Zwaan: “Ik wil niet te veel klagen. Veel bedrijven staan er tijdens de coronacrisis hetzelfde voor. Maar we kunnen dit niet volhouden. We hebben steun nodig. Van de politiek, van de gemeente, van ons publiek. We doen alles wat we kunnen aan ondernemerschap, maar kunnen echt alle steun en donaties gebruiken.”

Stel: die hulp komt er niet. Wat gebeurt er dan? Gaat Carré failliet?

Van der Zwaan: “Ik ben van het type dat uitgaat van het positieve scenario. We gaan voorlopig gewoon door met wat er wél kan. Ik bedoel: deze Grande Dame staat hier al 132 jaar. We kunnen ons toch niet voorstellen dat daar niet nog minstens 132 jaar bijkomt?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden