Recensie

Het is tijd dat schrijver Philip Huff een time-out neemt (*)

Philip Huff presenteert zich per boek als een slechtere schrijver. Het is tijd dat hij even een time-out neemt. Het enige grappige, nu ja, aan zijn nieuwe roman, Boek van de doden, is dat het juist dáárover gaat: een hoofdpersonage dat twijfelt aan het leven dat hij leidt.

Philip Huff Beeld Claire Witteveen

Felix Post is nog net geen dertig, schrijver, en hij is in de ik-vorm aan het woord. Niet alleen is het verhaal dat hij vertelt volstrekt oninteressant, maar hij vertelt ook echt álles wat hij meemaakt. Of juist niet meemaakt, want veel gebeurt er niet.

Een citaat, dat verduidelijkt in dit geval veel. Bladzijde 33: 'Beneden bij de voordeur bedenk ik me dat ik de muts in de kroeg heb laten liggen. Ik hoop dat Eva het niet heeft gemerkt. Als ik naar binnen stap, zie ik dat de trap vol ligt met zaterdagkranten. Al dat papier, ik weet niet wat ik ermee moet.'

Zaterdagkranten
Ik val over dat 'bedenk ik me', want daarmee wordt gesuggereerd dat de 'ik' van mening verandert, en daar is hier geen sprake van: er schiet hem iets te binnen. Verder springt de indirecte wijze van vertellen in het oog. 'Als ik naar binnen stap' - hoezo áls? - 'zie ik' - ja, wie anders? - 'dat de trap vol ligt met zaterdagkranten.' Echt, die hele trap? En dan komt het 'probleem': 'Al dat papier, ik weet niet wat ik ermee moet.'

Goed. We komen boven. Felix kijkt in de ijskast, want hij heeft trek. 'De ijskast is leeg.' Daar maken we dus verder geen woorden aan vuil, verwacht je dan, maar nee: 'In de deur staat een vettig, plastic doosje olijven zonder smaak, op een van de glazen platen nog wat Thaise afhaal van drie dagen geleden. Het vlees dat boven de oestersaus uitsteekt is wit geworden. In de groentelade ligt koriander of munt of peterselie in een plastic zak bruin en nat weg te rotten. Het witte, klinische licht is toepasselijk onsentimenteel.'

Dat was de lege ijskast. 'Ik sluit de ijskast.' Wat nu? 'Op de buitenkant van de deur hangt niets.' Zeker weten? 'Ik voel een prop als van een krant in mijn slokdarm, waarschijnlijk de pil die ik eerder heb ingeslikt en die daar is blijven hangen.' Zou zomaar eens kunnen. (Let ook op hoe die zaterdagkranten terugkeren.) 'Ik kijk' - ja, wederom: wie anders? - 'naar de halve fles whisky die Johan gisteravond tijdens het indrinken heeft laten staan.' Details zijn goed, maar dit is stompzinnig.

Dit gaat bladzijden en bladzijden lang door.

Slok hier, snuif daar
Felix, zo begrijpen we, heeft een tijdje geleden een auto-ongeluk veroorzaakt. Zijn vriendin, nu zijn ex, zat naast hem. Dat ze zijn ex is, is vervelend. Bovendien is ze inmiddels zwanger, van een ander. Felix gaat vaak uit. Een slok hier, een snuif daar, af en toe een pilletje. Hij had een oom van wie hij veel hield, maar die is dood. Felix' ouders zijn gescheiden. Zijn moeder is een lieverd. Zijn vader is een rijke stinkerd. Felix komt op tv, in De wereld draait door. Daar vertelt hij over J.D. Salinger, in volstrekt clichématige bewoordingen, maar ik geloof dat dit serieus bedoeld is.

En dan is het kerst. Felix besluit dat alles anders moet. Hij gaat wandelen in de bossen van zijn jeugd. 'De takken en de toppen van de bomen zijn bewegingloos. De wind is gaan liggen. De zon wordt wakker.'

Het staat er allemaal echt. Het laatste woord van het boek is 'ja'. Van die Felix zijn we nog niet af, vrees ik.

Boek van de doden

Ons oordeel: ★☆☆☆☆
Uitgever: De Bezige Bij
Prijs: 18,90
Bladzijdes: 286
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.