PlusInterview

‘Het gevoel dat je altijd achter de feiten aan holt’ – oom Johnny krijgt stoomcursus ouderschap in C’mon C’mon

In C’mon C’mon van regisseur Mike Mills (56) wordt radiomaker Johnny tijdelijk opgescheept met zijn negenjarige neefje. Het leidt voor beiden tot belangrijke levenslessen. ‘Luisteren, écht luisteren, is enorm intiem.’

Joost Broeren-Huitenga
Joaquin Phoenix als Johnny en Woody Norman als zijn neefje Jesse in ‘C’mon C’mon’. Beeld
Joaquin Phoenix als Johnny en Woody Norman als zijn neefje Jesse in ‘C’mon C’mon’.

Het is makkelijk schamper te doen over de lieve films van Mike Mills. Van de punker die hij in zijn jonge jaren was, is in de kalme, liefdevolle en ronduit aardige films van Mills weinig terug te zien. Of het moet zijn radicale zoektocht naar een vorm van authenticiteit zijn.

Dat weet de geboren en getogen Californiër zelf ook dondersgoed, blijkt tijdens ons videogesprek over zijn vierde speelfilm C’mon C’mon. “Ik kan wat al te zachtmoedig en lieflijk en begripvol en emotioneel zijn,” zegt hij met een bijna verontschuldigende glimlach. “Soms vind ik het zelf ook een beetje walgelijk.”

Precies daarom wilde hij zo graag dat Joaquin Phoenix de hoofdrol zou spelen in C’mon C’mon. “Hij leek me iemand die me een klein zetje in een andere richting zou kunnen geven, als mens en als filmmaker. Iemand die zijn duisternis en zijn falen omarmt, en alles open op tafel gooit.”

Het perspectief van de ouder

De invloed lijkt echter twee kanten op te hebben gewerkt. Phoenix, bekend van zijn intense hoofdrollen in films als Joker (2019) en You Were Never Really Here (2017), speelt hier zachtmoediger dan ooit als de verfomfaaide radiomaker Johnny. Die wordt door zijn zus in een moment van crisis ingeschakeld om tijdelijk voor zijn negenjarige neefje Jesse (Woody Norman) te zorgen. Hij sleept de jongen mee op een werktrip langs New York, Detroit en New Orleans. Via Johnny’s vallen en opstaan toont C’mon C’mon de leercurve van iedere nieuwe ouder, in sterk gecondenseerde vorm.

Net als voor zijn eerdere films nam Mills zijn eigen leven als startpunt – hier de relatie met zijn eigen kind. “Toen ik vader werd, gaf dat me een nieuw perspectief op mezelf en op mijn plek in de wereld. Daar wilde ik iets over maken, net als over de eindeloze uitdaging ervan, het gevoel dat je altijd achter de feiten aan holt.”

Regisseur Mike Mills: ‘Net als in het leven zelf is bij het schrijven de relatie tussen ouder en kind niet zo vastomlijnd. Ik ben niet de ouder óf het kind.’ Beeld Getty Images
Regisseur Mike Mills: ‘Net als in het leven zelf is bij het schrijven de relatie tussen ouder en kind niet zo vastomlijnd. Ik ben niet de ouder óf het kind.’Beeld Getty Images

Mills’ eerder films draaiden om kind-zijn; in C’mon C’mon kiest de regisseur nu voor het eerst resoluut voor het perspectief van de ouder. Toch ziet Mills dat niet als een enorm verschil. “De moeder in mijn vorige film 20th Century Women legde ik ook al dingen in de mond die ik zelf als ouder had gedacht of gevoeld,” zegt hij. “Dus ja, deze film komt veel directer voort uit mijn eigen ervaringen als ouder. Maar net als in het leven zelf is bij het schrijven die relatie tussen ouder en kind niet zo vastomlijnd. Ik ben niet de ouder óf het kind als ik over die relatie schrijf; ik ben het allebei.”

Alledaagse gesprekjes

Dat Johnny radiomaker is, is geen toeval, want C’mon C’mon draait om luisteren – niet alleen naar wat de ander zegt, maar naar de immense wereld aan emoties daarachter. “Luisteren, écht luisteren, is enorm intiem,” aldus Mills.

Dat blijkt niet alleen uit de alledaagse gesprekjes tussen Johnny en Jesse, maar ook uit een reeks interviews met kinderen die Johnny houdt voor een item waaraan hij werkt. Hij stelt ze vragen over hun leven en over hoe ze de toekomst zien.

Die gesprekken zijn echt: de interviews, die als een soort Grieks koor telkens het verhaal becommentariëren, zijn een stukje documentaire binnen de fictiefilm. “Joaquin deed die gesprekken zelf,” vertelt Mills. “Hij bleek een heel goede luisteraar met een sterke intuïtie voor wat die kinderen wel en niet kwijt wilden. Het geduld en de aandacht die hij daar toonde, sijpelden door in de hele film.”

Het maakt C’mon C’mon een film die, zeker voor Amerikaanse begrippen, veel ruimte laat aan stilte. Toch is dat bedrieglijk, stelt Mills. “Deze film heeft meer geluidseffecten dan al mijn eerdere films bij elkaar. Dat het niet zo voelt, heeft volgens mij te maken met het feit dat we in zwart-wit filmden; daar zit vast een of ander neurologisch effect achter. Neem de scène waarin Johnny in een winkel Jesse even kwijtraakt: daarin gebruiken we een heel indringend geluid van een rinkelende telefoon, dat alsmaar luider en luider wordt, net zolang tot Johnny de jongen weer terugvindt. Zoiets expressionistisch zou ik in mijn eerdere films nooit hebben aangedurfd, maar hier werkt het.”

C’mon C’mon is te zien in Cinecenter, FC Hyena, Filmhallen, Kriterion, Rialto VU, Studio/K en De Uitkijk.

Buster Keaton

Mike Mills doet zijn zoominterviews vanuit dezelfde werkkamer waar hij tijdens de coronalockdown in alle rust C’mon C’mon monteerde – in de uurtjes dat hij niet bezig was met thuisonderwijs. Aan de wand achter hem prijkt pontificaal een portret van de legendarische filmkomiek Buster Keaton. “Hij herinnert me eraan dat ik in een lange en rijke traditie sta,” verklaart Mills. Of er iets van Keatons invloed in C’mon C’mon is geslopen? “Oh, ik hóóp het,” verzucht de regisseur. “Keaton zette zijn eigen lichaam op het spel voor zijn kunst; misschien dat ik zoiets doe met mijn innerlijke wereld en mijn persoonlijke geschiedenis. En toen ik mijn kind van acht vertelde over mijn film, was de reactie: oh, het gaat over een vader die niet weet hoe hij vader moet zijn, dat is heel erg Buster Keaton – die films beginnen er allemaal mee dat Keaton een baantje krijgt waar hij niets van kan.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden