PlusBoekrecensie

Het einde van de liefdesroman is een bundel om te koesteren

Beeld Getty Images

Alleen in (matige) romcoms blijft het uitgekauwde concept van een verstokte vrijgezel(lin) die haar hele bestaan ophangt aan het nastreven van een verbintenis, een sprookje waar makers en consumenten geen genoeg van lijken te krijgen. Waarom toch? Na het sprookjeshuwelijk eindigt de film. Wat we niet zien: het huwelijk blijkt niet die gedroomde levensvervulling.

Het nu vertaalde Het einde van de liefdes­roman (1997) van criticus en memoireschrijver Vivian Gornick brengt met dat inzicht niets nieuws. Toch blijft het een prikkelende essaybundel.

Waarom de liefde als belangrijkste (inzicht verschaffende) metafoor is uitgewerkt? Ten eerste hebben vrouwen geen huwelijk meer nodig om zich van een bestaansrecht en een inkomen te voorzien. Ten tweede is de liefde lang niet zo spannend meer. Voor de meeste lezers zal het terrein van de liefde geen onontgonnen gebied zijn. Gornick schrijft: ‘Liefde verschafte destijds een context waarin een enorme schat van dingen kon worden gezegd en werd gezegd. De teksten beloofden zelf­inzicht – het enige dat moed geeft om door te leven – en ze leverden die ook. Zelfs halverwege de twintigste eeuw – toen de meesten van ons in een wereld leefden die gespeend was van directe ervaringen – kon de liefde dat nog bewerkstelligen, ook in handen van schrijvers die niet geweldig waren maar gewoon goed.’ Wie nu over de liefde schrijft, zal al snel plat­getreden paden bewandelen.

Kleine pluizige robot

De liefde en al haar uitwassen – ongelukkige huwelijken, affaires, echtscheidingen, dode partners – zijn nog wel present in romans, want we kunnen niet om de liefde heen. Vaak vormt de liefde het (cynische) decor waartegen de wereldproblematiek (klimaat, migratie, oorlog) zich aftekent of de problemen rondom het ‘ik’ worden genavelpluisd. Een eigentijdse (sf-)liefdesroman is bijvoorbeeld Fuzzie van Hanna Bervoets, waarin haar personages hun affectie projecteren op een kleine pluizige robot die hen intieme vragen stelt – de suggestie van interesse en aandacht – waardoor de personages lekker over hun ‘ik’ kunnen mijmeren, waarmee Bervoets laat zien dat liefde draait om zelfverkenning.

Ook het lezen van romans draait veelal om zelfverkenning, laat Gornick, de heldin van de autofictie (Verstrengeld, Een vrouw in de stad), zien. In haar essays bespreekt ze de boeken en oeuvres van – veelal Amerikaanse – auteurs die in Nederland weinig bekendheid genieten, zoals Willa Cather, Grace Paley, Christina Stead en Kate Chopin. Gornick is een fantastische lezer. Ze bestudeert de oeuvres van schrijvers om hun drijfveren, hun (zelf)inzichten en hun makkes te ontrafelen en ze weet literatuur heel direct met het leven te verbinden. Ze legt genadeloos bloot hoe sommige auteurs er niet in ­slagen de condition humaine te openbaren op het moment dat hun eigen inzichten niet boven dat van hun personages uitstijgen.

Opgesloten in het huwelijk

Gornick heeft veel aandacht voor het dociele karakter van vrouwelijke personages in klassieke romans waarin het (tegenvallende) huwelijk centraal staat. Deze observatie moeten we in de tijdsgeest plaatsen. Het ontbreekt vrouwen aan de actieve wil om verandering in hun bestaan te brengen. Logisch, want een actieve wil werd lange tijd niet van vrouwen verwacht. Eenmaal opgesloten in het huwelijk gaan ze ten onder aan depressies. Kate Chopin ontdekte dit in haar eigen huwelijk en neemt het onderwerp in The Awakening (1899) bij de horens. In deze fascinerende roman begint de ongelukkige Edna een affaire en pleegt vervolgens zelfmoord. Waarom? Voor de lezer is het een raadsel. Chopin eindigt het boek ‘ondoorzichtig en vaag’. Omdat Chopin net zoveel kennis heeft als haar personage, concludeert Gornick.

Een ander terugkerend thema, dat Gornick ook in haar eigen leven herkende, is de zinderende, haast erotische relatie tussen moeder en dochter. Over haar eigen verstikkende haat-liefdeverhouding met haar moeder schreef Gornick in Verstrengeld. Ook in A rose in the heart of New York van Edna O’Brien herkent ze dit thema: een dochter wordt jaren nadat ze uit huis is vertrokken en is getrouwd, alsnog verteerd door de verstikkende symbiotische moeder-dochterband die haar ziedend maakt. Gornick schrijft dat ‘álle intieme banden meedogenloos zijn – en geërotiseerd. Wanneer de intieme band die met een ouder is – met name een ouder van hetzelfde geslacht – dan blijft het hartstochtelijke element noodzakelijkerwijs verhuld, maar de verbazingwekkende woede en neerslachtigheid die er het gevolg van zijn, geven de maat aan van de angstige en verboden gevoelens’. Gornick lijkt steeds weer in staat om de complexiteit van (liefdes)relaties te doorgronden. En hebben we aan die inzichten stiekem niet allemaal behoefte? Het einde van de liefdesroman is een bundel om te koesteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden