PlusConcertrecensie

Het debuut van dirigent Kristiina Poska in het Concertgebouw ontroerde nog niet

De Estse dirigent Kristiina Poska maakte vrijdag haar debuut met het Concertgebouworkest. Na afloop waren er gemengde gevoelens.

Erik Voermans
Kristiina Poska. Beeld Kaupo Kikkas
Kristiina Poska.Beeld Kaupo Kikkas

Er is nog een heel lange weg te gaan, maar ze komen eraan: de vrouwelijke dirigenten bij ’s werelds toporkesten. Als we ons beperken tot het Concertgebouworkest tellen we er in het thans lopende seizoen twee. Volgend seizoen zijn het er drie (Barbara Hannigan, Mirga Grazinyte-Tyla en Joana Mallwitz). Een echt evenredige verdeling is te verwachten rond 2050, al is het nog even afwachten of de klassieke muziek tegen die tijd door het kabinet-Rutte XIV niet in zijn geheel zal zijn afgeschaft.

Die ene vrouwelijke dirigent in het lopende seizoen heet Kristiina Poska. Ze maakte vrijdagavond haar debuut met muziek waar een hoop aan te verknoeien valt, te weten het Vioolconcert van Felix Mendelssohn en de Derde symfonie, bijgenaamd Eroica, van Beethoven. Er was ook muziek waar heel weinig aan te verknoeien valt, omdat niemand weet hoe een voortreffelijke uitvoering ervan klinken kan, aangezien het een wereldpremière betrof.

Te beginnen met die première. Eco... del volto van de Vlaamse componist Annelies van Parys, was een stuk van modernistische snit, zonder de aangelengde limonadeklanken van veel jonge componisten van deze tijd die massaal de tonaliteit omarmen, maar veelal de slagkracht ontberen daar iets behartenswaardigs mee uit te drukken.

Stroperige instrumentatie

Van Parys heeft veel te zeggen, en doet dat in een taal die ergens zweeft tussen de werelden van Xenakis, Grisey en Murail. Maar wie haar muziek vergelijkt met deze drie giganten doet haar geen plezier, want er moet nog heel wat water door de Rijn stromen voordat ze erbij in de buurt komt. Niettemin hield ze een bij vlagen onderhoudend betoog, dat op de mindere momenten werd gehinderd door een stroperige instrumentatie.

Daarna richtten aller ogen zich op dirigent Poska, die de goed maar nogal anoniem spelende Russische violiste Alina Ibragimova helder begeleidde in Mendelssohns vioolconcert, dat evenwel geen seconde wist te ontroeren.

De Eroica dirigeerde ze uit het hoofd. Ik zou willen schrijven dat ze met gezag takteerde, maar aan de muziek was dit niet terug te horen. Het orkest klonk schraal, wat misschien een gevolg was van Poska’s streven naar een soort historisch geïnformeerde klank, met spichtig articulerende strijkers. Helaas was het klinkend resultaat een Eroica zonder vlees op de botten, zonder kloten (wat anatomisch in dit geval juist leek) en met te veel kleine ongelijkheden en intonatiedingetjes. Opnieuw nul vervoering, zelfs niet in de treurmars.

Mogelijk moest het orkest wennen aan een linkshandige dirigent die de baton ‘in de verkeerde hand’ had (je ziet dat niet veel), mogelijk was Poska’s slag gewoon niet duidelijk of was dit niet haar repertoire. In elk geval was er weinig aan.

Klassiek

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Kristiina Poska
Soliste: Alina Ibragimova (viool)
Werken van: Van Parys, Mendelssohn, Beethoven
Gehoord: 25/3, Concertgebouw
Nog te horen: 27/3, Concertgebouw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden